Hausse industrie kan tijdelijk zijn

ROTTERDAM, 21 AUG. De onverwacht sterke groei van de Nederlandse industriële produktie in juni hoeft geen voorbode te zijn van meer positieve verrassingen voor de industrie in de tweede helft van dit jaar. Dat is de mening van economen in de bancaire wereld.

Gisteren rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de industriële produktie in juni is gestegen met 4,7 procent ten opzichte van juni vorig jaar. Die stijging was het dubbele van wat analisten hadden verwacht. Econoom R. Scholten van de Rabobank ziet de sterke industriële produktie in juni als een teken van het einde van een produktiecyclus binnen de Nederlandse economie. “De machinebouw was een van de uitschieter in juni, terwijl de chemie en de basimetaalsector juist terugvielen. Dat is terug te zien in de winsten van bijvoorbeeld DSM en Hoogovens. Die waren juist in de eerste helft van 1995 zeer hoog, maar vielen in de eerste helft van dit jaar sterk terug.” Omdat elke produktiecyclus begint met de basisindustrie en eindigt met het aantrekken van de hoogwaardiger sectoren, zoals de machinebouw, verwacht Scholten dat de produktiegroei van de gehele industrie weliswaar hoog kan blijven, maar dat de produktiegroei die over juni werd gerapporteerd een voorlopige piek kan blijken. Een echte groeiversnelling van de produktie vindt dan volgend hem pas weer plaats in de loop van 1997, wanneer de basisindustrie weer aantrekt.

Volgens analist A. Verschuil van MeesPierson kan een groter dan verwachte voorraadvorming bij de industrie een verklaring zijn voor het onverwacht hoge produktiecijfer. Over het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg de stijging van de industriële produktie 3,5 procent. “Maar als je kijkt naar de daadwwerkelijke omzet van de industrie en de gemiddelde prijsontwikkeling in die periode, dan kom je op een groei van het omzetvolume van hooguit 1 procent.” Het verschil tussen wat er is geproduceerd, en wat er daadwerkelijk is omgezet moet volgens haar terug te vinden zijn in hogere voorraden.

Over de voorraadvorming in het tweede kwartaal is nog niets bekend. Die publiceert het CBS pas over een maand. Een oplopende voorraad kan volgens een medewerker van het CBS het produktiecijfer over het eerste kwartaal nog verder doen toenemen. Dat komt door de wijze waarop het CBS zijn gegevens verzamelt. Sommige sectoren in de industrie rapporteren de verkoop van produkten, andere de produktie zelf, in de vorm van bijvoorbeeld het aantal gewerkte uren. In de laatste categorie zit eventuele voorraadvorming bij de industrie al verwerkt, maar bij de rapportage over verkoop niet. Het CBS verzamelt gegevens over de voorraadvorming op kwartaalbasis, maar publiceert die pas drie maanden na afloop van elk kwartaal. Pas eind september bestaat er zo duidelijkheid over de voorraden. Bij een een toegenomen voorraad in de industrie zal de produktie over die periode naar boven moeten worden herzien.

Een relatief hoge voorraadvorming in het tweede kwartaal kan tot gevolg hebben dat de industriële produktie tijdens die periode een piek heeft bereikt, omdat het interen op de voorraad in de rest van het jaar minder produktie noodzaakt. Tenzij de exportmarkten sterker aantrekken dan verwacht. K. Aigner, Nederland-watcher bij Deutsche Bank in Frankfurt, gaat er van uit dat de Duitse economie, de belangrijkste afzetmarkt voor Nederland, over geheel 1996 met 1,1 procent groeit, waar een groeiversnelling in de tweede helft van dit jaar voor nodig zal zijn. “Daar zal de Nederlandse industrie extra van kunnen profiteren.”