Stadspartij ruziet raadsfractie kapot

ROTTERDAM, 21 AUG.De Rotterdamse Stadspartij is gisteren in tweeën gescheurd na een uitbarsting in het conflict tussen raadslid M. van Grunsven en de rest van de partij. Collega-raadslid M. Kneepkens wil de reeds geroyeerde Van Grunsven uit de partij zetten, nu ze weigert haar zetel halverwege de zittingsperiode beschikbaar te stellen aan haar opvolgster Darya Hoogcarspel. Die werd door haar ooit gekarakteriseerd als een 'zwak dametje'.

De jonge partij vindt dat raadsleden regelmatig moeten afwisselen om te voorkomen dat zij zich als regenten zouden gaan gedragen. Kringen om Van Grunsven verwachten dat zij als eenmanspartij doorgaat. Van Grunsven was niet bereikbaar voor commentaar.

Dichter en raadslid Kneepkens zal als dat gebeurt toch met haar samenwerken, “zoals je met andere partijen samenwerkt”. “Het is tussen haar en mij altijd en verstandshuwelijk geweest. Ik vond het heel moeilijk om met iemand te werken die geen compromissen sluit”, aldus Kneepkens.

De Stadspartij had vorig jaar groot succes met haar protest tegen de opdeling van Rotterdam in stadsprovincies. De Rotterdamse bevolking wees dat plan massaal af, wat tot een crisis in het college van B en W leidde. De Stadspartij, tot de scheuring twee zetels groot, stond toen in de peilingen op acht zetels.

Dit voorjaar werd tijdens een ledenvergadering het smeulend ongenoegen over Van Grunsvens functioneren al duidelijk. Met een meerderheid van twee stemmen werd zij weggestemd, ondanks de 'hulptroepen' van de Junkiebond die op uitnodiging van Van Grunsven meestemden. Van Grunsven werd kort daarop geroyeerd, maar ze bleef in het raadsbankje zitten. “Marie haar kont plakt aan het pluche”, oordeelde partijvoorzitter W. Bekenkamp bij die gelegenheid.

Een bemiddelingspoging van voormalig Tweede Kamerlid P. de Visser is onlangs mislukt. “Ik heb haar maanden geleden een pakket voorstellen gedaan. Ze kon fractie-assistent worden en een hoge plaats op de lijst krijgen bij de volgende verkiezingen. De partijvoorzitter was zelfs bereid voor haar af te treden. Maar het is een hele dominante vrouw. Ze wil haar zetel gewoon niet opgeven. Ze houdt niet van nederlagen.”

Volgens De Visser spitst het conflict zich toe op de verhouding tussen Van Grunsven en de partijvoorzitter. “Het zijn twee dominante mannetjesnijlpaarden”, zegt De Visser. “Het opvallende is dat het vroeger dikke vrienden waren. Ze zijn vlak na de oprichting samen bij de partij gekomen.”