Intellectuele kudde

Guido Goossens schreef op 14 augustus over de saaiheid van de Nederlandse politieke cultuur. Hij heeft volkomen gelijk. Alleen, het probleem is breder en dieper dan hij schetst. Breder, omdat het verschijnsel dat hij beschrijft zich op zijn minst in heel Europa voordoet, en dieper omdat het slechts een symptoom is van een terminale publieke ziekte.

Wij menen in een tijdperk van individualisering te leven. De werkelijkheid is anders. We leven in een tijdperk van ongehoord kuddegedrag. Het valt alleen niet zo op, omdat er maar één kudde is.

Vroeger hadden we links en rechts, met hun onderverdelingen: katholieken, socialisten, communisten, liberalen, anti-revolutionairen, pacifisten. Bij dat gedrag hoorde dat men zich afzette tegen de andere kuddes. Primitief natuurlijk, maar zo is de mens. Meningsverschillen en gezonde discussies waren in elk geval gegarandeerd. Maar de kuddes zijn gefuseerd. De standpunten zijn naar elkaar toegegroeid. De zaak lijkt beslist. Iedereen is paars: economisch liberaal en verder behoorlijk links.

Consensusvorming binnen een kudde is vooral het resultaat van sociale fenomenen: imponeergedrag, conformisme, taboes, uitsluiting van ketters. Zakelijke discussies spelen geen wezenlijke rol. Onze politieke besluitvorming is gebaseerd op zulk een eng proces in de ene intellectuele kudde die er nog is. Dit is immers gevaarlijk. Het grootste probleem van de nu gevallen communistische staten was niet dat het communisme zo fout was, maar dat er maar één intellectuele kudde mocht zijn. Het is paradoxaal: mede door het communistisch failliet leven ook wij nu in een één-partij staat.

DR. RENÉ LEERMAKERS Veldhoven