Sportkijker laat zich niet paaien met porno

Een ding moet de nieuwe sport-televisiezender Sport7 worden nagegeven: men heeft er in luttele maanden een goed gevoel voor de sociale verhoudingen in Nederland ontwikkeld.

Nadat het er, na de eerste aankondigingen dat de KNVB de voetbalrechten te gelde had gemaakt bij deze zender, aanvankelijk op leek dat voetbal alleen nog maar op Sport7 te zien zou zijn, heeft men er later voor gezorgd dat Nederlands betaald voetbal ook op de aloude publieke televisie te zien bleef - zij het wat later dan voorheen.

En ook de aanvankelijke optimistische verwachting bij het station dat het mogelijk zou blijken alle kabelkijkers in Nederland twee gulden extra te laten dokken - omdat wie volkssport nummer 1, voetbal, in handen had, dat wel kon maken - blijkt enkele maanden later als sneeuw voor de zon verdwenen. Sport7 heeft zich kennelijk neergelegd bij een plaatsje in een pluspakket, of een andere formule van betaaltelevisie.

Een informele coalitie van volksverontwaardiging - gericht tegen voetbal-bobo's die met dollartekentjes in de ogen alleen nog maar aan het gewin denken en het volk zijn vertier willen afnemen - en gemeenten en andere bestuurders van kabelnetten, die het vertikten twee gulden per maand in rekening te gaan brengen omdat een monopolist (de KNVB en zijn sportzender) dat als prijs voor voetbaltelevisie had vastgesteld - hebben ertoe geleid dat er van de oorspronkelijke opzet van de sportzender geen spaan heel is gebleven.

Bedrijfseconomisch gezien lijkt Sport7 op dit moment een doodgeboren kindje, een situatie waarover vermoedelijk slechts de aandeelhouders een traan zullen laten. De vercommercialisering van het verschijnsel televisie in Nederland is door het spel der maatschappelijke krachten een forse slag toegebracht - op een manier waarop de initiatiefnemers van Sport7 een halfjaar geleden in het geheel niet verdacht waren. Zij hadden gedacht dat het mogelijk zou zijn om de handelswaarde van een economisch goed - voetbaltelevisie- hoofdelijk om te slaan over alle Nederlandse kijkers, min of meer op de manier waarop de kosten van de publieke omroep dat worden. Deze hooghartige strategie is afgestraft - de vraag is alleen nog of deze weerzin in de samenleving tegen betaaltelevisie alleen deze strategie betreft, of zich ook uitstrekt tot andere vormen van het verschijnsel betaaltelevisie, zoals pluspaketten en pay per view.

Het laatste lijkt het geval, voor wie de stemming peilt en de gesprekken hoort aan cafétafel en in de tram. In Amsterdam, waar de commerciële kabelexploitant A2000 als een der eersten in den lande een pluspakket aankondigt waarin Sport7 in combinatie met onder andere een Chinese- en een soft-pornozender wordt aangeboden, zoemt het van de sarcastische opmerkingen. Nog voor A2000 een begin heeft kunnen maken met reclame voor zijn initiatief, is de anti-propaganda ertegen al allerwege te beluisteren. Dat moet voor een onderneming een weinig aanlokkelijke situatie zijn. Natuurlijk is het heel goed mogelijk dat de introductie van het pluspakket op de kabel een succes wordt - maar de eerste aanwijzingen zijn in ieder geval niet in die richting.

Kennelijk is er een ernstige discrepantie tussen de inzichten van sommige ondernemers in de audiovisuele industrie en de perceptie bij het publiek van wat die industrie zou moeten aanbieden. De meeste Nederlandse televisie- en radioconsumenten in Nederland zijn per wooneenheid tegenwoordig ongeveer vierhonderd gulden per jaar aan het verschijnsel 'omroep' kwijt, aan omroepbijdragen en kabelabonnement. Men is eraan gewend geraakt dat voor dit - in absolute zin - aanzienlijke bedrag een schier onbeperkte stroom aan informatie en ontspanning beschikbaar komt, uit meerdere landen. Pogingen om uit dit geheel sectoren los te maken en apart op de markt te brengen - zoals Sport7 en de KNVB hebben geprobeerd - kunnen op grote verontwaardiging rekenen.

De audiovisuele industrie daarentegen is het er juist om te doen om bepaalde delen uit het traditionele programma-aanbod te isoleren en apart aan de man te brengen. Dat geldt voor bepaalde soorten programma's: recente speelfilms, sport en zelfs nieuws, maar ook voor hele zenders - de bedrijvers van de commerciële zenders in Nederland hebben laten weten al te dromen van een situatie waarin zij niet meer geheel van reclame-inkomsten op hun zenders afhankelijk zullen zijn, maar ze tegen betaling kunnen aanbieden in een 'pluspakket', aldus een zogeheten 'tweede inkomstenstroom' op gang brengend.

Dat is natuurlijk het goed recht van deze ondernemers, maar de ervaringen tot nu toe met betaaltelevisie in Nederland zijn niet echt hoopgevend. De uitweg uit deze impasse ligt voor de hand: iets anders en beters brengen dan tot nu toe op de televisie was: meer recente films dan de publieke televisie kan brengen bijvoorbeeld, of nieuws op elk gewenst moment, of - de digitale techniek zal dat op den duur mogelijk maken - elk gewenst programma op elk moment. Dan nog zal de weg voor die commerciële ondernemers een lange zijn: Filmnet bijvoorbeeld is al bijna tien jaar actief in Nederland, en heeft in al die jaren nooit meer dan 200.000 Nederlanders voor zijn hoogwaardige produkten weten te interesseren.

Maar het is de enige weg - alle andere worden in de samenleving als volksverlakkerij beschouwd. Twee gulden de maand voor een balspelletje - daar is de samenleving niet ingetrapt. Eenzelfde lot wacht het streven er twintig gulden voor te vragen, omdat je er een beetje soft porno en wat Chinees nieuws bijkrijgt.