Bindend studieadvies roept veel verzet op

De eerstejaarsstudent die een verkeerde studie kiest, zit al snel in een lastig parket. Aan de Universiteit Leiden wordt daarom geëxperimenteerd met een bindend studieadvies. Wie het niet redt in het eerste jaar, moet weg. Universitair Nederland kijkt met argusogen toe.

ROTTERDAM, 21 AUG. De keuze van een universitaire opleiding is een van de belangrijkste momenten in een mensenleven, aldus de rector magnificus van de Universiteit Leiden, L. Leertouwer. Daarom wil hij studenten die hun draai niet kunnen vinden, zo snel mogelijk, en ook dwingend, een andere weg wijzen.

In het afgelopen studiejaar is in Leiden geëxperimenteerd met het bindend studieadvies bij vier opleidingen: geschiedenis, Nederlands, Chinees en biofarmaceutische wetenschappen (BFW). In het kielzog van BWF heeft ook scheikunde, zij het niet officieel, aan het experiment meegedaan. De student moet in Leiden minimaal 70 procent van de 42 studiepunten halen in het eerste jaar. Zoniet, dan zou hij of zij een bindend, negatief, advies krijgen.

Omdat er nog een ronde herkansingen komt vóór de finale datum van 31 augustus, kan de Universiteit Leiden nu alleen een indicatie geven van de eerste ervaringen met het bindend studieadvies. Als dit nu al werd toegepast, zouden veel studenten hun studie in september niet kunnen voortzetten: bij Nederlands 36 van de 79 studenten, bij geschiedenis 95 van de 139, bij Chinees 18 van de 35, bij biofarmaceutische wetenschappen 17 van de 48 en bij scheikunde 23 van de 49 studenten. Na dit beperkt opgezette begin wil het College van Bestuur in het komende studiejaar het experiment met het bindend studieadvies uitbreiden tot alle opleidingen.

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) die op 1 augustus 1993 in werking trad, verplicht hogescholen en universiteiten tot studiebegeleiding en -advisering, waarbij het bindend studieadvies een optie is. Veel hogescholen hebben deze mogelijkheid benut, maar van de universiteiten neemt alleen Leiden nu het voortouw.

Sinds 1982, toen de tweefasenstructuur werd ingevoerd, is al aan de propedeuse een selectieve en verwijzende functie toegedicht, maar het heeft even geduurd voordat het gaat werken als een bindend advies. Overigens kan zo'n advies nooit zover gaan dat de student de universiteit moet verlaten. Daartoe is een universiteit niet gerechtigd. Men zou aan een andere studie kunnen beginnen, maar daar zal het in de praktijk niet vaak van komen door de verkorte studieduur en het regiem van de studiefinanciering. Een mogelijkkheid die veel wordt geopperd is de overstap naar het HBO.

Om geen brokken te maken met het bindend advies zijn allerlei maatregelen geboden, zo heeft men zich in Leiden gerealiseerd. De studiebegeleiding wordt intensiever, de band tussen studenten en docenten zal minder afstandelijk moeten zijn en de opleiding in het eerste jaar moet zo worden ingericht dat het ook werkelijk mogelijk is de propedeuse in één jaar te halen.

Mentoren, zowel docenten als ouderejaars studenten, gaan de eerstejaars nauwlettend volgen. Intake-gesprekken, tussentijdse toetsen en pre-adviezen monden dan uit in het finale oordeel.

De rest van universitair Nederland beziet het met argusogen. De principiële bezwaren betreffen de academische vrijheid en het feit dat studenten als volwassenen behandeld willen worden. Praktische problemen zijn de schaalgrootte van de opleidingen, de intensieve begeleiding en advisering en het aanbevelen van alternatieve opleidingen. Ook kunnen studenten die zich niet willen laten wegsturen, juridische stappen ondernemen.

J.H.M. Ham is intussen 31 jaar studentendecaan aan de Universiteit Twente en hij herinnert zich nog levendig hoe het in 1964 ging, toen er bij wijze van experiment al een bindend advies bestond.

Ham: “Daar hebben we toen ontzettend veel ellende door meegemaakt. Wie zich dat nog herinnert, werpt het verre van zich.” De studenten die een negatief advies kregen, beriepen zich op persoonlijke omstandigheden, zoals overspannenheid of een lastige buurman die geconcentreerd studeren onmogelijk maakte. Ham: “Het bindend studieadvies is eigenlijk het schieten met een kanon op een mug.” Eén ding bereik je wel met een goede en intensieve studiebegeleiding, aldus Ham. “De studenten haken sneller af. Meteen na het eerste jaar, of anders wel na het eerste trimester van het tweede jaar. De meesten zijn toch na een jaar of anderhalf jaar vertrokken.” De Universiteit Twente heeft samen met de Hogeschool Enschede studieprogramma's gemaakt waarbij ook vrijstellingen worden gegeven.

Studentendecaan J. van Bommel van de Landbouwuniversiteit Wageningen heeft een principieel bezwaar: “Het bindend studieadvies stuit velen tegen de borst. Het gaat direct in tegen allerlei ideeën over individuele vrijheid. Je zou de student niet te veel moeten begeleiden.” Toch wordt er in Wageningen wel volop over gediscussieerd. Het komend jaar zou het bindend studieadvies al moeten ingaan voor alle opleidingen, maar dit voorstel is door de Universiteitsraad verworpen. Het bezwaar van de raad betrof onder andere de hele kleine groep studenten die het zou betreffen, zo'n tien à twintig.

Voor de Vrije Universiteit in Amsterdam is het bindend studieadvies niet aan de orde. Mevrouw M.B.C. Hamstra, hoofd van de studentenadministratie en onderwijsvoorlichting: “Er zitten zoveel haken en ogen aan.” Ze wijst op een bepaalde categorie studenten voor wie een advies sowieso niet geschikt is. “De buitenlandse mensen. Zij hebben een heel moeilijk eerste jaar, het zijn vaak slechte starters. Maar daarna gaat het toch veel beter, en studeren ze netjes af.”

Aan de Technische Universiteit Eindhoven is een bindend advies niet nodig gebleken, zo verzekert een woorvoerder. In Eindhoven wordt gemikt op zelfselectie. “De studenten kunnen zelf al snel een beeld opbouwen van hun prestaties.” Er bestaan bovendien goede contacten tussen de technische universiteit en de HTS. Studenten kunnen over en weer switchen.

De voorzitter van het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft, dr. N. de Voogd, kampt met een praktisch probleem. “Er is geen draagvlak om het door te voeren. De Universiteitsraad zegt nee.” Ook De Voogd vertrouwt op zelfselectie. “Die is heel goed na het VWO en in het eerste jaar.” Hij vindt het wel een probleem dat de selectie niet altijd in het eerste jaar plaatsvindt. “Als mensen afvallen, gebeurt dat vaak later, in het tweede of derde jaar. Het bindend studieadvies zou misschien helpen.”

De Katholieke Universiteit Nijmegen kent een variant, het 'dringend' studieadvies, aldus een woordvoerder. Met dit advies wordt het komende studiejaar geëxperimenteerd. Het 'dringend' studieadvies wordt al na een halfjaar gegeven, in februari. “We zijn zeer benieuwd naar de resultaten”, aldus de woordvoerder. In Nijmegen bestaan, net zoals in Eindhoven, nauwe contacten met het HBO. Het voordeel van een snelle doorverwijzing is, dat de studenten dan door kunnen gaan zonder verlies van hun studiefinanciering.

In Tilburg, aan de Katholieke Universiteit Brabant, is een voorstel voor een bindend studieadvies gesneefd in de Universiteitsraad. Maar bij studentendecaan Mies Hezemans ligt wel een notitie op tafel van het College van Bestuur over een betere studiebegeleiding en over de invoering van het bindend studieadvies.

Organisatorische problemen en juridische verwikkelingen voorziet prof. P.W.C. Akkermans, rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Ik volg de Leidse experimenten met argusogen. Maar als ik het goed begrepen heb, is Leiden begonnen met de kleine opleidingen, zoals Chinees. Maar wij hebben vooral hele grote faculteiten. Neem bedrijfskunde: wij weten nu al dat er 700 à 800 instromers zijn voor het nieuwe studiejaar. Kijk, bij wijsbegeerte kunnen wij het ook met 25 stafleden op zo'n 25 studenten.” Wat hem zwaar op de maag ligt bij de huidige eerstejaars is, dat ze naast hun studie allerlei baantjes hebben, vaak wel van 20 uur per week. “Ik kan daar geen planning op bouwen.” Hij wijst verder op juridische verwikkelingen. “Openbare universiteiten moeten heel stevig in hun schoenen staan bij een bindend studieadvies. Krachtens de Algemene wet bestuursrecht zal zo'n vergaande beslissing heel goed gemotiveerd moeten worden. Er zijn immers juridische mogelijkheden om zo'n besluit aan te vechten.” In Rotterdam loopt een 'pilot-project' met het bindend studieadvies bij bedrijfskunde. Akkermans: “Ik verwacht daarover uitsluitsel in de loop van dit studiejaar.”

Heel anders, vooral kleinschaliger, is de situatie aan de Universiteit Limburg. Rector magnificus J. Cohen: “Het bijzondere van onze universiteit is dat wij werken in kleine groepen. De studenten zijn daardoor heel goed te volgen. Vanaf de eerste dag kunnen wij hen adviseren. In ons geval voegt zo'n bindend studieadvies niet echt iets toe. Uiteindelijk gaat het dan om een heel beperkt aantal.”

De studiebegeleiding krijgt voorrang aan de Universiteit van Amsterdam. J. van Zoggel, adviseur onderwijs en studentenzaken: “Het streven is er steeds op gericht om de studiebegeleiding op een hoog peil te krijgen. Het bindend studieadvies is daarbij een sluitpost. Eigenlijk moet je het vóór die tijd goed regelen.” Samen met de Hogeschool van Amsterdam is een 'rangeerproject' opgezet, waarbij studenten kunnen worden doorverwezen.

De Universiteitsraad van de Universiteit Groningen heeft nog geen beslissing genomen over het bindend studieadvies, ook niet voor het komende jaar. Wel gaat bij rechten een experiment met een 'dringend' studieadvies van start.

De universiteit die Leiden het dichtst benadert is de Universiteit Utrecht. Daar beginnen het komende studiejaar concrete experimenten met het bindend studieadvies bij sociale geografie, diergeneeskunde, natuurkunde, scheikunde, geschiedenis en rechten, die samen meer dan de helft van het aantal studenten betreffen.

De voorzitter van het College van Bestuur, J.G.F. Veldhuis, geeft aan dat het hierbij uitdrukkelijk gaat om een drieluik: a) studenten die gewoon door kunnen gaan, b) studenten voor wie een “aparte excellente studieweg” in de doctoraalfase wordt ontwikkeld, en c) studenten wier studievoortgang problematisch is. De laatsten krijgen extra stof en begeleiding, of zij worden doorverwezen naar het HBO. Met de Hogeschool Utrecht zijn hierover afspraken gemaakt.

De studenten zien er niets in. De Landelijke Studentenvakbond vindt deze aanpak bij monde van vice-voorzitter van de Olof van der Gaag paternalistisch. “Ik zie liever dat tien studenten ten onrechte blijven dan dat er één ten onrechte wordt weggestuurd.” In het blad SUM schreef hij: “Met een bindend advies kan een student een achterstand nooit meer inhalen en zolang er geen goed criterium is waarop het advies gebaseerd is, zou de student volledig aan de willekeur van de docent zijn overgeleverd.”

Het ISO, het Interuniversitair Studentenoverleg, is tegen omdat studenten van achttien jaar en ouder zelf wel in staat zijn om een beslissing te nemen. Bovendien zou eerst de studiebegeleiding verder verbeterd moeten moeten worden. Het ISO is niet tegen een 'dringend' advies - op basis van vrijwilligheid op te volgen - onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de student het hele jaar goed gevolgd is.

Over de naar voren gebrachte bezwaren zegt L.E.H. Vredevoogd, voorzitter van het College van Bestuur in Leiden: “De universiteit zal een meer uitdagende omgeving moeten bieden aan haar studenten. Dat geldt voor de uitblinkers voor wie 'masterclasses' worden gegeven, maar ook voor de gewone studenten.” Met nadruk voegt hij daar nog aan toe: “Maar voordat je eisen stelt aan de studenten, moet je eisen stellen aan jezelf.”