Als twee druppels water

Over weinig Nederlandse films is zo veel geschreven (en gepolemiseerd) als over Als twee druppels water (1963), de op W.F.Hermans' roman De donkere kamer van Damocles (1958) gebaseerde vierde speelfilm van Fons Rademakers (1920). De discussie, gevoed door gekissebis tussen de regisseur en de auteur, spitste zich vooral toe op de middelen waar een filmmaker zich van bedient - of zou moeten bedienen - wanneer hij literatuur verfilmt.

Hoewel Hermans uiteindelijk niet ontevreden was over het eindresultaat, schreef hij ruimschoots na de première een in het filmblad SKOOP gepubliceerde lange open brief aan Rademakers, waarin hij deze slechts zeer gedeeltelijk vrijpleitte van de domheid van Nederlandse filmmakers in het algemeen. Ook was er het nodige te doen over het negatieve daglicht, waarin de film het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog geplaatst zou hebben. Ofschoon Als twee druppels water overwegend goede kritieken kreeg, in het hoofdprogramma van het festival van Cannes draaide en een voor die dagen onverwacht groot commercieel succes boekte (bijna 500.000 bezoekers), verdween de film na enkele jaren volledig uit de openbaarheid. De eigenaar van het negatief, de door brouwer A. Heineken beheerde firma Cineurope, wilde namelijk niet dat iemand de film ooit nog zou bekijken. Er wordt beweerd dat deze merkwaardige beslissing gevoed werd door een verwijdering tussen de financier Heineken en de op zijn aandringen een belangrijke rol in de film spelende actrice Nan Los. Slechts in het kader van speciale evenementen wil het kantoor van Heineken nog wel eens ontheffing verlenen. Telkens wanneer dit gebeurt maakt zo'n zeldzame vertoning van Rademakers' verdoemde meesterwerk vele tongen los. In 1987 zag de Britse filmjournalist Nick Roddick de film tijdens de Nederlandse Filmdagen en plaatste The Spitting Image, zoals de Engelse titel luidt, op zijn lijst van tien beste films van dat jaar.

Onlangs selecteerde theaterregisseur Gerardjan Rijnders twee fragmenten voor het VPRO-televisieprogramma 'Zomergasten' en ontvouwde de theorie dat het eigenlijke thema van de film de homoseksuele relatie tussen de sigarenwinkelier Ducker en zijn dubbelganger Dorbeck is. Zo vlak na de Nederlandse uitbreng van de documentaire The Celluloid Closet over verborgen homoseksuele codes in de Hollywoodfilm lijkt die vondst bijzonder veel hout te snijden. Werd in 1963 de verhouding tussen de nederige Ducker en de dominante verzetsman (of dubbelspion) Dorbeck, die als parachutist in Duckers tuintje belandt, vooral geïnterpreteerd als die tussen ego en superego, wij zijn geneigd om Duckers opmerkingen 'Ik wil alles voor je doen' en 'Je had toch minstens je pistool bij me achter kunnen laten!' veel prozaïscher te duiden. Bovendien vlucht Ducker in travestie (als verpleegster) naar het bevrijde zuiden, waar hem in de cel, beschuldigd van verraad in het kader van een Englandspiel-achtige intrige, de scheldwoorden 'vuile flikker' worden toegesnauwd.

Bovendien verwijt Hermans in zijn SKOOP-brief Rademakers dat deze de moord op een homoseksuele Duitse officier uit de definitieve montage verwijderd heeft. Er lijkt reden genoeg om Rijnders gelijk te geven. In zijn Italiaanse zomerhuis had Rademakers nog geen kennis genomen van deze nieuwste discussie over Als twee druppels water. Telefonisch betoont hij zich zeer geamuseerd: “Ha, ha, ha, nou nee, daar had ik nog nooit aan gedacht. Maar die jongen is natuurlijk een onbeschreven blad, dus wie weet. Het is een rijke tekst, dus daar kun je alle kanten mee uit”.

Hermans kunnen we niet meer raadplegen, behalve op schrift. Hij noemt in SKOOP (jaargang 1, nummer 4) het voornaamste thema in de roman dat het niet valt uit te maken wie of wat Dorbeck (geweest) is. Alle andere aspecten van de roman noemt de auteur secundair.

Het pleit voor Rademakers dat die dubbelzinnigheid tot op de dag van vandaag overeind staat. Ik zou geneigd zijn de film te interpreteren als het verhaal van een man die zijn andere ik, zijn tegenpool ontmoet en daardoor zijn begrenzingen kan overschrijden - en daarvoor gestraft wordt. Dat die ander geen vrouw maar een man is, mag geen toeval heten. Het verschil tussen toen en nu is dat we zo'n grensoverschrijding ook letterlijk durven te benoemen. Je zou kunnen zeggen dat het woord vlees is geworden, en een literaire metafoor cinema.