Vermakelijk mozaïek over schaker J.H. Donner

Hein Donner - Ein Heldenleben, morgen, Ned.3, 20.00u.

De schakers die deze week elf ronden lang ploeteren in Amsterdam bij het ter ere van J.H. Donner gespeelde Memorial, doen er goed aan de documentaire over de grootmeester te bekijken. Zij zullen zich herkennen in de woorden van Donner over de blunder. “De eerste vijand van de schaker.” Er zijn, vertelt Donner, in de Nederlandse taal geen woorden te vinden die aangeven hoe hij zich voelde na een blunder. Zelfhaat en walging komen nog niet eens in de buurt.

Donner was een schrijvende schaker, hij werd een schakende schrijver. De NPS toont morgen een door Max Pam gemaakt portret van Donner in een reeks sportdocumentaires. Vorige week, tegelijk met Ajax-AC Milan, beet wielrenner Poulidor de spits af. Er volgen nog films over de voetballer Jari Litmanen, een verslaafde honkballer en een Joods voetbalteam.

Het schakersleven van Donner, Ein Heldenleben is een mooi en vermakelijk mozaïek van oude beelden en interviews met vrienden, echtgenotes, kinderen en andere insiders. Donner als bohémien, als provocateur, als onwerelds figuur die zijn tweede echtgenote op kantoor opbelt met de vraag hoe hij thee moet zetten. Een profschaker die eeuwig op vakantie is. Post gooide hij weg, belastingformulieren vulde hij niet in. Donner sliep overdag en schaakte 's nachts.

Als na een simultaan om half drie 's nachts de kroegbaas het café dreigde te sluiten omdat de wet dat voorschreef, belde Donner de burgemeester. “Kunt u uw mannetjes opdracht geven dit café met rust te laten.” Meneer Donner, antwoordde de burgemeester, “wat vreemd dat u mij zo belt. Dit zou uw vader, die ik goed heb gekend, nooit hebben gedaan.” Donners vader was minister van justitie.

De vragen hoe goed Donner schaakte, waarom hij zo goed was en in hoeverre hij verantwoordelijk is voor het imago van schaken in Nederland (na de onkreukbare Max Euwe en voor de bedachtzame Jan Timman) komen slechts zijdelings aan de orde. Schaker Timman oordeelt dat Donner in de jaren zestig bij de wereldtop hoorde. Toch kennen jonge schakers Donner vooral als de eerste grootmeester die op een olympiade onderuit ging tegen een Chinees en als de grootmeester die tientallen partijen verloor binnen 25 zetten.

De verzamelaar van die collectie kortjes, Tim Krabbé, vergoeilijkt Donners uitglijders. “Hij kon grote toernooien winnen en door de grootste knoeiers van het bord geschopt worden. Hij had geen gevoel voor gevaar. Hij zag de grote lijn, niet alle onzin uit het struikgewas.”