Zalm moet van politiek bommetje op beurs af

ROTTERDAM, 20 AUG. What did the President know and when did he know it? Een Republikeinse afgevaardige stelde in 1973 keer op keer de vraag als er een nieuwe getuige/verdachte voor de onderzoekscommissie in het Watergate-schandaal rondom president Nixon verscheen.

Het is de hamvraag als het gaat om de informatieplicht van een president of een minister aan de volksvertegenwoordigers. Wat wist de minister, wanneer wist hij het en wat heeft hij het parlement gemeld? Ambtenaren behoren 'hun' minister te informeren over politiek gevoelige dossiers, waarin de bewindsman niet het dagelijks werk doet, maar waarvoor hij wel de politieke verantwoordelijkheid draagt. Als de informatiestroom hapert, ontstaan problemen voor de minister. Zie Voorhoeve met Srebrenica.

Minister Zalm van Financiën moet een vergelijkbaar probleem onschadelijk maken. Hij heeft de Tweede Kamer vorig jaar geïnformeerd dat er geen aanleiding is voor verminderd vertrouwen in de controle van de Amsterdamse effectenbeurs op de beurswereld. Daarover waren twijfels gerezen naar aanleiding van enkele faillissementen bij beursmakelaars, waarvan het bankroet van Nusse Brink in augustus 1993 de meeste aandacht trok. Nusse Brink ging op de fles ondanks steeds intensiever toezicht op de firma door de interne controleurs van de beurs, het Controlebureau.

Minister Zalm informeerde de Kamer op basis van gegevens die de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) hem verstrekt had. De STE is onderdeel van de financiële drietand: de Nederlandsche Bank controleert banken en beleggingsinstellingen, de Verzekeringskamer de pensioenfondsen en verzekeraars en de STE 'doet' de beurs en de vermogensbeheerders.

De STE baseerde zich naar eigen zeggen bij de informatie aan de minister over de Nusse Brink affaire vorig jaar op gegevens van de effectenbeurs, die traditioneel zelf de controle op de beurswereld uitoefent. Deze zogeheten zelfregulering hangt nauw samen met de historie van de effectenbeurs: een vereniging van leden (banken, effectenmakelaars en hoeklieden) die ook een eigen (intern) tuchtrecht kent.

Nu gaat de STE de Nusse Brink zaak (samen met de ondergang van Regio Effekt, maar dat lijkt slechts een bijzaak) diepgaand onderzoeken. Daarbij wordt ook een externe accountant ingeschakeld om te voorkomen dat de indruk ontstaat dat de STE boter op haar hoofd heeft. De toezichthouder zegt het complete dossier Nusse Brink dat bij de effectenbeurs ligt nooit te hebben bestudeerd. Vandaar dat de nieuwe feiten die afgelopen weekeinde dankzij advocaat mr. J. Hoff in de publiciteit kwamen, en die deels uit dit dossier komen, mede aanleiding waren om een echt onderzoek te starten. Deze feiten betreffen onder meer details over de financiële gang van zaken bij Nusse Brink die doen vermoeden dat het effectenkantoor optrad als een bank, ofschoon Nusse Brink daarvoor geen vergunning had. Hoff vertegenwoordigt een zakenrelatie van Nusse Brink die een schadevergoeding van de beurs wil in verband met nalatige controle op Nusse Brink.

De vraag voor Zalm zal zijn of de STE, die sinds 1 juli een nieuwe voorzitter (ex-MeesPierson bestuurder F. Loudon) heeft, voldoende heeft gedaan om de relevante feiten bij de beurs boven tafel te krijgen. Of deed de STE haar best, maar heeft de beurs informatie 'achtergehouden'? De buitenwereld is in elk geval gebaat mij openbaarmaking van het rapport. Advocaat Hoff is al een stap verder. Hij denkt dat de beurs de zaak met zijn cliënt straks wel wil schikken.

    • Menno Tamminga