Geconditioneerde reflex

Er is een waarheid van de conferentietafels en een waarheid van de toestanden waar de conferenties over gaan. Uit het verschil tussen die twee ontstaat wat we het wantrouwen, het onbehagen in de politiek noemen. Het verhaal over de avonturen van kapitein Werner Stock hoort tot de tweede categorie. Het staat op de voorpagina van de International Herald Tribune van afgelopen maandag.

Kapitein Stock, een Duitse politie-officier, werd in oktober 1994 naar Mostar gestuurd om er, ter bestrijding van het bendewezen dat in feite de stad regeerde, een politiemacht in burger te organiseren. De mafia van Mostar legt zich toe op de doorvoer van gestolen auto's, heroïne, crack en wapens. Stock bouwde een net van betaalde informanten op, kreeg aanwijzingen over een samenzwering tegen Hans Koschnik, de burgemeester die onder verantwoordelijkheid van de Europese Unie de stad bestuurt. Dat redde Koschniks leven. In april van dit jaar heeft Stock ontslag genomen. Zes van zijn collega's hebben uit protest zijn voorbeeld gevolgd. De reden voor het besluit van Stock is dat hij voortdurend werd tegengewerkt door zijn superieuren die voor de bestrijding van het plaatselijke gangsterdom geen belangstelling hebben.

Hoe komt dat? De inmiddels voorspoedig gegroeide bureaucratie verhindert actie, zoals iedere bureaucratie dat doet. Maar hier is een extra oorzaak, blijkbaar onverbrekelijk met het Joegoslavisch conflict verbonden. Toen de oorlog nog woedde weigerden de Europese landen iedere vorm van gewapende interventie die verder ging dan een boze waarschuwing. De paar welgemikte bommen die wonderen hadden kunnen doen, werden niet gegooid, omdat het mistig werd, telkens als het zover dreigde te komen. De diepste reden was de angst van de landen die de troepen hadden 'geleverd' in de strijd betrokken te raken. De diepste redenen daarvoor waren er twee: deze troepen waren niet uitgerust voor een werkelijke oorlog, en de vijand werd mateloos overschat. In Srebrenica is het tekort in de uitrusting aangetoond, in de luchtacties van eind augustus en begin september vorig jaar is bewezen hoe rampzalig West-Europa zich had laten overbluffen - dat wil zeggen rampzalig voor omstreeks 200.000 mensen die het niet kunnen navertellen.

Nadat de betrekkelijke vrede was gevestigd, hebben de Westeuropese landen natuurlijk wel het hunne gedaan voor de wederopbouw, maar hoewel er niet meer wordt geschoten, is de grens van interventie door dezelfde oorzaken dezelfde gebleven. Na weken van behoedzame aandrang is eindelijk een illegaal munitiedepot opgeblazen.

Het saldo, samengevat bestaat uit meer woorden dan daden. Het duidelijkst is dat bij het niet arresteren van degenen die van oorlogsmisdaden worden verdacht. Iedereen weet hoe het komt dat Mladic en Karadzic niet alleen vrij rondlopen maar dat een peloton van IFOR dat dat ongelukkigerwijs zou zien, zelf een blok omloopt. Het streven naar een multi-etnische staat Bosnië, het doel dat volgens het akkoord van Dayton met de aanstaande verkiezingen althans in beginsel moet worden bevestigd, is allang uit het gezicht verdwenen. Misschien zou dat nog in overeenstemming kunnen worden gebracht met de haalbaarheid van de politiek onder de heersende omstandigheden maar die omstandigheden zelf zijn door de Westelijke vredestichters systematisch verwaarloosd. Er is geen vrije pers, geen televisie waarop alle partijen en kandidaten dezelfde rechten hebben. De campagne, als die de naam verdient, wordt verstoord door intimidatie.

Terwijl IFOR zich hoe langer hoe meer ontwikkelt tot een aan een termijn gebonden bezettingsmacht met voornamelijk humanitaire bedoelingen - wat niet de bedoeling was - groeien onder haar paraplu verhoudingen waarin de modernste vormen van misdadigheid zich bedienen van het achterlijkste nationalisme. Dat is algemeen bekend. Het is tegen alles wat de plaatselijke partijen onder druk van de interventie plechtig hadden beloofd. Beloftes in die omgeving worden, zoals vier jaar oorlog hebben geleerd, alleen gehouden onder bedreiging van direct geweld. Maar alle partijen hebben allang begrepen dat de bereidheid van het Westen is uitgeput. Een bliksembezoek van de vroegere vredestichter Richard Holbrooke heeft dat alleen maar bevestigd. Het ontslag van iemand als Werner Stock is een bewijs ten overvloede.

De 'grote politiek' van het Westen, de vraagstukken waarover geen steeds ingewikkelder wordende, nooit tot een conclusie komende conferenties nodig zijn, bestaat uit een paar geconditioneerde reflexen. Niet dat die tot grote resultaten leiden, maar er heerst in ieder geval unanimiteit over de noodzaak tot actie. Geconditioneerd zijn de reacties op drugs en terreur. In het voormalige Joegoslavië en vooral in Bosnië is een staat in aanbouw waarvan de fatsoenlijke bestuursstructuur te zwak is om het op te nemen tegen de onderwereld die daar nu al kennelijk de meeste lakens uitdeelt. Als de verkiezingen misschien min of meer aanvaardbaar zijn verlopen (en als dat niet het geval is, zal niemand betere uitschrijven, laat staan afdwingen) is er geen rechtvaardiging om de troepen van IFOR langer te laten blijven. Zeker president Clinton zal het welkom zijn, de jongens na uitstekend gedane zaken terug te laten komen.

Vervolgens, na verloop van een tactisch vereiste tijd, staat niets de politieke en economische onderwereld in de weg, het heft openlijk in handen te nemen. Er is een politieke dictatuur in aanbouw die zich in voltooide staat alleen zal kunnen handhaven bij de gratie van een zwarte economie, geleid door de mafia. Als de Westeuropese landen daar de grote gevolgen van gaan merken, is het ogenblik gekomen waarop de geconditioneerde reflex in werking treedt. Het is de laatste vervulling van een laffe en kortzichtige politiek waardoor de Joegoslavische ramp zich heeft kunnen voltrekken.