Pakkans bij plagiaat is niet veel groter dan bij fietsdiefstal

De Leidse hoogleraar psychologie Diekstra heeft een regeling getroffen met de twee Amerikaanse auteurs van wie hij zonder bronvermelding dertien pagina's heeft overgenomen in een eigen boek. De kwestie is voor A.J.F. Köbben aanleiding te pleiten voor een soort ombudsman voor de wetenschap.

In NRC Handelsblad van 14 augustus staat een bericht over plagiaat van de Leidse hoogleraar R.F.W. Diekstra. In zijn jongste boek zou hij 13 pagina's of daaromtrent zonder bronvermelding hebben overgenomen uit een Amerikaanse publicatie. Als ik daar nu nader op inga, doe ik dat noch om zijn handelwijze te vergoelijken, noch om andermaal de staf over hem te breken (de gretigheid waarmee dezer dagen sommigen hun afschuw over hem uitspreken is ook niet echt hartverheffend).

De wetenschapsjournalist Frank van Kolfschooten die een aantal gevallen van plagiaat en andere vormen van bedrog in de wetenschap heeft beschreven, constateert dat de meeste beoefenaars van de wetenschap een te mooie voorstelling hebben van hun beroepsgroep. Daardoor weten ze met zulk bedrog niet goed raad en reageren ze bijvoorbeeld ook zeer verschillend als blijkt dat het zich voordoet.

Zo ook in dit geval. Terwijl de één zegt dat Diekstra misschien wel uit zijn ambt ontslagen moet worden, zegt de ander: “Ach, wat heet plagiaat?”, of: “Het gaat hier om een populair-wetenschappelijk boek en dan gelden de normen van de wetenschap niet”.

In een bundel over ethische problemen in de wetenschap, die vorig jaar verschenen is, wordt de vraag gesteld of er een instantie moet komen om zich met dit probleem - bedrog in de wetenschap - bezig te houden, bijvoorbeeld in de gedaante van een ombudsman voor de wetenschap. Alle auteurs die zich hierover uitspreken (op één na) wijzen die gedachte af. Bedrog zou slechts sporadisch voorkomen, al was het maar omdat de pakkans groot zou zijn en de straf, een geknakte carrière, te zwaar.

Hun argumenten lijken sterk op die van de socioloog R.K. Merton in een beroemd artikel over de rol van de wetenschap, dat in zijn eerste versie nu ruim een halve eeuw oud is. Ook hij spreekt over 'the virtual absence of fraud in the annals of science'. Dat komt niet zozeer, meent hij, omdat wetenschapsmensen zulke oppassende burgers zijn, maar veeleer omdat zij een kleine, kritische groep vormen die elkaars stukken lezen en elkaar nauwgezet in het oog houden.

Ik vrees dat ook in de dagen dat Merton zijn artikel schreef dit een te mooie voorstelling van zaken was. Maar zeker is dat in de vijftig jaar die sindsdien verstreken zijn er geweldig veel veranderd is. Denk aan de proliferatie van wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke publicaties sindsdien. Er bestaan nu zo'n 115.000 wetenschappelijke tijdschriften en letterlijk iedere dag komen er bij.

Alleen al Amerika produceert jaarlijks meer dan 35.000 dissertaties. Er is geen sprake meer van dat je als onderzoeker alles wat er op jouw gebied verschijnt, kunt bijhouden. Dus komt ook die kritische functie waaraan Merton zoveel waarde hecht, in het gedrang.

Voeg daarbij nog het feit dat populair-wetenschappelijke boeken, zoals Diekstra die in groten getale produceert, door vakgenoten al helemaal niet gelezen worden. Nee, voor wie het een beetje slim aanpakt, is de pakkans bij plagiaat niet veel groter dan bij het stelen van een fiets. Daarbij komt nog dat de noodzaak voor wetenschappelijke medewerkers om te 'scoren' tegenwoordig groter is dan voorheen, zodat zij eerder in de verleiding komen daarbij hun toevlucht te nemen tot oneigenlijke middelen.

Er zijn, moet ik zeggen, ook bezwaren van andere aard ingebracht tegen een regulerende instantie op dit gebied. Deze zou slechts leiden tot geharrewar en ruzie tussen dominante geleerden, alsook voer zijn voor querulanten. Inderdaad zou een ombudsman voor de wetenschap, of hoe je zo iemand ook wilt noemen, niet enkel tot heil strekken.

Toch geloof ik dat de voordelen groter zouden zijn dan de nadelen. Zijn aanwezigheid zou een preventieve werking kunnen hebben, zou degenen kunnen disculperen die ten onrechte van bedrog of andere in de wetenschap onoorbare handelingen beschuldigd worden, en zou roddel en achterklap kunnen vervangen door een eerlijk proces. Er zijn nu eenmaal tal van ethische problemen in de wetenschap, oude en nieuwe. Zo schijnt het tegenwoordig voor te komen dat opdrachtgevers onderzoekers onder druk zetten als die resultaten produceren die hun onwelgevallig zijn. Ook zo'n probleem zou een ombudsman mooi kunnen meenemen.

Zo'n figuur zou niet zozeer een Engel der Wrake moeten zijn als wel een normatief houvast moeten bieden aan individuele onderzoekers en instellingen. Het gaat daarbij vooral om 'dagelijkse zonden', dingen waarbij velen zich afvragen waar de grens van goed en kwaad ligt. Bijvoorbeeld het weglaten van een onderzoeksgegeven dat pleit tegen een geliefkoosde theorie, of het wegstoppen van zo'n hinderlijk feit in een onopvallende voetnoot. Want misschien meer dan de grote, beruchte affaires, is het dergelijk 'klein bedrog', zoals de Groningse hoogleraar J.E. Ellemers het noemt, dat de integriteit van de wetenschap het hevigst aantast.

In sommige andere landen bestaat zulk een instantie al. Hier zijn daarover besprekingen gaande, waarbij onder andere de Akademie van Wetenschappen betrokken is. Daarbij komen vragen aan de orde als: is het beter voor dit doel één landelijke instantie te creëren dan wel per universiteit iets te regelen? Het lijkt mij van belang dat ook een wat breder publiek bij deze discussie betrokken wordt. Misschien dat deze krant daarbij mede als forum dienen kan.