Koppigheid peuter ligt vooral aan zijn ouders, niet aan zijn levensfase

De 'terrible twos' ofwel de leeftijdsfase van de koppige peuter van twee is het schrikbeeld van menig ouder. Het is de leeftijd waarop je je kind beter niet mee kunt nemen op visite of naar de supermarkt. Alles wil zo'n tweejarige zelf doen. En als hij hierin wordt gehinderd door een goed bedoelende ouder of door zijn beperkte begripsvermogen, kan hij zich vol overgave op de grond gooien voor een driftbui.

Ontwikkelingspsychologen hebben deze fase wel eens omschreven als 'de eerste puberteit', omdat in beide ontwikkelingsfasen de verzelfstandiging en de ontwikkeling van het 'ik' centraal staan. Beide fasen worden gekenmerkt door grote emotionele turbulentie en labiliteit. Niet voor niets is het daarom voor veel ouders een zware periode. Maar - zo is het algemene idee - ieder kind moet er nu eenmaal doorheen, en daar kun je als ouder niet veel invloed op uitoefenen. Bij deze wijdverbreide opvatting worden nu vraagtekens geplaatst door het onderzoek van de bekende ontwikkelingspsycholoog Jay Belsky en zijn collega's Sharon Woodworth en Keith Crnic van de Amerikaanse Penn State University (Child Development, april 1996).

De koppigheidsfase is een mythe, verzonnen door onmachtige ouders. Volgens Belsky is er sprake van een paar rotte appelen 'giving the barrel a bad name'. De meeste tweejarigen zijn helemaal niet zo koppig. Deze conclusie baseren hij en zijn groep op een onderzoek bij 69 gezinnen met een zoontje. De moeders, vaders en kinderen werden tijdens huisbezoeken geobserveerd wanneer de jongens, 15, 21, 27 en 33 maanden oud waren. Ouders die een autoritaire opvoedingsstijl hanteerden, vonden hun kind in het algemeen lastig en onhandelbaar. Zij probeerden hun kind te controleren zonder uitleg te geven of rekening te houden met zijn wensen. Hoe temperamentvol het jongetje was als baby, bijvoorbeeld hoeveel hij huilde, had veel minder invloed op zijn latere gedrag. De onderzoekers geven verder aan dat deze autoritaire opvoedingsstijl samengaat met andere kenmerken. Autoritaire ouders bleken meer last te hebben van stress, hebben het financieel slechter en ontvangen minder steun van mensen uit hun omgeving. Het lijkt er dus op dat als ouders zeggen dat hun kind zo lastig is, dit meer zegt over de manier waarop zij met hun kind omgaan dan over het kind zelf. Zij hebben vooral moeite met de ontluikende identiteit van hun kind. De onderzoeksgroep van Belsky blijft de jongetjes in hun verdere leven volgen. Om meer inzicht te krijgen in de 'terrible twos' zullen overigens ook de lotgevallen van meisjes moeten worden onderzocht.