Academici zonder werk geven college zonder vergoeding

AMSTERDAM, 22 AUG. Universiteiten laten gepromoveerde onderzoekers college geven en onderzoek doen zonder dat daar betaling tegenover staat. De werkloze academici doen dat meestal op eigen verzoek, om hun kansen op een baan te vergroten. De beloning bestaat uit 'boekenbonnen' of 'minder dan een onkostenvergoeding'.

Bij de Groningse vakgroep archeologie lopen op dit moment vier vrijwilligers rond. Volgens subbeheerder L. Tol 'zeer hooggekwalificeerde' voormalige assistenten in opleiding (aio's) en onderzoekers in opleiding (oio's). Ze mogen van de faciliteiten van de universiteit gebruik maken, krijgen een bureau, een e-mailadres en een computer toegewezen. Ze zijn onbetaald, maar wel verzekerd voor de tijd die ze op de werkplek doorbrengen. Tol: “In ruil daarvoor geven ze wel eens college of werkgroep of organiseren ze een congres. Daar betalen we ze niet voor, nee. Hooguit een flesje wijn.”

De werkloze doctor die zich bij Amerikanistiek in Amsterdam meldt, wordt met open armen en gesloten beurs ontvangen. “Het is bezopen”, vindt prof.dr. R. Kroes. “Maar ik denk dat het alleen maar zal toenemen. Getalenteerde onderzoekers die een verstandig curriculum vitae op proberen te bouwen terwijl ze even op dood tij zitten, kloppen bij ons aan. En bij een bezuinigende universiteit zijn ze aan het juiste adres.”

Ook de faculteit elektrotechniek van de Universiteit Twente maakt gebruik van de diensten van gepromoveerde vrijwilligers, weet decaan prof.dr.ir. J. van Amerongen. “Een paar per jaar, denk ik”. Tot ze een baan hebben gevonden kunnen de gepromoveerden onderzoek doen in de laboratoria van zijn faculteit, “om hun vaardigheden op peil te houden”.

Van Amerongen: “Als ze gratis willen komen werken zijn ze welkom. Wel wordt van iedereen die bij ons rondloopt iets terug verwacht. Hij of zij zal studenten moeten helpen. In de praktijk lopen vrijwilligers hooguit een jaar rond, want voor onze gepromoveerden is de arbeidsmarkt willig.”

De vereniging van universiteiten VSNU kent “deze constructie”, aldus een woordvoerder, maar weet niet op welke schaal de praktijk zich voordoet. “Het is geen formeel beleid. Het zijn afspraken op vakgroepsniveau, tussen een individuele hoogleraar en zijn onderzoeker. Het komt naar ons idee voornamelijk in de alfa-hoek voor. Daar is de werkgelegenheid voor de gepromoveerde buiten de universiteit vrij gering.” Het ministerie van Onderwijs is niet op de hoogte van deze praktijk, aldus een woordvoerder.

Pag.3: 'Vrijwilligers verhullen vergrijzing universiteit'

Volgens de VSNU verhullen de vakgroepen met de inzet van vrijwilligers het gebrek aan open vacatures door de vergrijzing op de universiteit. “Als we niet oppassen creëren we een lost generation van onderzoekers op de universiteit”, aldus de woordvoerder van de VSNU. “We hebben het probleem ook aangekaart bij het ministerie. De minister heeft ons al toegezegd dat hij een potje voor jonge hoogleraren wil vrijmaken.”

Zolang dat niet het geval is, is een positie als voluntair vaak het enige wat vakgroepen hun getalenteerde gepromoveerden kunnen bieden. “Met een mooi woord heet het de 'vierde geldstroom'. En die is erg leeg”, aldus prof. dr. P.C. Muysken, hoogleraar Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). “Deze vrijwilligers geven meestal geen verplichte colleges, maar colleges die een aanvulling zijn op het programma. Het zou kwalijk zijn als de vakgroep echt op deze mensen moest leunen.” Soms wordt de aanstelling op de een of andere manier geformaliseerd. Een vrijwilliger kan een zogeheten 'nul-aanstelling' krijgen of de status van 'gast-onderzoeker'. Volgens het faculteitsbureau van Letteren van de UvA gaat het in beide categorieën om “enkele tientallen” per jaar. “Officieel mogen ze geen structurele taken uitoefenen”, aldus directeur drs. N. Verhagen. “Maar incidentele colleges, waarbij ze over hun eigen onderzoek vertellen, daar is niks op tegen.”

Enkele vakgroepen hebben een antieke functie opnieuw ingesteld, die van privaat-docent. Bij de vakgroep Slavische taal- en letterkunde van de UvA werken drie privaatdocenten zonder salaris. Volgens slavist dr. E. Honselaar van de vakgroep geeft een privaatdocent Servokroatische conversatielessen die eigenlijk in het reguliere studieprogramma horen. “Wij zouden het zelf moeten geven”, aldus Honselaar. “Maar we kunnen het niet. We hebben er ook geen geschikte docent voor kunnen vinden.”

Bij Amerikanistiek in Amsterdam moeten drie docenten (van wie twee in deeltijd) aan 150 studenten een volwaardig programma bieden. Hoogleraar Kroes vult aan: “En promovendi begeleiden, èn zelf onderzoek doen, èn voorlichting geven op school, èn congressen organiseren, èn veel publiceren. En iedereen doet of er niets aan de hand is!” Kroes ziet zijn baan zo langzamerhand als een 'soort impressariaat': “Gastdocenten halen, interessante colleges bij andere vakgroepen uitzoeken en als getalenteerde werkloze doctores naar mij toe komen met het verzoek of ze gratis college mogen geven, knijp ik mijn handen dicht en zeg: heel graag!”

Uit oogpunt van de verrijking van het onderwijs juicht Kroes de inzet van een hooggekwalificeerde voluntair toe. En voor de vrijwilligers is het een manier om een 'verstandig cv' op te bouwen. “Maar het is natuurlijk idioot. In de Verenigde Staten is dat door contractonderwijs opgelost. Bij ons is daar geen geld voor.” Verschillende faculteiten hebben vrijwilligerswerk bij de vakgroepen expliciet verboden, zoals op de letterenfaculteit in Nijmegen en in Leiden. Y. van Ieperen, hoofd personeelszaken van de Letterenfaculteit in Leiden, is ze wel eens tegengekomen en sluit niet uit dat het vaker voorkomt. “Het leidt tot schimmige toestanden. Bij de vrijwilliger worden verwachtingen gewekt die niet worden waargemaakt. En voor de organisatie is het ook niet goed. Wat doet een vakgroep als zo'n 'gastonderzoeker' midden in een collegecyclus wegloopt?” Ook prof dr. H.C.M. de Swart van de Tilburgse vakgroep wijsbegeerte wil “onder geen beding gepromoveerde vrijwilligers inschakelen”. “Al zijn er bij van wie je denkt, had ik die maar in dienst en strijkt het tegen al mijn gevoel in om ze de deur te wijzen. Het is een schande dat Nederland zijn beste mensen laat doodvallen als ze zijn gepromoveerd. Wanbeleid, bah ik heb er geen woorden voor.”

In Groningen sluit prof.dr. H.J.W. Drijvers van Semitische talen en culturen, niet uit dat hij vrijwilligers “onderdak zal geven”. Ook in het belang van de vakgroep. “Ik vind het heel pover, armetierig, gênant, en schlemielig. Maar het wordt voor ons steeds belangrijker goede wetenschappers vast te houden. Dan trek je alle registers open. Aan het begin van de 21ste eeuw zal een groot aantal medewerkers met pensioen gaan door onevenwichtige leeftijdsopbouw. Je moet goede wetenschappers in voorraad hebben die de plaatsen overnemen. Het is dus geen vriendendienst: de gepromoveerde heeft er baat bij, maar de vakgroep net zo goed.”