Hoop op lage Duitse rente stijgt en daalt

FRANKFURT, 21 AUG. De hoop op een verlaging van het belangrijkste Duitse rentetarief voor de geldmarkt, de beleningsrente, is gisteren gegroeid nadat de Bundesbank gisteren een relatief bescheiden geldgroei rapporteerde over de maand juli.

Maar een onverwacht sterke stijging van een leidende indicator voor de economische bedrijvigheid van het Duitse IFO-instituut, die vanmorgen werd gepubliceerd, leidde vanmorgen tot een ommekeer van de rente-verwachting. De indicator ging omhoog van 90,4 in juni tot 94,1 in juli.

De groei van de geldhoeveelheid is volgens de Bundesbank de belangrijkste indicator voor toekomstige inflatie, en daarmee voor het monetaire beleid. De groei van de geldhoeveelheid in die maand kwam uit op 8,6 procent. Dat een procentpunt minder dan de geldgroei over juni. De stijging komt nog steeds uit boven de bandbreedte van 4 procent tot zeven procent die de Bundesbank dit jaar hanteert, maar was minder dan de 8,8 procent die op de financiële markten was verwacht.

De publicatie van de sterk gestegen IFO-indicator was voor de financiële markten vanmorgen evenwel reden om de verwachting voor een renteverlaging weer terug te schroeven. Bij een sterke groei van de bedrijvigheid zou de Bundesbank het risico van en te soepel monetair beleid niet willen lopen.

Morgen begint de zentralbankrat, het hoogste beleidsorgaan van de Bundesbank, aan een nieuwe reeks van tweewekelijkse vergadering over het monetaire beleid, die door een maandlang zommerreces was onderbroken.

Het Duitse disconto staat op dit moment op 2,5 procent. De voornaamste geldmarktrente, de beleningsrente, staat sinds februari onveranderd op 3,3 procent. Wanneer de Bundesbank morgen dit tarief verlaagt, kan dat zijn in de vorm van een lagere vaste beleningsrente, of in de vorm van een variabel tarief. dat laatste houdt in dat de centrale bank bij de eerstvolgende tweewekelijkse belening op dinsdag aan de commerciële banken in de praktijk een lager tarief zal toestaan. (AP, Reuter)