Ministers: politiekorpsen niet dwingen; Kamer wil herstel van jeugd- en zedenwerk

DEN HAAG, 22 AUG. De Tweede Kamer vindt dat het jeugd- en zedenwerk zo snel mogelijk in alle politiekorpsen in Nederland moet worden hersteld. De politieministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie) willen wel aan die eis voldoen, maar de bewindslieden zeggen over onvoldoende mogelijkheden te beschikken om de politiekorpsen daartoe te dwingen.

Met de invoering van de nieuwe Politiewet, ruim twee jaar geleden, is voor veel korpsen, met name die buiten de grote steden, het doek gevallen voor specialistische afdelingen als de milieu- en veldpolitie en jeugd- en zedenzaken. Met de grote Belgische zedenzaak in het achterhoofd pookt de Nederlandse politiek het vuurtje nu opnieuw op. De grote fracties van PvdA, CDA, VVD en D66 menen dat de bewindslieden de korpsen “meer moeten aansporen” het specialisme opnieuw in te voeren, zoals het Kamerlid Soutendijk (CDA) onlangs zei.

Behalve Kamerleden hebben de afgelopen jaren tal van instanties zich beklaagd over het wegebben van dit specialisme bij de politiekorpsen. Het Verwey-Jonker Instituut concludeerde nog dat de politie onvoldoende oog heeft voor zedenzaken, waardoor veel slachtoffers in de kou bleven staan. “Het praten met kinderen die een traumatische ervaring hebben gehad op seksueel gebied, is absoluut een specialisme”, zegt het Kamerlid Dittrich (D66). “Er moet meer geld komen om deze afdelingen bij alle korpsen te herstellen. De ministers moeten de korpsbeheerders dan maar van dat belang overtuigen.” Dijksman (PvdA) constateert dat de politie het jeugd- en zedenwerk er op dit moment bijdoet, naast het reguliere werk.

Ruim een jaar geleden zei minister Sorgdrager in een debat over de aanscherping van de straffen voor het bezit en de vervaardiging van kinderpornografie dat de politie-organisatie “niet van dien aard is dat een minister van Justitie, noch de minister van Binnenlandse Zaken zich zo direct moet bemoeien met de wijze waarop men een specialisme in een politiekorps gestalte geeft”. Hoe de korpsen hun zedenwerk inrichten is hun eigen zaak, als er maar voldoende aandacht voor is, aldus Sorgdrager destijds. Wel zegden Sorgdrager en Dijkstal toe het functioneren van het jeugd- en zedenwerk bij de politie te betrekken bij de evaluatie van de Politiewet, eind dit jaar.

De Tweede Kamer heeft zijn conclusies al getrokken. Kinderpornografie, kinderprostitutie en kinderhandel moeten met meer gestructureerd onderzoek en middelen worden bestreden, meent de Kamer. VVD'er Korthals zei vanochtend dat “als de Kamer het wil, het ook moet gebeuren”. De Kamer stelt immers ook het geld voor de politie beschikbaar, aldus Korthals. Hij dringt verder aan op een landelijke databank voor zedenmisdrijven bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). De CRI zelf pleit daar al langer voor omdat de politie zich nu te veel vastklampt aan incidentele zaken. Bij een gestructureerde aanpak kan de omvang van het probleem worden vastgesteld, aldus de CRI.

Eén van de zaken die landelijk moet worden geregeld is een DNA-databank, waarin de “genetische profielen” van verkrachters kunnen worden opgeslagen. Dat vindt onder meer de PvdA-fractie. Na een eerste veroordeling voor een ernstig seksueel misdrijf zouden de DNA-gegevens van de verkrachter moeten worden vastgelegd om de opsporing landelijk te vergemakkelijken. Andere fracties, waaronder de VVD, vinden het voorstel bespreekbaar, maar waarschuwen wel voor de gevaren van schending van de privacy van personen. Het Kamerlid Dijksman (PvdA) zei vanmiddag in een toelichting op het plan: “Ik vind dat de privacy van een verkrachter niet gaat boven het belang van een kind.”