Keuze Paradijsfilms opnieuw erg willekeurig

Project 'Les Films du Paradis II' is te zien in 52 filmtheaters in heel Nederland.

Precies een jaar geleden lanceerde het Nederlandse Filmmuseum ter gelegenheid van het eeuwfeest van de cinema het project 'Les films du paradis'. 52 klassieke geluidsfilms rouleerden gedurende 52 weken in 52 bioscopen en filmtheaters, begeleid door een brochure en een catalogus.

Het experiment was in de filmhuizen of, zoals die sinds enige tijd heten, filmtheaters een redelijk groot succes, zodat met ingang van morgen 52 andere films volgens hetzelfde 'carrousel'-principe voor een jaar ingezet worden. Alleen in de reguliere bioscopen viel de filmhistorische belangstelling tegen, zodat uit die categorie alleen Alfa te Amsterdam overbleef.

De bezwaren die we vorig jaar op deze plaats tegen de selectie van de paradijsfilms inbrachten, zijn ook op de tweede keuze van toepassing. De afwezigheid van zwijgende films is weer opvallend. Later dit seizoen wil het Filmmuseum dat goed maken door het roulement van enkele in eigen huis geconserveerde semi-klassiekers als Frank Borzages Lucky Star (1929), Robert Wiene's Raskolnikov (1923), Germaine Dulacs La belle dame sans merci (1921) en Alfred Hitchcocks Downhill (1927).

Opnieuw is de lijst willekeurig en lijkt bepaald door toevallige beschikbaarheid, vooral in het pakket van recentelijk door de aan het Filmmuseum gelieerde distributeur International Art Film opnieuw uitgebrachte titels.

De oudste film, Sergei Eisensteins Ivan de Verschrikkelijke/Ivan Grozni stamt pas uit 1945, de op een na oudste is Vittorio de Sica's Umberto D. (1951). Op tien na dateren de geselecteerde films van na 1960, de meest recente zijn Tsai Ming-liangs Vive l'amour/Aiqing wansui en Quentin Tarantino's Pulp Fiction, beide uit 1994. Een van de films, Subarnarekha (1965) van de Bengaalse regisseur Ritwik Ghatak, aan wie het International Filmfestival Rotterdam in 1991 een retrospectief wijdde, is voorzover we na kunnen gaan zelfs nooit eerder in Nederland uitgebracht en is dus eerder een winkeldochter dan een klassieker.

Ook het trekken van nieuwe kopieën, zoals in een fors aantal gevallen bij het eerste programma gebeurde, behoort nu tot de uitzonderingen (Subarnarekha en de eerder deze zomer al opnieuw uitgebrachte Professione: reporter van Michelangelo Antonioni).

Het initiatief om een groot aantal oudere films op deze brede manier opnieuw in omloop te brengen verdient alle lof èn een zorgvuldiger, meer genereuze en initiatiefrijke aanpak.

    • Hans Beerekamp