Miljonairs met nulinkomen

Onthutst lazen velen vorige week de krantenberichten dat zo'n drieduizend miljonairs geen belasting zouden betalen. Bij een enkeling riep het bericht andere gevoelens op. Op de opiniepagina van vrijdag van deze krant liet de heer F. Paternotte juist de vrije loop aan zijn ongenoegen over het Nederlandse belastingstelsel. Wat is er aan de hand?

Onze belastingwetgeving kent een regeling waarbij nooit meer dan 68 procent van iemands inkomen wordt wegbelast. Daarbij gaat het om inkomsten- en vermogensbelasting samen. De regeling moet mensen beschermen die een groot vermogen hebben (bijvoorbeeld een bedrijf) dat slecht rendeert. In zo'n situatie gaat het niet aan om de toch al karige inkomsten helemaal weg te belasten.

Maar ook mensen met fantastisch draaiende bedrijven kunnen het zo opzetten dat ze geen fiscaal inkomen hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld afzien van het opnemen van salaris of dividend uit hun bedrijf; ook kunnen ze tegenover hun belastbare inkomen een even grote aftrekpost opvoeren. Bijvoorbeeld rente op een lening. Op die manier kan het gebeuren dat zeer rijke mensen een belastbaar inkomen van nul-komma-nul gulden hebben en dus 68 procent van nul aan inkomsten- en vermogensbelasting betalen.

Dat opmerkelijke feit is voor fiscalisten de vanzelfsprekendste zaak van de wereld, terwijl niet-fiscalisten van hun stoel vallen van verbazing als ze er over horen. Tot die laatste categorie behoort de fiscaal specialist van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, professor Rick van der Ploeg. Die is weliswaar hooggeleerd maar van belastingen weet hij niet zo veel. Daarom informeerde hij bij zijn partijgenoot staatssecretaris Vermeend (Financiën) hoe de vork in de steel zit. Vermeend had overigens net maatregelen tegen de nulinkomens voorgesteld. Daardoor was zijn antwoord op de Kamervraag voorspelbaar; dat het toch sterk de aandacht trok kwam door de onthulling van het aantal mensen dat door een nulinkomen helemaal geen belasting betaalt.

Het gaat om 2.000 à 4.000 personen, overigens niet allemaal miljonair. Maar voor degenen die al van streek raken bij dat aantal ontwijkers is er nog iets om over na te denken. Naast de duizenden met een nulinkomen zijn er tienduizenden die bijna helemaal aan de vermogensbelasting ontsnappen door een minimuminkomen op te voeren. Overigens gaat het ook dan om een minderheid van de ongeveer 100.000 huishoudens met meer dan een miljoen gulden in de knip.

Het is duidelijk dat het inzetten van de 68-procentsregeling al vele jaren standaardwerk is in de belastingadviespraktijk. Dat klinkt als een flagrante onrechtvaardigheid. Er zit evenwel een andere kant aan de medaille en die houdt de heer Paternotte vooral bezig. Ook de overheid gedraagt zich namelijk ongegeneerd. Die heft over dezelfde bedrijfswinst eerst bijna 40 procent vennootschapsbelasting en na de dividenduitkering aan de aandeelhouders vervolgens tot 60 procent inkomstenbelasting. Dat die zogenaamde dubbele heffing (die in internationaal verband uitzonderlijk is) niet tot een belastingopstand leidt, komt door de inventiviteit van belastingadviseurs en de nabijheid van Belgische villawijken.

Staatssecretaris Vermeend presenteert nu een voorstel om zowel het nulinkomen te bestrijden als die dubbele heffing af te zwakken tot ongeveer 50 procent. Dat wordt algemeen gezien als een meesterzet van de bewindsman. De Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs put zich zelfs uit in complimenten aan alle betrokkenen. Daarbij heeft de Federatie waarschijnlijk niet het oog gehad op de Raad van State, die Vermeend heeft opgejut tot een maatregel die wijd en zijd kritiek oproept: het met terugwerkende kracht invoeren van een beperkte vermogenswinstbelasting.

Deze heffing moet gelden bij aandelenbezit in een bedrijf van meer dan vijf procent; zij gold in beperkte vorm al voor degenen die meer dan eenderde van de aandelen in een bedrijf hadden. Tot 1 januari 1997 kunnen de nieuwelingen in de beoogde heffing hun aandelen nog onbelast verkopen. Na die datum moeten ze ook over de vóór 1997 opgebouwde waardestijging 25 procent belasting betalen.

Duizenden aandeelhouders dreigen door het ontstaan van deze fiscale claim tijdens de jaarwisseling tonnen armer te worden. Ze kunnen twee dingen doen. De koninklijke weg voert naar hun vertegenwoordiger in de Tweede Kamer. Omdat dergelijke terugwerkende kracht inderdaad niet redelijk is, zit het er dik in dat die tijdens de parlementaire behandeling sneuvelt. Het is toch al meer het bedenksel van de Raad van State dan van Vermeend zelf. Maar het duurt nog wel even voordat daar zekerheid over bestaat. Dat is vervelend want een groot aandelenpakket verkoop je niet een-twee-drie. Bovendien lopen de vermogende Nederlanders niet altijd over van vertrouwen in de Tweede Kamer. Zij hebben hun eigen visie op democratie: zij stemmen met de voeten. Een stap over de Belgische grens is nu voor velen dichterbij dan de fatale datum van 1 januari 1997. De onzekerheid die Vermeend heeft geschapen is alleen goed voor belastingadviseurs, notarissen en verhuisondernemers.