Carrousel

Eind jaren vijftig groeide het besef dat de politie zich moest ontdoen van haar militaristische omgangsvormen. Besloten werd voor de opleiding van hoger politiepersoneel niet langer leerlingen uit het leger te recruteren. Zo kon het gebeuren dat vanaf 1959 'burgerjongens' als Eric Nordholt, Jan Wiarda en Rob Hessing op de politieschool terechtkwamen.

Het bleken handige mannen. Ze vernieuwden dat het een lieve lust was. Ze vormden wijkteams en brachten de dienders 'dicht bij de mensen'. Het vangen van topcriminelen trok ze minder. Daarop worden ze dezer dagen afgerekend. Ze moeten rouleren, ze zitten in een 'carrousel', een soort kermisattractie dus, waarvan de uitkomst moeilijk voorspelbaar is maar de betekenis vaststaat. Het is het begin van hun einde.

Gisteren was wat dat betreft een belangrijke dag. In Rotterdam werd de nieuwe korpschef van politie gepresenteerd. Burgemeester Peper had er geen geheim van gemaakt dat hij een niet-politieman wilde. Een nieuwe wind moest gaan waaien. Zou het een manager uit het bedrijfsleven worden? Een organisatie-adviseur? Een KNVB-directeur? Het werd een landmachtgeneraal. Zeer vernieuwend.