Belaagde tabaksindustrie stoomt vrolijk door

NEW YORK, 23 AUG. De Amerikaanse tabaksindustrie stoomt vrolijk door. Belaagd door individuele aanklagers, groepsprocessen, staten die medische kosten op de industrie willen verhalen en een vijandig gezinde president hebben grote bedrijven als Philip Morris en RJR Nabisco desondanks nauwelijks meer dan een standaardcommentaar.

“Wij zullen de rechten van 50 miljoen Amerikanen die ervoor kiezen om tabaksprodukten te gebruiken verdedigen”, aldus Philip Morris in een verklaring. In reactie op rechtszaken aangespannen door staten die hun ziektekosten van rookslachtoffers vergoed willen zien, zegt het bedrijf dat “de belastingbetalers uiteindelijk zullen opdraaien voor de politiek gemotiveerde rechtbankdikdoenerij” van de openbare aanklager. Op schommelingen in de aandelenkoersen hebben de tabaksbedrijven geen commentaar. Duidelijk is in elk geval dat de bedrijven zich tot de laatste man zullen verdedigen voor de rechter. Hoewel de aandelen van de tabaksconcerns in sommige gevallen 15 procent in twee weken hebben verloren, stabiliseerden de koersen van de grote bedrijven zich gisteren. Analisten zijn ook nog niet bezorgd over een verdere koersval.

“De rechtszaken van de staten die hun ziektekosten op de tabaksindustrie willen verhalen zijn politieke zaken die geen enkele kans hebben”, verklaarde Roy Burry, tabaksanalist voor Oppenheimer. “Een toekomstige regulering van nicotine - en dus tabak - door de federale Food and Drug Administration (FDA) is wel gevaarlijk maar het doorgaan daarvan kan nog jaren duren.” Burry wijst erop dat nicotine moeilijk als geneesmiddel of verdovend middel kan worden beschouwd omdat hetzelfde dan moet gebeuren met alcohol of koffie. Alledrie zijn het middelen die geen aanspraak kunnen maken op een positieve werking voor de gezondheid.

Twee weken geleden sprak een jury in Jacksonville, Florida, een oordeel uit in het voordeel van een rookslachtoffer. Grady Carter, die aan longkanker lijdt, kreeg 750.000 dollar toegewezen. Waarnemers zijn er ondersteboven van en hebben de tactiek van Carters advocaat al uitgebreid geanalyseerd. Die advocaat was de 47-jarige Norwood Willard, een oddball, zoals dat hier heet, omdat hij maar drie pakken heeft en op zijn fiets naar de rechtbank kwam. Willard had echter veel ervaring in asbestgerelateerde rechtszaken en stelde zijn eisen niet te hoog. Hij wilde alleen onachtzaamheid en ondeugdelijkheid van het produkt aanwrijven, eiste geen boete en vroeg slechts 1,5 miljoen dollar schadevergoeding.

Ook introduceerde Willard documenten die pas sinds kort kunnen worden gebruikt. Het gaat om interne rapporten van sigarettenfabrikant Brown & Williamson waarin de verslavende werking van nicotine met zoveel woorden wordt erkend. Recentelijk hebben ook voormalige onderzoekers van andere bedrijven onthullende uitspraken gedaan over hoe bij tabaksbedrijven intern over tabaksprodukten en hun gebruikers wordt gesproken. Kreten als 'nicotinedragers' en 'wij willen iedereen die lippen heeft' zetten de industrie in een kwaad daglicht. De jury in Jacksonville viel ervoor.

Sinds de jaren vijftig zijn er rechtszaken gevoerd tegen tabaksbedrijven om te proberen die aansprakelijk te stellen voor hun dodelijke produkten. Nooit echter is een jury ervan overtuigd dat nicotine verslavend is en voor zaken na 1964 kon worden aangevoerd dat iedereen kan weten dat roken schadelijk is. De industrie voert ook vaak als argument aan dat nicotine niet verslavend kan zijn want anders zouden nooit zoveel mensen hebben kunnen stoppen. Nog nooit was een Amerikaanse tabaksfabrikant veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding. In de zaak Cipollone (1988) was het bijna zo ver maar in hoger beroep werd het voor de industrie nadelige vonnis herroepen. Carter versus Brown & Williamson gaat waarschijnlijk nog in hoger beroep spelen maar heeft de industrie geschokt en antirook-groepen nieuwe moed gegeven. Met meer dan normale belangstelling keken waarnemers daarom gisteren uit naar een uitspraak in de volgens velen met Carter vergelijkbare zaak Rogers in Indianapolis. De zeskoppige jury ging in conclaaf maar kwam nog niet tot een eensluidend oordeel.

De Amerikaanse tabaksindustrie heeft een jaaromzet van ongeveer 45 miljard dollar. Vijf grote bedrijven hebben 98 procent van de markt in handen. Grootste is Philip Morris met 43 procent, daarna RJR Nabisco met 28 procent en Brown & Williamson met 18 procent. Bedrijven als Philip Morris (Marlboro), RJR Nabisco (Camel, Winston) en Brown & Williamson (Chesterfield) hebben een wereldwijde verspreiding van hun produkten. Lorillard en Liggett zijn de twee kleinsten van de grote vijf met elk een paar procent marktaandeel. De winsten van de Amerikaanse tabaksconcerns komen voor een steeds groter deel uit het buitenland.