Privatisering geeft Mongolen kopzorgen

Achter de verkleurde gevels van de vroeg-communistische en Stalinistische bouwwerken rond het Suhbataarplein in het centrum van de Mongoolse hoofdstad Ulan Bator, schuilen de uitersten van de sociaal-economische en politieke verandering in Mongolië.

Aan de oostzijde van het plein staat het Spartaanse gebouw van de onlangs tijdens de parlementsverkiezingen verslagen communistische partij. Daarnaast de theaterzaal waar het nationale ballet van Mongolië Don Quichot presenteert. En even verderop, naast het hoofdkwartier van de Democraten, staat het regeringsgebouw, met daarvoor het mausoleum, gewijd aan Choybalsan, de Mongoolse dictator die verantwoordelijk is geweest voor de dood van 27.000 onderdanen.

Maar het opmerkelijkste gebouw staat aan de westkant van het plein. Daar, achter een oranje neoklassieke gevel, is 's lands effectenbeurs gehuisvest en wordt met behulp van de modernste technologieën gehandeld in de aandelen van de 462 genoteerde, hoofdzakelijk Mongoolse, bedrijven.

De aandelenbeurs van Mongolië werd in 1992, anderhalf jaar nadat in Mongolië onder invloed van glasnost en perestrojka de communistische eenpartijstaat werd afgeschaft, opgericht als instrument voor de privatisering van staatseigendom. De toen nog hoofdzakelijk communistische leiders van de nieuwbakken democratie waren het er allen over eens dat het staatseigendom, dat met het wegvallen van de financiële steun uit Moskou na 1991 in economisch verval was geraakt, van een gewisse ondergang zou kunnen worden gered wanneer het merendeel van het staatseigendom in handen van het Mongoolse volk zou geraken. Alle Mongolen kregen toen vouchers ter waarde van 10.000 togrog uitgereikt, waarmee zij in het toenmalige Mongolië, dat nog geheel vrij was van kapitalisten, eenvoudig aandeelhouder konden worden van oude staatsondernemingen.

Ochbadrakh, de vice-voorzitter van de staatsprivatiseringscommissie van de Mongoolse regering, vertelt tussen gesprekken via zijn pas bemachtigde draagbare telefoon door, dat het privatiseringsproces door middel van vouchers begin vorig jaar werd afgerond. Op die manier zou meer dan 40 procent van het staatseigendom in handen van Mongoolse burgers zijn geraakt.

“Het is geen eenvoudig proces geweest en er zijn fouten gemaakt”, zegt Ochbadrakh, refererend aan de hongerstaking die enkele weken geleden in het centrum van de stad plaatshad. Werknemers van een warenhuis protesteerden tegen een corrupte privatiseringstransactie en de regering was uiteindelijk genoodzaakt de transactie ongedaan te maken en het bedrijf terug in eigen bezit te nemen.

Ochbadrakh vindt echter dat Mongolië het in vergelijking met andere transitielanden “behoorlijk goed” heeft gedaan. Maar op de trappen voor de uitgang van de aandelenbeurs zitten tientallen mensen die daar beduidend anders over denken. Het merendeel van hen heeft een stapeltje vouchers in de handen waar stuk voor stuk iets mee aan de hand is. “Ik heb het dividend van het bedrijf waar ik aandelen bij heb nooit uitbetaald gekregen”, zegt Dawat, een bruinverbrande boer met verkreukelde zwarte handen. De hele middag zit hij al op een vuilniszak met zijn bagage te wachten op antwoord. Dawat gelooft dat zijn effectenmakelaar er met het geld vandoor is. “Ik heb mijn laatste geld uitgegeven aan brood en thee en als ik vandaag mijn 3000 togrog (negen gulden) niet krijg, weet ik niet wat te doen”, zegt Dawat, terwijl hij een beduimeld vodje papier, een van zijn vouchers, dreigend heen en weer zwaait. De boer uit de nabijgelegen provincie Arhangai blijkt werkloos, en evenals veel andere Mongolen - bijna een kwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens - heeft Dawat al zijn hoop op de vouchers gevestigd. Zoals velen met hem, wist Dawat niet precies wat te doen met de formulieren. Hij stapte naar een broker, die uiterst behulpzaam bleek, maar achteraf gelooft Dawat dat hij beet is genomen.

Batjargal, een medewerker van de Mongoolse effectenbeurs vertelt dat veel mensen hun vouchers, die voor een deel strikt persoonlijk en onverhandelbaar zijn, voor een fractie van de waarde hebben verkocht aan zwarthandelaars. “De bevolking van dit land, dat voor het merendeel bestaat uit nomadisch boeren, kreeg van de ene op de andere dag waardepapieren in handen gedrukt met de boodschap die maar te beleggen op de effectenbeurs. Maar veel van hen hadden uiteraard geen notie van beleggen. Daar hebben zwarthandelaars gebruik van gemaakt.”

De mensen op de trappen van het beursgebouw geeft Batjargal weinig hoop. “Tot september beslissen we over de laatste grote transactieproblemen, maar dat gaat uitsluitend om gevallen die verband houden met een van de 28 bonafide makelaars. Voor anderen kunnen we niets meer doen.” Batjargal vertelt dat de secundaire handel, waarmee de beurs in augustus van start is gegaan, inmiddels alle aandacht opeist.

Ochbadrakh, van de privatiseringscommissie, valt in herhaling als hij zegt dat de Mongoolse regering naast fouten, veel goeds heeft gedaan. “We hebben in totaal bijna duizend grote ondernemingen en 3.300 kleinere bedrijven geprivatiseerd. Sommige bedrijven hebben meer dan 40.000 aandeelhouders. Nu resten nog 200 kleinere staatsbedrijven die geprivatiseerd moeten worden.” Ochbadrakh vindt het logisch dat in een land als Mongolië “met een zeer korte geschiedenis op het gebied van markteconomische kennis”, fouten worden gemaakt.

Beschuldigingen aan het adres van regeringsambtenaren, die met voorkennis en met behulp van leningen in aandelen zouden handelen, wijst hij van de hand. “Als dat al het geval zou zijn, dan treden we daar direct tegen op, zoals we in het geval van het staatswarenhuis hebben gedaan - die onderneming hebben we immers teruggenomen.” Kleine beleggers moeten volgens Ochbadrakh allereerst bij zichzelf te raden gaan voordat zij brokers of de effectenbeurs “lastig vallen.”

Dawat uit Arhangai rest daarom weinig anders dan dat te doen wat velen voor hem al hebben gedaan: naar de wanorde van de zwarte markt in een van de yurt-wijken buiten Ulan Bator reizen en zijn vouchers verkopen. Hooggespannen verwachtingen heeft hij echter niet. “Ik heb al één voucher verkocht, en die heeft slechts 1780 togrog opgeleverd”, zegt hij bitter. “Misschien vind ik geen kopers, en kan zelfs op de zwarte markt niemand mij helpen. Dan ben ik mooi bedrogen door de Mongoolse staat.”