Een plaats moet badplaats worden

HOEK VAN HOLLAND. Soms kan een mens geraakt worden door de gewoonste dingen. Een brokkelig asfaltweggetje dat plotseling ontroert. Een verlaten schoolplein dat de adem doet stokken. Een spoorwegovergang die zich in onverwachte schoonheid openbaart. Een veldje met brandnetels dat weemoed oproept. Het zijn gewone dingen, en ze zijn niet bedacht om die gevoelens op te roepen. Maar juist omdat ze zo onbestemd zijn kunnen ze door de toevallige passant opnieuw worden bedacht.

Een ander voorbeeld. We nemen de trein naar Hoek van Holland en lopen daar de Badweg af. Die weg golft een beetje, hij voert langs groen struikgewas en af en toe een paar huizen. De Badweg heeft wat elke goede badweg heeft: lage begroeiing, een lichte lucht recht voor je, en de zekerheid dat de weg binnenkort ophoudt. Deze badweg houdt de spanning er wel lang in, maar net als je denkt dat het strand nooit komt, is het er opeens. De weg gaat een beetje omhoog, het asfalt verandert in tegels en de tegels in zand. We zijn op het strand, en zo'n driehonderd meter verderop is de zee.

Het is 27 graden, maar het is niet druk. Hier en daar zit een gezin, met kinderen en schepjes. Weinig parasols, weinig ligbedden en de voertaal is Rotterdams. Het zand is niet zo wit als in de Bountyreclame en het is ook niet uitgesproken rul en dik. Maar het is een vriendelijk strand, zo'n strand waar monsieur Hulot zijn vakanties doorbracht.

De strandtenten heten Zeebad, De Zeemeermin en De Zeebries. Ze zien eruit zoals het hoort: uitgebeten plankieren, hout met witte verf die een vergeefse strijd voert tegen zon en wind, een paar badgasten op het terras en een paar stamgasten in korte broek aan de tap.

Als je schuin achter je kijkt zie je een enorme zandzuiger boven het helmgras voorbijglijden. Kijk je opzij dan zie je kranen, buizen en opslagtanks. En de pier, een zakelijke betonnen strook. Je kunt erop klimmen en honderden meters de zee in lopen. Rechts is de zee en links het grootste zeegat van Europa: de Nieuwe Waterweg. Reusachtige schepen varen af en aan. Japanse auto's voor Duitsland komen hier langs, Nederlands veevoer voor Argentinië en Amerikaanse computers voor ons.

Op het strand van Hoek van Holland is veel te zien, en het prettige is dat het strandleven zich daarnaar schikt. Het is alsof de schepen, de kranen en de opslagtanks zeggen: wij waren hier eerst, en doen jullie nu maar gewoon. De zee is er ook voor andere dingen. De zoete lucht van Ambre Solaire vermengt zich met de geur van stookolie. De badgast legt zijn handdoekje op het zand en vindt dat hij het erg heeft getroffen. Hij denkt: wie had gedacht dat je hier zo heerlijk in de zon kunt liggen?

Het is de bescheiden triomf van de mens die zijn omgeving van een nieuwe definitie heeft voorzien. Hij is even ontsnapt aan de voorgeschreven betekenissen, hij heeft het bijzondere in het alledaagse ervaren en hij houdt daar een tevreden gevoel aan over.

Jammer genoeg worden dat soort ervaringen steeds zeldzamer. Dat komt doordat de omgeving zich specialiseert. Industrie komt op industrieterreinen, woningen verrijzen in woonwijken en verkeer wordt op rondwegen afgewikkeld. Recreatie wordt naar recreatiegebieden verbannen, bestemmingsplannen ontfermen zich over onbestemd gebied. Zo rukt de monocultuur op en zo worden de mensen hun vrije interpretaties afhandig gemaakt. Gelukkig dat Hoek van Holland er nog is.

Zou je denken. Maar volgende maand gaat de raad van de deelgemeente Hoek van Holland een besluit nemen over het Ontwikkelingsplan Waterwegcentrum Hoek van Holland aan Zee. Het is opgesteld door een ambtelijke projectgroep. Als de deelgemeenteraad zijn fiat geeft kunnen de projectonwikkelaars aan de slag, want Hoek van Holland moet nu eindelijk eens een moderne badplaats worden. Daarom moeten er meer mogelijkheden tot vermaak komen: strandfitness, ezel rijden, dagrecreatie. Een boulevard om te flaneren en te wandelen is dringend gewenst. Winkels moeten er verrijzen, met produkten gericht op recreatie, souvenirs en funshopping. Veel meer horeca moet er komen, hotels, en de kwaliteit van de strandtenten moet omhoog. De spoorlijn wordt doorgetrokken tot aan het strand, de Badweg krijgt huizen en aan het eind komt een Zeeplein met een hoog gebouw. Het gaat om “het versterken van de samenhang in het toeristisch produkt”, aldus het projectteam.

Maar waarom? Wat mankeert er eigenlijk aan Hoek van Holland? Het is een economische kwestie. De gemiddelde dagrecreant geeft maar 14,50 gulden uit, heeft men uitgerekend, en dat moet makkelijk naar 17 gulden kunnen. Bovendien moeten er meer recreanten komen en ze moeten er langer blijven. Als je nu van het strand komt zijn er geen redenen om nog wat in Hoek van Holland rond te hangen, en dat moet anders.

Nu biedt Hoek van Holland nog te veel mogelijkheden tot vrije interpretatie, straks is de plaats een samenhangend toeristisch produkt. Nu is het nog een plek die je zelf kunt ontdekken, straks zal een recreatieve monocultuur helderheid scheppen. Nu is het er nog leuk, straks niet meer.