Maya-blauw

In het bericht over Maya-blauw in W&O van 8 augustus haalt Hendrik Spiering aan dat in de jaren zestig al was ontdekt hoe deze kleurstof gemaakt kon worden. Het zal u misschien verrassen dat de ontdekker een trouw lezer van de NRC is, namelijk ondergetekende. Ik werkte destijds bij Shell Development Company in Houston.

Een archeologe, mevrouw Ada Swineford, vertelde mij over de puzzle van Maya Blue, en vroeg of ik daar eens naar kon kijken. Dat hebben we gedaan en het resultaat publiceerde ik in Science. Wij stelden vast dat de zeer lage concentratie van indigo in het pigment wees op de vorming van een adsorptie-complex waarin indigomoleculen uitsluitend op het externe oppervlak van het mineraal voorkomen. Voorts vonden wij dat de uitzonderlijke stabiliteit van het pigment tegen zuren, oplosmiddelen etc. alleen bereikt wordt als het adsorptie complex verhit werd. Wij schreven dit toe aan een disproportionering van de kristal-oppervlakken bij verhitting waardoor de geadsorbeerde indigo-moleculen in een silicaatlaagje ingekapseld worden. Daarmee was in principe het geheim van de stabiliteit van Maya Blue opgelost. Interessant is de vinding van de auteurs van het 1996 artikel betreffende de rol van microscopische metaaldeeltjes. Ik geloof dat dit niettemin geen algemeen voorkomend geval is, geldig voor alle soorten Maya Blue want, als ik me goed herinner, is de blauwe kleur op de ruïnes van Chizen Iza bijvoorbeeld vrij licht. U moet maar eens in Yucutan gaan kijken, de Maya-ruïnes daar zijn fascinerend!