Blindelings figuren maken op tienduizend voet

LEOPOLDSBURG, 21 AUG. Parachutespringen is niet alleen weggelegd voor mariniers, filmhelden of andere stuntmannen. Het wordt ook bedreven in heus wedstrijdverband, inclusief juryleden, scheidsrechters, wereldrecords, punten en strafpunten. Deze week worden in België de Europese kampioenschappen en de Worldcup formatiespringen gehouden, waaraan 22 viermansformaties en negen achtmansfromaties deelnemen.

“Ons toernooi zit er al weer op”, zegt Bert Hajee, een van de leden van het Nederlandse team, Mach 5 genaamd. “We hebben het niet slecht gedaan, maar we hebben ons helaas niet gekwalificeerd voor de finale. Ons probleem is dat andere landen gewoon veel beter zijn.”

Zojuist is Hajee met zijn medespringers Peter Cortel, Richard Vreenegoor en Rob Maas en hun cameraman Don Segerius mooi uit de lucht komen zeilen. Op het grasveld van paracentrum Skydive in Leopoldsburg zijn ze keurig achter elkaar geland. Opgelucht dat hun achtste sprong goed is verlopen en toch tevreden over de toernooiprestatie vallen ze elkaar in de armen. Hun laatste sprong wordt gehonoreerd met tien punten.

Voor een landing worden geen punten toegekend. De prestatie bij het formatiespringen vindt hoog boven in de lucht plaats, onzichtbaar voor het blote oog. Op een hoogte van 10.000 voet (circa drie kilometer) krijgen de parajumpers het sein om uit het vliegtuig te stappen. Op het moment dat de eerste springer de romp van het toestel loslaat, begint de tijd te lopen.

De springers hebben 35 seconden om de figuren te vormen die voor de wedstrijd door loting zijn bepaald. Een strak rijtje naast elkaar, een stervorm met de hoofden naar elkaar toe, een vierkant of een ruit. In een valsnelheid van tegen de 200 kilometer per uur draait het team van de zircan via de phalanx naar de star.

De wisselingen moeten in snel tempo gebeuren om zoveel mogelijk formaties te kunnen maken. Als alle zes figuren in juiste volgorde zijn gemaakt, beginnen de springers opnieuw aan de serie. Als de tijd om is, resten nog tien seconden om op een verantwoorde hoogte de parachute uit te klappen.

“Er zit niet echt een moeilijkheidsgraad in de formaties. De eerste twee figuren en de overgang daartussen zijn het moeilijkst”, legt Hajee uit. “Dan moeten we altijd even wennen aan de valsnelheid, de benedenwind en aan elkaar. Als we het ritme gevonden hebben, gaan de wisselingen een stuk sneller.” Hajee is een van de twee centrummannen die, als dat nodig is, in een fractie van een seconde aangeeft wanneer de ploeg los moet laten om aan een volgend figuur te beginnen. Normaal gesproken kunnen de springers elke formatie blindelings maken.

De cameraman vervult een cruciale rol tijdens de vrije val. Hij zweeft enkele meters boven de rest van het team en maakt opnamen van de formaties met een op zijn helm gemonteerde camera. De beelden zendt hij rechtstreeks door naar de wedstrijdjury op de grond, die de oefeningen honoreert. Er zijn twee soorten figuren: de blocks zijn twee punten waard, de randoms één. De lastigheid bij een block is dat de manier waarop die formatie wordt gevormd op een voorgeschreven manier moet plaatsvinden. Bij de randoms mogen de springers draaien en schuiven wat zij willen. Daarbij zijn wel vijftig manieren om van figuur te wisselen. Hajee: “Meestal kiezen we voor de variant waarop we het meest getraind hebben. Dat is niet altijd de snelste.”

Het Nederlandse team heeft naar eigen zeggen de afgelopen dagen aardig gepresteerd. Hun hoogste score was zestien. De springers zijn niet ontevreden met hun gemiddelde score van tien punten na acht sprongen. De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL), die de deelname van Mach 5 heeft gefinancierd, had toegezegd opnieuw geld beschikbaar te stellen als die score zou worden bereikt.

Geld is bij het parachutespringen geen overbodige luxe. Een beetje uitrusting, een rugzak van twaalf kilo met twee valschermen en een op maat gemaakte overall kost tegen de tienduizend gulden. Voor elke trainingssprong betalen de springers bijna veertig gulden.

Het verschil met de toplanden is groot. De Verenigde Staten, Rusland en Frankrijk zijn toonaangevend in de wereld van de parajumpers. Zij scoren gemiddeld twintig punten per sprong. Eén van de drie Amerikaanse viermansformaties sprong gisteren een wereldecord van 27 punten.

“Dat komt puur door het geld”, legt Hajee uit. “De Amerikanen krijgen voor hun trainingssprongen betaald door de dropzone, het vliegveld waar zij springen. Ook hebben zij professionele begeleiding. Zij maken per jaar wel negenhonderd sprongen, wij maar driehonderd. Wij moeten al onze vrije tijd en een groot deel van ons inkomen in deze sport steken. Dat is een grote investering, maar die hebben we er graag voor over. Het blijft elke keer een geweldig leuke beleving.”

Volgende week woensdag beginnen de open Nederlandse Kampioenschappen op Texel. Daaraan doen zes Nederlandse en zes buitenlandse formaties mee.

    • Philip de Witt Wijnen