Snelweg lijkt steeds meer op een openbare vuilstortplaats

De stichting Nederland Schoon voert deze maand een actie om het afval langs de weg te verminderen. Rijkswaterstaat is blij met het initiatief, hoewel het niet meer is dan 'een druppel op een gloeiende plaat'.

DELFT, 20 AUG. “Afvalbakken zijn er genoeg”, zegt G. van Dijk. Het rayonhoofd Nieuwerkerk van Rijkswaterstaat stapt uit zijn gele bestelwagen op de parkeerplaats Maatveld, langs de A20. Hij omschrijft de omgeving als “de smerigste van mijn gebied en vermoedelijk van de hele dienstkring Delft”. Die middag oogt het er tamelijk netjes. “Geen wonder”, weet Van Dijk, “hij is net schoon gemaakt. Vanmorgen lag er overal rommel. Losse troep en soms verpakt in plastic. Tientallen grote zakken zelfs, achtergelaten door automobilisten. En dat is elke dag zo.”

De ernstige vervuiling van Maatveld is volgens Van Dijk eenvoudig te verklaren. “De gemeente waaronder die parkeerplaats valt, Nieuwerkerk aan den IJssel, verplicht zijn inwoners speciale vuilniszakken te gebruiken van - ik geloof - een rijksdaalder per stuk. Dat is een heleboel geld. Het gevolg is dat mensen hun afval hier dumpen in niet goedgekeurd plastic”, legt hij uit. In de drieëndertig jaar dat Van Dijk bij Rijkswaterstaat werkt, heeft hij “de rotzooi langs de weg” fors zien toenemen. De snelweg lijkt volgens hem steeds meer op een openbare vuilstortplaats.

Zijn rayon behoort tot de dienstkring Delft, die volgens het hoofd S. Berrevoet, per jaar “vier- à vijfhonderdduizend gulden kwijt is aan het laten verzamelen en afvoeren van vuil”. Landelijk geeft Rijkswaterstaat ieder jaar dertien miljoen gulden uit om ruw geschat minimaal zestienduizend ton rommel op te ruimen, “en ik vrees”, vertelt Berrevoet, “dat dat bedrag nog zal oplopen.” Met name het scheiden van het vele, illegaal gestort afval wordt steeds duurder.

Volgens Berrevoet worden alle grote vondsten bij de politie gemeld. “Om het probleem te bestrijden, moet je daders betrappen”, legt hij uit. “Eenvoudig is dat niet. Vroeger trok je een paar handschoenen aan en speurde je tussen die vieze spullen naar een enveloppe of een sticker met een naam. Tegenwoordig is dat onverantwoord. Er zit zo veel gevaarlijks en vreemds bij: vuile naalden, teer, bestrijdingsmiddelen en veel asbest.” Rayonhoofd Van Dijk weet er alles van: onlangs vond hij langs de snelweg “een superzak vol met koeienkoppen”. Een collega stuitte op een lading rotte vis.

Dagelijks inspecteren Van Dijk en zijn zeven medewerkers alle parkeerplaatsen in Nieuwerkerk en wijde omgeving, waarna ze een 'aannemer' aan het werk zetten. Die ruimt elke dag de rommel buiten de bakken op, de vaten zelf worden ten minste twee maal per week geleegd. “Het is ongelooflijk wat je tegen komt.” Van Dijk stuurt zijn bestelbus Rotterdam in en parkeert hem onder de A20, bij het Bergwegviaduct in de wijk Schiebroek. “Hier vonden we een aantal spuiten, nota bene vlak bij een speelplaats.” Hij wijst op een berg puin, die de gemeente even verderop heeft gestort. “Foute boel”, meent hij, “want vuil trekt vuil aan, zo is onze ervaring.” Er liggen onder andere een vat, een bankstel en wat kledingstukken. “Tot voor kort huisde hier een zwerver”, vervolgt Van Dijk, “die stopten we af en toe een biertje toe. Hij lette erop dat het schoon bleef. Nadat de politie hem had weggestuurd, was het snel weer een smerige boel. Jammer, want sociale controle is zeer belangrijk.”

Van Dijk klimt weer in zijn auto. “Mijn broer woont in Californië”, zegt hij. “Daar betalen ze een boete van vijftig dollar als ze een papiertje uit de auto gooien. Dat beleid moesten ze hier ook gaan voeren.” Laatst zag hij een chauffeur een blikje uit zijn raam smijten. “Ik vroeg hem waarom hij dat deed. Hij moest er toch ergens mee blijven, kreeg ik als antwoord.” Het is een kwestie van een verkeerde mentaliteit, meent Van Dijk, die het meeste kleine zwerfvuil bij de afritten van de snelwegen aantreft, daar waar de voertuigen vaart minderen of moeten stoppen.

“Maar ook bij hoge snelheid dondert men van alles naar buiten”, meldt hij. Hij gaat op de vluchtstrook rijden, zodat de goot van de weg zichtbaar wordt. Om de dertig meter liggen roosters voor de waterafvoer, die hier en daar gedeeltelijk zijn bedekt met blikjes en plastic. “Die plastic zakken, in alle soorten en maten, vormen een groot probleem”, legt Van Dijk uit. “Er zit lucht in. Als ze in het ondergelegen riool terecht komen, kunnen ze ergens aan blijven haken en dat kan gemakkelijk tot verstoppingen leiden. Het water blijft dan op de weg staan, wat weer ongelukken tot gevolg heeft. U heeft ze vast wel eens gezien, de auto's die in een plas plotseling achterstevoren staan.”

Het is onverantwoord wat mensen allemaal doen in de buurt van de snelweg, laat Van Dijk daar op volgen. “Bij Moordrecht troffen we laatst een grote troep oude banden aan, gestort door een vrachtwagen, zo verrieden de sporen. Vorige week gebeurde nog iets ergers: bij werkzaamheden op een viaduct over de A20 bij Capelle waren trottoirtegels losgemaakt, die hadden ze zo naar beneden gegooid. Een wonder dat er niks is gebeurd. Op dezelfde plek hadden vandalen eerder aan een tijdelijke kabel zitten rommelen en hem boven de weg gehangen. Daar reed iemand tegen aan. Er was behoorlijk veel schade, om maar niet te praten van de schrik die het gaf.”

Toen een maat van Van Dijk naar het groen langs de A16 bij het Rotterdamse Terbregseplein ging kijken, stuitte hij op een groep junks die, volgens het rayonhoofd van Nieuwerkerk, een tentzeil en fietsen in de bomen hadden gehangen. “De mensen begrijpen niet dat het opruimen allemaal bergen geld kost.”

Van Dijk is blij met de actie van de stichting Nederland Schoon. Net als zijn collega Berrevoet vindt hij het prachtig, dat het zes personen tellende cleanteam bij wegrestaurants en parkeerplaatsen zakjes uitdeelt om de rommel in te doen. Het gezelschap bereikte al meer dan een half miljoen verkeersdeelnemers, onder het motto: houd uw auto en het milieu schoon. Volgens Rijkswaterstaat is de actie “slechts een druppel op een gloeiende plaat”. “De mentaliteit van de mensen moet veranderen”, zegt ook Berrevoet. “Er zijn afvalbakken genoeg, maar veel weggebruikers zijn te lui om een paar meter extra te lopen.”