Van enig beleid lijkt in Tsjetsjenië geen sprake

MOSKOU, 20 AUG. Soms verenigt nationale rampspoed een land. Maar in Rusland is op dit moment niets minder het geval. Generaals te velde en politici in Moskou vechten net zo fel tegen elkaar als tegen hun Tsjetsjeense tegenstanders. Nu hoofdscheidsrechter Boris Jeltsin overmand is door 'kolossale vermoeidheid', voert elke bevelhebber zijn eigen oorlog.

Gisteren ging dat zover dat op één en dezelfde dag de commandant van de Russische troepen aankondigde dat het door rebellen bezette Grozny met zwaar materieel zal worden gebombardeerd, dat de veiligheidsadviseur van de president zei dat zulke bombardementen het conflict alleen maar uitbreiden, en dat de woordvoerder van de president liet weten dat Jeltsin vasthoudt aan de vredesakkoorden die eerder deze zomer waren gesloten. De situatie verandert daarbij van uur tot uur: vandaag werd de commandant in Tsjetsjenië vervangen.

Die akkoorden die Jeltsin gehonoreerd wil zien omvatten een bestand, een gevangenenruil, het vertrek van federale troepen uit Tsjetsjenië en de ontwapening van de rebellen. Ze werden op Jeltsins initiatief ondertekend vlak voor de presidentsverkiezingen waarover Jeltsin zelf had gezegd dat hij ze niet zou kunnen winnen zonder oplossing in Tsjetsjenië.

Nadat hij ze eenmaal had gewonnen laaide het geweld weer op. De Russische commandanten zeiden dat de rebellen hun afspraken niet nakwamen en begonnen dorpen te beschieten waar zich Tsjetsjeense strijders zouden schuilhouden. Daarop namen de rebellen vlak voor Jeltsins inauguratie met een offensief de hoofdstad Grozny in. Het gevolg: honderden doden en de dreiging dat het nog erger wordt.

In Moskou wordt algemeen aangenomen dat de laatste golf van geweld vooral is te wijten aan de federale strijdkrachten. De meeste rebellenleiders hebben hun eis voor onafhankelijkheid allang afgezwakt: ze vragen nu om vertrek van de Russische troepen en om een referendum over de status van de deelrepubliek. Maar de legerleiding lijkt moeilijk te kunnen verkroppen dat de strijd dan zou zijn verloren, althans niet gewonnen.

Herhaaldelijk hebben Russische generaals onderstreept dat zij de 'constitutionele orde' zullen herstellen. De 'bandieten' zouden volgens hen zijn 'uitgeroeid', als de politiek met zijn hang naar onderhandelen op het beslissende moment niet tussenbeide zou zijn gekomen.

Maar terwijl de legertop de zege wil, willen de soldaten die hem moeten bevechten alleen maar naar huis. Door een gebrekkige organisatie moeten zij soms bij de plaatselijke bevolking bedelen om voedsel. Sommigen deinzen er niet voor terug hun eigen wapens te verkopen. Het gebrek aan motivatie maakt een van de grootste legers ter wereld onmachtig tegen een paar duizend rebellen met doodsverachting.

In deze impasse werd Aleksandr Lebed tien dagen geleden 'presidentieel vertegenwoordiger' in Tsjetsjenië. De robuuste generaal b.d. geldt als een potentiële opvolger van Jeltsin. Maar daarvan zijn er meer en Lebed zelf vermoedde dat hij niet was benoemd om vrede te stichten maar “om mijn nek te breken” op Ruslands neteligste kwestie. Hij nam toch de uitdaging aan en wist uitgebreide bevoegdheden los te krijgen. Op papier heeft Lebed nu het recht de troepen in Tsjetsjenië bevelen te geven.

Lebeds optreden sindsdien heeft voor spektakel gezorgd, maar nog niet voor vrede. Hij was de eerste hoge functionaris die openlijk erkende dat de federale troepen de oorlog niet winnen en waarschijnlijk niet kúnnen winnen. Veel van wat hij zei over de belabberde staat van de Russische soldaten had de tv-kijker zelf al gezien. Maar “Lebed was de eerste hoge Russische leider die de waarheid sprak”, aldus de krant Segodnja.

De rebellen noemden Lebed “de enige Rus die ik vertrouw” (chef-staf Maschadov) en verklaarden zich bereid hem “tegemoet te komen” (politiek leider Jandarbijev). Lebed heeft alleen al goede wil gekweekt door hen geen 'bandieten' te noemen en door naar de onderhandelingen te komen in een eenvoudige auto inplaats van in een helikopter met lijfwachten, zoals Russische vertegenwoordigers tot nu toe deden. Hij bereikte een bestand.

Maar openhartigheid (of populisme) is niet hetzelfde als politiek vernuft. Vrijdag overspeelde Lebed zijn hand door het ontslag te eisen van minister van Binnenlandse Zaken Koelikov, de generaal die de politieke verantwoordelijkheid draagt voor het merendeel van de militairen in Tsjetsjenië. Koelikov beschuldigde op zijn beurt Lebed van onkunde en machtshonger.

Koelikov is nog steeds minister en al op zondag werd het door Lebed bereikte staakt-het-vuren in Grozny geschonden. Maandag kwam de bevelhebber in Tsjetsjenië, Poelikovski, met zijn dreigement over de bombardementen - de duidelijkst mogelijke illustratie van de weerstand tegen Lebed en van de beperkte omvang van zijn macht. Poelikovski's vervanging, vandaag, is wellicht een zege voor Lebed, maar of ze een oplossing naderbij brengt weet nog niemand en ze illustreert hoe snel de zaken zich kunnen wijzigen.

Van Jeltsin, die volgens zijn woordvoerder slechts twee à drie uur per dag werkt, is bekend dat hij graag werkt met elkaar tegensprekende adviseurs tussen wie hij een machtsevenwicht bewaart. Lebed is weer eens herinnerd aan dit verdeel-en-heers-spel. In het verleden heeft dit soms ook met redelijk resultaat gefunctioneerd. Maar toen werkte Jeltsin hele dagen.