Premie AOW vanaf 1997 bevroren

DEN HAAG, 22 AUG. De AOW-premie zal vanaf 1997 aan een maximum worden gebonden. Op welk niveau is nog niet beslist.

De oplopende kosten van de vergrijzing zullen in de toekomst voor rekening komen van alle belastingbetalers en niet van een beperkte groep, zoals de AOW'ers zelf of mensen met een hoog inkomen. Dit hebben de meest betrokken ministers besloten.

Het kabinet wil hiermee voorkomen dat de AOW-premie (momenteel 15,4 procent) in de volgende eeuw oploopt tot zo'n 25 procent. Dit zou betekenen dat nieuwkomers op de arbeidsmarkt meteen een kwart van hun bruto inkomen kwijt zijn aan de financiering van het inkomen van ouderen. Nu wordt de mogelijkheid gecreëerd om de vergrijzing langs andere weg, bijvoorbeeld uit meer economische groei, te bekostigen.

Het plan om de oplopende kosten van de vergrijzing te financieren met belastinggeld maakt onderdeel uit van de nota Werken aan zekerheid, bouwstenen voor een modern en houdbaar stelsel van minister Melkert en staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken).

Deze nota, die handelt over de toekomst van de verzorgingsstaat, werd in het regeerakkoord toegezegd en zal met Prinsjesdag worden aangeboden aan de Tweede Kamer.

Hoewel het hele kabinet zich er nog over moet uitspreken, achten betrokkenen de kans klein dat er nog iets aan de voorstellen verandert.

Dit betekent dat andere opties, zoals het heffen van AOW-premie over de tweede schijf van de belastingen (boven de 45.000 gulden), het heffen van premies over de AOW en het verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd van de baan zijn.

Tekorten bij het AOW-fonds, die ontstaan doordat de AOW-premie aan een maximum is gebonden, zullen in de toekomst worden aangevuld met rijksbijdragen.

Pag.2: AOW'ers profiteren

Deze rijksbijdragen worden gefinancierd uit het belastingdeel van de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Sinds de belastingherziening van 1990 bestaat de eerste schijf van de inkomstenbelasting behalve uit belastingen ook uit premies volksverzekeringen. Over de eerste 45.000 gulden betalen alle belastingplichtige personen dit jaar 6,35 procent loon- en inkomstenbelasting en 31,15 procent premies volksverzekeringen, samen 37,50 procent. Wanneer de AOW-premie wordt gemaximeerd op een bepaald percentage en de kosten van de uitkeringen oplopen, zullen daaruit voortvloeiende tekorten van het AOW-fonds worden aangezuiverd met belastinggeld.

Dit kan betekenen dat het belastingtarief eerste schijf (nu ruim 6 procent) omhoog gaat, maar dat hoeft niet. Het is ook denkbaar dat door meer economische groei meer belastingen binnenkomen, of dat juist de winsten van bedrijven of de aankoop van goederen (BTW) hoger worden aangeslagen. Bovendien nemen de rente-uitgaven af door dalende financieringstekorten. De ruimte die daardoor vrijkomt, kan eveneens worden aangewend voor financiering van de vergrijzing. Mocht het belastingtarief van de eerste schijf wel omhoog moeten om de vergrijzing te financieren, dan heeft dat allerlei inkomenseffecten. Ook bejaarden betalen immers belasting. Indirect gaan zij in dat geval dus meebetalen aan de oplopende kosten van de vergrijzing. Aan de andere kant profiteren met name bejaarden met alleen AOW van de nieuwe financieringsmethode, doordat hun inkomen gekoppeld is aan het netto minimumloon.

Alle belastingplichtigen beneden de 65 jaar, dus ook werkenden met een minimumloon, profiteren van de bevriezing van de AOW-premie en het feit dat de kosten van de vergrijzing over álle belastingbetalers worden omgeslagen. Omdat de AOW-uitkering via de zogeheten netto netto koppeling gelijk is gesteld aan het netto minimumloon, profiteren ook mensen met alleen AOW (en met een klein aanvullend pensioen) hiervan. Mensen met een hoog aanvullend pensioen worden waarschijnlijk wél zwaarder aangeslagen voor de kosten van de vergrijzing, namelijk als voor aanvulling van het AOW-fonds het belastingtarief van de eerste schijf omhoog moet.