Balletjeballetje (2)

Het artikel 'Balletjeballetje als wetenschap' in W&O van 8 augustus bevat een duidelijke onjuistheid. Het syllogisme is juist heel geschikt om aan te tonen dat de redenering van de beide statistici uit Hamburg, een ongeldige redenering is. Als vanuit de beide premissen a) als een individu menselijk is, dan is het onwaarschijnlijk dat de het de paus is, en b) Johannes Paulus II is de paus, wordt geconcludeerd 3) hij is geen mens, dan is dat ongeldig (geldig zou zijn: hij is een onwaarschijnlijke mens).

Als vanuit het onwaarschijnlijk zijn van iets, wordt geconcludeerd dat het er niet is, dan ontbreekt daarvoor de logische basis, ook al zal dit voor statistici wennen zijn (of het moet zijn dat er nog een premisse wordt gebruikt, in de trant van: als het voorkomen van iets onwaarschijnlijk is, wordt dat als niet-bestaand begrepen).

Met een syllogisme kan worden aangetoond welke conclusie op geldige wijze volgt uit bepaalde premissen. Statistiek heeft betrekking op getalsmatige correlaties. Dat die correlaties niet altijd geldig beredeneerd kunnen worden, is geen kritiek op het geldig redeneren (al dan niet met syllogismen), maar veeleer op de geldigheid van statistische gegevens.

Als zodoende iets is aangetoond, dan is het niet het falen van het aristotelische syllogisme, maar het falen van de statistiek om (volledig) te voldoen aan de regels voor logisch redeneren. De door de auteur van het artikel geconstateerde fout ligt niet bij het aristotelische syllogisme, maar bij het gebruik dat daarvan in het voorbeeld gemaakt is: de redenering is ongeldig.