Onderzoek gaat door; Zalm: geen dubbelrol in zaak Nusse

ROTTERDAM, 22 AUG. Minister Zalm van Financiën ziet in een potentiële belangentegenstelling van voorzitter mr. F. Loudon van de Stichting Toezicht Effectenverkeer geen aanleiding om het onderzoek naar de beurscontrole op de failliete effectenmakelaar Nusse Brink te wijzigen.

Loudon zat in het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs in de periode dat het toezicht op Nusse Brink aan de orde was. Deze week besloot de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de formele toezichthouder op de effectenwereld, na overleg met het ministerie van Financiën om samen met een externe accountant een onderzoek in te stellen naar de beurscontrole op Nusse Brink.

Dit effectenkantoor ging in augustus 1993 failliet, al had de interne controleur van de effectenbeurs (het Controlebureau) de twee jaar daarvoor steeds intensiever toezicht uitgeoefend. Tegen voormalige directeuren van het kantoor loopt nog een strafzaak.

Loudon was tot eind 1994 bestuurslid bij zakenbank MeesPierson. Hij maakte in het laatste kwartaal van 1993 in het beursbestuur plaats voor een collega bij MeesPierson. Door deze samenloop komt Loudon in de positie dat hij als voorzitter van de STE (sinds 1 juli van dit jaar) onderzoek uitvoert naar het beleid bij de beurs waarvor hij als bestuurslid mede verantwoordelijkheid droeg.

“Wij zien dat niet als een bezwaar”, zegt desgevraagd een woordvoerder van het ministerie van Financiën. Loudon maakte naar zijn zeggen geen deel uit van het selecte gezelschap dagelijkse bestuurders (de zogeheten Commissie van Gedelegeerden) waar de rapporten over het toezicht op effectenbedrijven worden behandeld. “Als bestuurder van de beurs heeft hij daar niet mee te maken gehad.” Het onderzoek moet de steeds weer opduikende twijfels over de controle op Nusse Brink uit de wereld helpen. Voorzitter G. Ybema (D66) van de vaste kamercommissie van Financiën, die de beurscontrole enkele maanden geleden tot onderwerp van een besloten hoorzitting maakte, noemt de voormalige beursfunctie van Loudon een “complicerende factor, maar niet zo bezwaarlijk dat de STE niet het onderzoek moet doen. Het is ook een stukje zelfonderzoek bij Loudon.” Ybema sluit overigens aanvullende onderzoeken niet uit, als blijkt dat het onderzoek van de STE zelf onvoldoende is. “Dan kunnen wij een vervolgonderzoek openen.”

In de Tweede Kamer lijkt voldoende steun voor een onderzoek door de STE. Alleen woordvoerder R. Smits van het CDA pleit voor een onderzoek door de Algemene Rekenkamer. Hij ziet de STE als onderdeel van het probleem van beurstoezicht dat juist onderzocht moet worden. Op 5 september staat overleg op de agenda tussen de vaste kamercommissie van Financiën en minister Zalm.

VVD-kamerlid H. Voûte-Droste ziet in het voormalige lidmaatschap van het beursbestuur van Loudon geen aanleiding een andere instantie het onderzoek te laten uitvoeren. “Ik zie het niet als een dubbele positie. Hij moet zijn verantwoordelijkheid nu waarmaken.”

Ybema dringt aan op maximale openbaarheid bij publicatie van het STE-rapport, al kan het voorkomen dat sommige informatie, bij voorbeeld over bedrijfsgegevens, alleen vertrouwelijk aan de Kamer wordt gerapporteerd. Het ministerie van Financiën wil zich over openbaarmaking nog niet uitlaten.