Overal lak aan

Als ik het goed heb begrepen is de strafzaak tegen de familie Van der Valk nu definitief afgelopen. Het debat over de uitkomst kan dus zonder terughoudendheid losbranden. Een verrassende uitkomst, vond ik. Ik weet van de zaak niet méér dan elke gewone krantenlezer ervan weet. Ik sluit dus niet uit dat er allerlei verzachtende omstandigheden waren waarvan wij krantenlezers geen weet hebben. Maar dan nóg verbaas ik mij dat zo grootschalige, opzettelijke, jarenlang volgehouden normloosheid ogenschijnlijk met zoveel begrip door de rechter is bejegend.

'Normloosheid' - ik gebruik dat eufemisme om mij geen kort geding vanwege de familie Van der Valk op de hals te halen. Ik had eerst een wat pittiger woord in het hoofd. Want uit de kranten krijg je de indruk dat degenen die voor de Van der Valk-bedrijven verantwoordelijk waren werkelijk aan alle regels op het gebied van belastingen en sociale voorzieningen, en ook alle bestuursrechtelijke voorschriften die hun in de weg stonden, het meest volmaakte lak hadden.

Die indruk wordt kennelijk door veel van mijn mede-krantenlezers gedeeld. Vreemd misschien, maar die indruk riep blijkbaar bij een vrij groot aantal van die krantenlezers sympathie op. Zoiets als die brutale jongens vroeger op school, die overal lak aan hadden en zich van leraren, regels en straffen niets aantrokken. Daar hadden wij, medeleerlingen, een zekere bewondering voor, en een zekere sympathie. aarom vergaven we ze de manier waarop ze hun leeftijdsgenoten vaak lieten voelen dat ze daar óók lak aan hadden.

Vermoedelijk als uitvloeisel van dit soort sympathie riep de zaak-Van der Valk reacties op in de trant van: zij hebben het toch maar gemaakt, iets groots opgebouwd, veel mensen aan werk geholpen, enzovoort. Kennelijk wordt daarbij de redenering gevolgd dat het grootschalig tekort doen aan de heffende en betuttelende overheid maatschappelijk min of meer wordt goedgemaakt door de positieve effecten die de groei en bloei van de betreffende bedrijven heeft opgeleverd.

Daar zou ik even wat langer bij willen stilstaan. Dan wil ik het verder niet hebben over de strafrechtelijke kant van de zaak. Daar moeten anderen maar hun licht over laten schijnen. Er zijn ook interessante juridische aspecten buiten de sfeer van het strafrecht. Laten wij daarbij eens uitgaan van de hierboven weergegeven gedachte, die zoals ik al zei veel weerklank lijkt te hebben gevonden: het zijn misschien wel vrijgevochten jongens (m/v), maar zij hebben er toch maar iets groots mee opgebouwd, waar veel mensen profijt van hebben.

Er zit in die gedachte een verborgen premisse: namelijk dat het negeren van fiscale en bestuursrechtelijke regels weliswaar aan 'de staat' of aan 'het algemeen belang' tekort doet, maar dat 'dus' verder niemand daar slechter van is geworden.

Maar hoe kijk je daar nu tegenaan als concurrerende horeca-ondernemer die wél belastingen en premies afdraagt en die zijn vergunningen in orde heeft, als je moet opboksen tegen een nabijgelegen concurrent die zich nergens aan stoort? Inderdaad - dan vind je deze gedachtengang tamelijk onzinnig. Een concurrent die zich aan de regels houdt heeft veel zwaardere lasten dan zijn vrijbuitende collega. Bovendien kan hij zich veel minder bewegingsvrijheid veroorloven. Zijn concurrentiepositie wordt met dat al op een heel geniepige manier ondergraven. Er zijn dus heel wat anderen dan alleen maar 'de overheid' - ook 'gewone' deelnemers aan het maatschappelijk verkeer - die door dit soort normloze bedrijfsvoering worden benadeeld. Zoals bijvoorbeeld de bonafide collega's. Allicht ervaren die de concurrentie van een collega die overal lak aan heeft als hoogst oneerlijk.

Of zij daar juridisch ook gelijk in hebben is overigens niet met één woord te zeggen. Wie zich een voorsprong verschaft op zijn concurrenten door zich niet aan geldende regels te houden, begaat niet onder alle omstandigheden een 'onrechtmatige daad' ten opzichte van die concurrenten. Of dat zo is hangt van de omstandigheden af. Daarover heeft zich een genuanceerde jurisprudentie ontwikkeld.

Een kwestie die zich werkelijk goed met dit geval laat vergelijken is daarin nog niet aan de orde geweest. Maar ik doe een gok: ten opzichte van de concurrent die zelf géén boter op het hoofd heeft, is het wèl onrechtmatig als men een voorsprong neemt door stelselmatig de hand te lichten met de afdracht van belastingen, met vergunningenvoorschriften, veiligheidsvoorschriften, CAO- en brancheregelingen en al die andere regels die concurrenten in acht (moeten) nemen. Wie al die voorschriften negeert, en zich daarmee de ruimte verschaft voor het opzetten van een zeer succesvolle onderneming, groeit (mede) ten koste van zijn collega-ondernemers die zich wel aan de regels houden.

Tegenover de positieve effecten die het succes van de 'vrijbuiter' genereert staat een hoop narigheid in de vorm van door anderen gemiste succeskansen, en in de vorm van de niet-gerealiseerde positieve effecten van het succes dat die anderen anders vermoedelijk zouden hebben geoogst. Dat hoeven de benadeelde concurrenten dus niet over hun kant te laten gaan. Als het gedrag van hun buiten de wet opererende collega inderdaad onrechtmatig is, kunnen zij bij de rechter redres vragen, in de vorm van schadevergoeding en/of van een verbod van verdere overtredingen.

De meesten van ons hebben het die flinke jongens uit de klas die overal lak aan hadden waarschijnlijk direct vergeven dat wijzelf van tijd tot tijd ook het slachtoffer werden van hun gebrek aan egards. Misschien hebben sommigen van ons dat niet gedaan. Dan zat hun juridische instinct waarschijnlijk op de goede plaats.