Wulpse Cubaanse barbiepoppen zorgen voor ritmische chaos

Concert: Salsa-orkest Anacaona uit Cuba. Gehoord: 17/8 Paradiso, Amsterdam.

Damesorkesten uit Cuba, is het slechts een rage of wordt het een trend? Op het World Roots Festival '95 stal het in hotpants gestoken Son Damas de show, voor 7 september staat de 'All Female Salsa Band' Canela op het Melkweg-programma en zaterdagnacht trad het twaalf vrouwen sterke Orquesta Anacaona op in Paradiso.

Dit laatste orkest, genoemd naar een Caraïbische prinses uit de 16de eeuw, werd opgericht in 1932 met als kern de zeven (!) zusjes Castro, onder leiding van Conception 'Cucho' op gitaar en saxofoon. In '37 maakte het orkest in Havana enkele aanstekelijke platen die onlangs werden heruitgebracht op het label Harlequin. De in lange witte jurken gestoken dames die de voorplaat sieren van deze cd hielden er in '87 mee op en droegen de zaak over aan twee andere zusjes: Georgia en Dora Aguirre.

Dat die er over 'aankleding' andere ideeën op na houden blijkt als in Paradiso de lichten aangaan: de vrouwen zien er uit als wulps uitgevallen barbiepoppen en bewegen onophoudelijk en overdadig, met veel nadruk op het 'billen-gebeuren'. Daarnaast wordt deze nieuwe en 'zwartere' editie van Anacaona bezeten door een ongelooflijke haast om muzikaal te 'scoren'. Alsof de helft van de gage vooraf in speed is betaald gaan de bandleden er telkens vandoor, helaas niet altijd in hetzelfde tempo. Het resultaat is een soms verbijsterende ritmische chaos die vooral op het conto van bassiste Georgia Aguirre geschreven moet worden, omdat zij verantwoordelijk is voor de 'dirección'. Dat is althans te lezen op de inlegvellen van de redelijk georganiseerde cd's die het nieuwe Anacaona tot nu toe uitbracht: Ay! en Como un Milagro (Als een droom). In Paradiso lapt Georgia haar leidersrol echter aan haar stiletto-hakken, en lijkt zij maar één gedachte te hebben: 'arriba, arriba!', de nacht is kort en er moet nog zo veel.

In de jachtig draaiende Anacaona-molen wordt alles vermalen wat zich aandient; van het 'rap-salsa' stuk No te quedes sentado tot de latin klassieker Peanut Vendor en het door Paul de Leeuw tot hit gezongen Ik wil niet dat je liegt.

Het publiek in Paradiso staat of loopt maar wat, want wat moet het anders met een orkest dat, hoe enthousiast ook, te luid klinkt om naar te luisteren en te chaotisch om op te dansen? Eigenlijk niet veel meer dan zich vergapen aan de glimmende kostuums en hopen dat er nog meer 'spannends' uit de kast komt. Dat blijkt na de pauze niet het geval, dus resten er alleen nog brandende vragen: waarom hebben die meiden zo'n haast? Zien ze muziek misschien als sport?

    • Frans van Leeuwen