Bosnische Kroaten moeten over de brug komen

Nog tien dagen hebben de Bosnische moslims en Kroaten de tijd om het eens te worden over de opheffing van Herceg-Bosna, het eenzijdig uitgeroepen republiekje van de Bosnische Kroaten. De kwestie moet hoe dan ook zijn opgelost voor de verkiezingen van 14 september, omdat kiezers moeilijk naar de stembus kunnen worden gelokt als niet vaststaat waarvoor ze eigenlijk moeten kiezen.

De Bosnische Kroaten hadden hun in 1991 uitgeroepen 'republiek' al in maart 1994 moeten opheffen, toen ze onder zware druk van Washington instemden met de vorming van de federatie met de moslims. Niettemin bleef Herceg-Bosna gewoon bestaan. En hoewel ze in Dayton opnieuw moesten beloven Herceg-Bosna op te doeken, bleven de Bosnische Kroaten ook dit jaar nog doen alsof hun neus bloedde. Nu moeten ze echter over de brug komen: op 14 september wordt gekozen voor de organen van een staat waarvan de inrichting definitief heet te zijn en kunnen ze niet langer een andere kant blijven uitkijken.

Hoe moeilijk dat is, bleek wel na 31 juli, toen de Kroatische president Tudjman, opnieuw na zware internationale druk, zei dat de ontmanteling van Herceg-Bosna “definitief” is. Dat leverde hem een boze reactie op van de belangrijkste leider van de Bosnische Kroaten, Kresimir Zubak, die even zijn officiële functie vergat - hij is president van de moslim-Kroatische federatie - en gepikeerd riep dat “het niet president Tudjman is die beslist over het lot van de Bosnische Kroaten”: “De Kroaten in Bosnië vormen een soeverein volk dat niet alleen beslist over zijn eigen lot, maar ook over zijn instituten en de ontmanteling daarvan.”

Dat was revolutionaire taal, omdat de Bosnische Kroaten nooit eerder publiekelijk tegen Tudjman waren ingegaan. Het was ook boude taal, omdat Tudjman de facto wel degelijk over het lot van de Bosnische Kroaten beslist. Daarom was het ook onzinnige taal, die zonder enig gevolg bleef: de Bosnische Kroaten kunnen zich niet langer tegen de opheffing van Herceg-Bosna verzetten. Voor het eerst houdt de opheffing van Herceg-Bosna immers verband met het hele vredesproces als zodanig, en als het daarom gaat laat de internationale gemeenschap zich geen roet meer in het eten gooien.

Zo is het dan toch tot serieus overleg gekomen. Voor 31 augustus, de door de internationale gemeenschap opgelegde deadline, moet het proces van de opheffing van Herceg-Bosna zijn afgesloten. Dan moet Herceg-Bosna alle bevoegdheden hebben afgestaan aan de moslim-Kroatische federatie. Tegelijkertijd moet de centrale Bosnische regering een aantal (door de Bosnische grondwet bepaalde) bevoegdheden hebben afgestaan aan diezelfde federatie. Beide partijen moeten aanzienlijke concessies doen.

Tien dagen voor de deadline lijken er nog drie problemen te bestaan. De Kroaten eisen de opheffing van het Agentschap voor Informatie en Documentatie (AID), waarvan de vroegere chef, Bakir Alispahic, in maart vorig jaar onder Amerikaanse druk is ontslagen wegens zijn banden met Iran. Volgens de Kroaten is de AID een informele inlichtingendienst van de harde - islamitische - vleugel van de SDA, de belangrijkste partij van de moslims.

Verschil van mening bestaat ook over de samenstelling van de politiemacht van de federatie. Volgens de Kroaten moet daarbij pariteit in acht worden genomen. De moslims voeren aan dat er veel meer moslims dan Kroaten in de federatie leven en dat er dus meer moslim-politiemannen zullen moeten zijn. Het derde geschil betreft het douanesysteem, waarvan de Bosnische regering wil dat het onder de competentie van de centrale regering valt, en dat de Bosnische Kroaten onder de federatie willen laten vallen. De Bosnische grondwet bevestigt in artikel 3 het gelijk van de centrale regering. Dat zou echter betekenen dat de Bosnische Kroaten zowel de controle over de lange (en de facto nauwelijks bestaande) Bosnisch-Kroatische grens als de inkomsten uit toekomstige invoerheffingen verliezen, en daar voelen ze niets voor.

Sinds begin 1994 is de moslim-Kroatische federatie een diplomatieke fictie en geen werkelijkheid geweest. In Herceg-Bosna wordt betaald met de Kroatische kuna, wappert de Kroatische vlag en hangt overal het Kroatische staatswapen, de sahovnica. Dat Kroatische schaakbord komt weliswaar - mèt de traditionele Bosnische lelie - ook voor in het nieuwe wapen van de federatie, maar dat wapen is in Herceg-Bosna nog nergens te zien geweest.

Het staat zo goed als vast dat het tot een akkoord komt - daarvoor zijn de belangen van de internationale gemeenschap te groot. Maar hoe de moslim-Kroatische federatie vervolgens zal functioneren is een heel andere vraag. Hoe gering de animo bij de Kroaten voor samenwerking met de moslims is bleek bij een eerder deze maand gepubliceerde opiniepeiling onder Bosnische Kroaten. Daarbij liet 89 procent van de ondervraagden weten hun toekomst “eerder in Kroatië dan in Bosnië” te zien. Slechts tien procent acht een vreedzaam samenleven van de drie Bosnische gemeenschappen mogelijk. En 78 procent wil op 14 september stemmen op de HDZ, het Bosnische filiaal van de Kroatische regeringspartij en in Herceg-Bosna de belangrijkste motor achter de etnische segregatie.