'Zaanse methode' effectief, indringend en omstreden

De behoefte aan betere verhoortechnieken is de laatste jaren sterk gegroeid. De regiopolitie van Zaanstreek-Waterland begon daarom in 1994, samen met het openbaar ministerie en de rechercheschool, met het project 'verbetering verhoortechnieken'. Uitvloeisel daarvan is de zogenoemde Zaanse verhoormethode.

Op het politiebureau van Zaandijk zijn twee verhoorruimten ingericht waarin de gesprekken met audio- en videoapparatuur kunnen worden opgenomen. In de regiekamer kan worden meegekeken en verhoorders kunnen met behulp van 'oorschelpen' worden gesouffleerd. Deze werkwijze is bij het verhoren van minderjarigen in jeugd- en zedenzaken al langer in gebruik. De rechercheurs worden getraind om beter te luisteren, beter op verbaal en non-verbaal gedrag in te spelen en op de juiste momenten pauzes te nemen. Van tevoren wordt een gedetailleerd verhoorplan gemaakt.

Tijdens de verhoren wordt de verdachte op indringende wijze geconfronteerd met bewijsmateriaal en met zijn privéleven. Getracht wordt hem of haar het delict te laten herbeleven. Psychologische druk maakt een belangrijk deel uit van het verhoor, maar volgens justitie is dit bij andere politieverhoren ook het geval.

Bedenker van de methode is communicatiedeskundige H. Hoenderdos, die in de regiekamer bij de verhoren aanwezig is. Volgens advocaat L. de Leon zijn inmiddels vijftien personen in Zaandijk verhoord. De regiopolitie Zaanstreek-Waterland wil geen enkele toelichting op de methode geven. De recherche-adviescommissie onderzoekt de Zaanse methode.