Jan de Bonts Twister is rampenepos zonder zuchtje menselijk drama; Wie storm wil oogsten moet door het oog van de naald

Twister. Regie: Jan de Bont. Met: Helen Hunt, Bill Paxton, Jami Gertz, Cary Elwes, Lois Smith. In 95 theaters.

Een dictator is regisseur Jan de Bont genoemd door enkele van zijn medewerkers. Maar volgens Bill Paxton, de hoofdrolspeler van De Bonts nieuwe film Twister, valt dat best mee. “Hij is niet erger dan generaal Patton, of Rommel,” zei hij tegen het Engelse filmblad Empire. “Maar hij is wel het soort man dat een pantserdivisie kan leiden.”

Voor Twister, een achtervolgingsfilm met wetenschappers en wervelstormen in de hoofdrol, beulde De Bont 93 dagen lang zijn cast en crew af in het boomloze Midden-Westen van Amerika. De tornado's werden getrukeerd op de computer, maar dat vrijwaarde de filmmakers niet van chaos en ontberingen. Hittegolven en stofstormen gooiden het draaiboek in de war, terwijl de acteurs het af en toe bijna aflegden tegen de windkracht 12 die werd opgewekt door vliegtuigmotoren en de buien van geschilferd ijs die voor het felrealistische effect over hen werden uitgestort.

Het resultaat mocht er zijn. Dankzij de straffe hand van de Nederlandse Amerikaan Jan de Bont - twee jaar geleden verantwoordelijk voor het succes van Speed - werden de actiescènes van Twister een bezienswaardigheid. De zigzaggende zwarte slurven van de 'twisters', de opgeslorpte schuren en auto's, de rondvliegende wrakstukken - ze zijn allemaal even perfect en overtuigend in beeld gebracht. Meteorologen mogen klagen over de valse informatie die over wervelwinden wordt verspreid ('de luchten kloppen niet', 'geen tornado is meer dan een paar seconden op dezelfde plaats'), het publiek stroomt toe. Met een recette die de 300 miljoen dollar nadert, is Twister hard op weg de succesvolste film uit de geschiedenis van Hollywood te worden.

En dat terwijl de plot van de film bijna te slap en te kinderachtig is om na te vertellen. Paxton speelt een meteoroloog die onlangs zijn bestaan als tornado-onderzoeker heeft ingeruild voor dat van weerman bij een televisiestation, maar die per ongeluk nog één keer verzeild raakt in een storm chase met zijn oude makkers - onder wie zijn ex-vrouw (Helen Hunt, die met haar spijkerharde, interessante gezicht het archetype is van de Intelligente Vrijgevochten Vrouw). Tijdens de gevechten met de elementen groeien de echtelieden als vanzelf weer naar elkaar toe, en wordt en passant afgerekend met een oude gemeenschappelijke vijand.

Oude liefde roest niet, luidt de moraal. En ook: wie storm wil oogsten moet door het oog van de naald. Eigenaardig genoeg is het scenario van Twister van Michael Crichton, die als auteur van onder andere Jurassic Park en Disclosure toch in staat moest worden geacht om een pakkend verhaaltje te verzinnen. Maar spanning is ver te zoeken en de dialogen zijn ondermaats of gewild grappig. Het enige dat kenmerkend is voor het werk van Crichton zijn de didactische uitweidingen over opbouw en levensloop van een tornado, of over het verschil tussen 'een 4 en een 5 op de schaal van Fujita'.

Emotie maakt Twister niet los, of het moest bewondering zijn voor de soms adembenemende opnamen waarop voormalig cameraman De Bont ons vergast. De Bont is een meester in weidse helicoptershots die je het gevoel geven dat je aan een hangglider boven de maïs- en korenvlakken van Oklahoma en Iowa zweeft. De beelden van twee witte tornado's die uit het water oprijzen als parende reuzenslangen zijn van een haast abstracte schoonheid, net als de shots van de stoet van zwarte stormvolgauto's die als een memento mori voortdurend het onheilszwangere landschap doorkruist. En alleen een zuurpruim kijkt niet verrast naar de creatief gefilmde verwoesting van een drive-in-bioscoop die zich voltrekt op het moment dat Jack Nicholson in The Shining met zijn bijl op een deur inhakt.

Maar mooie beelden en baanbrekende special effects maken nog geen goede film. Twister is een revitalisering van het ouderwetse rampenepos, maar dan zonder een zuchtje menselijk drama. Het is alsof je zit te kijken naar een natuurfilm (zij het een die is doorsneden met fragmenten van de Camel Trophy): je bent gefascineerd, maar niet betrokken. De Bonts schuld is dat niet: in de beste traditie van Speed haalde hij meer uit het script dan erin zat. De scène met de dubbele tornado is daarvan een goed bewijs: als Hunt en Paxton in hun auto de wervelstorm naderen, vliegt er plotseling een Friese stamboekkoe langs hun raam - alsof De Bont nog even knipoogt naar zijn oude vaderland.