Biotechnologie op punt om beloften in te lossen

AMSTERDAM, 21 AUG. Extra beveiliging voor het personeel van Plant Genetic Systems lijkt geen overbodige luxe. Sinds afgelopen vrijdag is bekend dat de 140 PGS-medewerkers gemiddeld ieder zo'n 8,7 miljoen gulden waard zijn.

Voor driekwart van de aandelen in het Belgisch-Nederlandse biotech-bedrijf bleken de Duitse chemieconcerns Hoechst en Schering, via hun dochter AgrEvo, bereid 550 miljoen dollar ( 0 miljoen gulden) neer te tellen. Een gelijkwaardig bod op het belang van de overige aandeelhouders, buiten de onderhandelingen gehouden om geheimhouding te verzekeren, volgt. Waarmee de koopsom kan oplopen tot 1,2 miljard gulden.

De hoogte van het overnamebedrag wekte alom verbazing, mede omdat Plant Genetic Systems nog nooit winst heeft geboekt. Over 1995 leed het zelfs een recordverlies van 22 miljoen gulden. Maar kennelijk heeft het bedrijf aan AgrEvo zoveel te bieden dat de Duitsers PGS koste wat kost wilden hebben.

PGS' president-directeur Walter de Logi legde dat gisteren in Amsterdam - waar de van origine Belgische onderneming om fiscale redenen statutair gevestigd is - nog eens uit. De biotechnologie, met PGS als vlaggeschip, staat op het punt de belofte in te lossen die het jarenlang was. Zowel zaadveredelaars als agrochemie zijn de komende jaren veroordeeld tot het gebruik van de technieken waarop PGS zich heeft toegelegd. En de toekomstige winnaar op de markt voor toelevering van gebruiksgewassen, geraamd op 50 miljard dollar, verenigt kennis van zaadveredeling, gewasbescherming en biotechnologie in zich, aldus De Logi.

Dat juist chemiebedrijven voor PGS in de rij stonden is verklaarbaar. De fabrikanten van fungiciden, herbiciden en pesticiden (schimmel-, onkruid- en ongediertebestrijders) zoeken, onder druk van krimpende marges en groeiende weerstand tegen hun produkten, al jaren naar alternatieven. Als gevolg van landbouwbeleid dat vermindering van overcapaciteit nastreeft door braaklegging van landbouwgronden is de afzetmarkt voor 'gewasbeschermingsmiddelen' teruggelopen. Strengere milieuwetgeving en weerzin van consumenten heeft ook een rem gezet op ongebreideld gifgebruik.

De agrochemie past zich op twee manieren aan. Ze ontwikkelt bestrijdingsmiddelen met minder ongunstige effecten, bij voorbeeld door selectievere werking of snellere afbreekbaarheid. Daarnaast biedt ze alternatieven die het gebruik van de gewraakte bestrijdingsmiddelen kunnen ondervangen.

Hier biedt de biotechnologie perspectief. Een chemiebedrijf dat erin slaagt gewassen met behulp van genetische manipulatie bij voorbeeld resistent te maken tegen insecten of schimmels kan daarmee een afzetmarkt blijven bedienen die het als leverancier van bestrijdingsmiddelen dreigde te verliezen. Bovendien geeft de biotechnologie uitzicht op de ontwikkeling van gewassen met nieuwe of verbeterde eigenschappen, zoals langere houdbaarheid van geoogste produkten, of betere weerstand van planten tegen droogte. Naarmate de kennis van plantengenetica groeit en manipulatietechnieken verbeteren, neemt de interesse van zaadveredelaars - niet zelden eigendom van chemieconcerns - in de praktische toepassing van biotechnologie toe.

Om die redenen is PGS, toen het bedrijf te koop werd aangeboden, door AgrEvo dan ook niet beoordeeld op zijn financiële prestaties. In de prille biotechnologie geldt, wellicht meer dan in enige andere bedrijfstak, dat de kost voor de baat gaat. Een aanlooptermijn van tien tot vijftien jaar baart geen opzien; PGS bestaat sinds 1982. Veel belangrijker dan omzet of resultaat is de keur aan octrooien op biotechnologische processen en genetisch gemodificeerde produkten die Plant Genetic Systems in portefeuille heeft.

Dr. Richard Visser, als hoofddocent verbonden aan de vakgroep Plantenveredeling van de Landbouwuniversiteit Wageningen, beschouwt PGS als een van 's werelds meest riant gesitueerde biotechbedrijven als het gaat om de patentpositie in insectenresistentie en manlijke steriliteit. “Niemand kan er eigenlijk omheen”, aldus Visser. Ook heeft PGS ervaring in de ontwikkeling van herbicidenresistentie. In samenwerking met Hoechst maakte het al gewassen bestand tegen Hoechsts onkruidbestrijdingsmiddel Basta.

Visser roemt met name kennis en octrooien van PGS op het gebied van insectenresistentie. Het bedrijf is er de voorbije jaren in geslaagd een gen uit een bacterie te isoleren en in te bouwen in bepaalde gewassen, waardoor die planten hun eigen insectenbestrijdingsmiddel kunnen maken.

Ten slotte is PGS vooraanstaand in nabootsing van zogeheten hybride teelt. Nu ontdoen veel zaadveredelaars planten van meeldraden om zelfbestuiving te voorkomen. Door gecontroleerde bestuiving toe te passen kunnen dan verbeterde plantensoorten worden gekweekt. PGS heeft een genetische techniek ontwikkeld om manlijke planten steriel te houden. Daardoor is het arbeidsintensieve voorkomen van zelfbestuiving niet langer nodig. En bovendien, zegt Visser, zijn afnemers gedwongen telkens opnieuw zaad te bestellen omdat de planten niet in staat zijn zich in dezelfde kwaliteit te reproduceren. “De belangen zijn groot. Dit gaat om heel veel geld”, zegt hij.

AgrEvo en Plant Genetic Systems hebben dat beide onderkend. Op zichzelf, zei De Logi gisteren in Amsterdam, had PGS graag zelfstandig verder gewild. Maar aan de vooravond van introducties op wereldmarkten van genetisch verbeterde mais, koolzaad en andere produkten werd een krachtige partner onmisbaar geacht. “We hadden graag zelf een agrochemisch bedrijf gekocht, maar dat kost 4 of 5 miljard dollar. En omdat we niet marginaal wilden zijn, moesten we dus worden gekocht.”