Busbedrijf dingt mee naar vier spoorlijnen

ROTTERDAM, 22 AUG. Het Limburgse streekvervoerbedrijf Hermes heeft belangstelling voor de exploitatie van vier spoorlijnen in zijn werkgebied. Dit heeft de directie per brief laten weten aan minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat).

De minister wil in het najaar een beslissing nemen over de toekomst van dertig onrendabele spoorlijnen. Deze spoorlijnen zijn dit voorjaar door de NS voorgedragen voor de zogeheten contractsector: omdat er in de exploitatie (veel) geld bij moet, wil de NS voor het vervoer over deze lijnen een contract sluiten met de overheid, waarbij de overheid een deel van de kosten voor haar rekening neemt. De minister kan die verbindingen subsidiëren, maar kan ook besluiten een aantal ervan aan te besteden, opdat ook andere vervoerders kunnen dingen naar een contract. Mogelijk zouden die het beter of goedkoper kunnen dan de NS.

Het is inmiddels wel duidelijk dat er bij andere partijen volop belangstelling bestaat voor het exploiteren van de spoorverbindingen. De VSN Groep, de holding van vrijwel alle streekvervoerders, had de minister al eerder laten weten belangstelling te hebben. De directies van de regionale dochtermaatschappijen moesten bekijken wat in hun werkgebied mogelijk is. Hermes is de eerste VSN-dochter die de belangstelling concreet heeft gemaakt en zich heeft gemeld bij het ministerie.

Het gaat om de huidige NS-verbindingen Geldermalsen-Tiel-Arnhem, Roermond-Nijmegen en Heerlen-Maastricht. Bij die laatste zou je ook moeten kijken naar verlenging naar Luik en Aken, aldus H. van der Spek van Hermes. Naast de NS-lijnen heeft Hermes ook het oog laten vallen op een stuk IJzeren Rijn (Neerpelt-Weert-Roermond-Mönchengladbach). Op welke manier het vervoer op die verbindingen moet worden onderhouden - licht spoormaterieel of bussen - is nog niet duidelijk. Als de minister per se zou willen dat er normaal, zwaar treinmaterieel op blijft rijden, dan heeft Hermes geen belangstelling, aldus Van der Spek.

De streekvervoerder denkt de lijnen goedkoper te kunnen exploiteren dan de NS door lichter materieel in te zetten en door een betere integratie van de verbindingen in het regionale vervoernet.