50.000 burgers: 'niet de zorg' van de generaal

GROZNY, 21 AUG. Grozny is, geconfronteerd met het vooruitzicht van een massale militaire aanval van de Russen, in de greep van de paniek. De zeker 50.000 mensen in de stad kunnen sinds gisteren geen kant meer op.

Niet bekend

Rond dertig soldaten rijden door het stoffige dorp Alchan-Joert aan de zuidwestelijke rand van Grozny. Ze betrekken stellingen bij een gammele brug. “Ze begonnen granaten af te vuren op de brug en iedereen moest omkeren”, vertelt later een vrouw die er nog net in slaagde de brug over te steken. Als wij, een groep Westerse journalisten, bij de brug aankomen zien we twee lijken van burgers liggen.

De aankomst van de troepen bij de brug maakt een eind aan de vluchtelingenstroom. De meeste vluchtelingen zijn ouden van dagen die de tocht vanuit de stad slechts met moeite hebben volbracht over de zeer slechte wegen. Russische soldaten dwingen hen op de grond te gaan liggen en onderzoeken hun schamele bagage. Sommige vluchtelingen zeggen later te zijn beroofd van de weinige bezittingen die ze hadden kunnen meenemen.

De soldaten van een van de pantserwagens richten, als ze ons zien, hun machinegeweer op onze auto. “De auto uit!”, schreeuwt een van de in blauwe camouflagepakken gestoken soldaten. Hij steekt zijn kalasjnikov pal in mijn gezicht en begint een tirade: “Jullie rotjournalisten! Hebben jullie niet genoeg zwarten in je eigen land? Jullie zijn hier om die zwartkonten te verdedigen die we bestrijden. Ik zou jullie kunnen doodschieten als ik dat zou willen!” Daarbij port hij met de loop van de kalasjnikov hardhandig in mijn maag.

Russische soldaten bedienen zich vaak van dit soort racistische taal voor de wat donkerder gekleurde volkeren uit de Kaukasus, inclusief de Tsjetsjenen.

In tegenstelling tot de eerste dagen van de exodus, toen het bij de vluchtelingen vooral ging om jongeren en mensen van middelbare leeftijd die met auto's, bussen en zelfs ezelwagens een goed heenkomen zochten, gaat het nu vooral om oude, kwetsbare mensen te voet. Ze hebben doorgaans geen plek om heen te gaan en ze hebben in hun wanhoop tot het laatste moment gewacht om de stad te verlaten. Sommigen hebben een koe bij zich. Anderen zitten uitgeput langs de weg.

“Ik wil niet weg, maar iedereen zegt dat ze alles in de stad gaan platgooien”, zegt een tandeloze oude man met één been die we een lift geven. Een dikke vrouw ruziet met de soldaten: “Waarom willen jullie ons vermoorden?”

De enige glimlach van deze dag staat op het gezicht van een jongen: een geestelijk gehandicapte, die op zijn rolstoel door het stof wordt geduwd. Achter hem stijgt de dikke zwarte rook van Grozny op. (Reuter)