Onderzoek in de sociologie voldoende

ROTTERDAM, 20 AUG. De wetenschappelijke kwaliteit van het sociologisch en antropologisch onderzoek aan de Nederlandse universiteiten is voldoende tot goed, maar een aantal programma's geeft reden tot zorg. Tot deze conclusie komt een internationale commissie na het beoordelen van zestig onderzoeksprogramma's aan de tien universiteiten die dit onderzoek verrichten.

Het gehele onderzoeksgebied overziend concludeert de commissie dat er eigenlijk geen uitschieters zijn, in positieve noch in negatieve zin. Het cijfer 5 (uitmuntend) wordt niet gegeven, wel 4 (goed) voor 23 onderzoeksprogramma's. Onderaan de schaal staan 1 (slecht) in geen enkel geval en 2 (onvoldoende) in zes gevallen. Alle overige krijgen als beoordeling een 3 (voldoende/gemiddeld).

Het onderzoeksprogramma aan de Universiteit van Amsterdam onder leiding van de hoogleraren De Swaan, Breman en Schuyt, zoals dat gestalte krijgt in de Amsterdam School for Social Science Research (ASSR) wordt geprezen om de significante en zeer interessante benadering. Het judicium 'uitmuntend' wordt de onderzoekers evenwel onthouden, het blijft bij 'goed'. De sociologen Stokman en Lindenberg in Groningen krijgen voor hun onderzoeksprogramma's dezelfde beoordeling.

Zeer kritisch (onvoldoende) is de commissie over Socologie van de welvaartsstaat (Leiden, Bertels), Methodologie van beleidsonderzoek (Erasmus Universiteit, Zwanenburg), Stadssociologie (Universiteit van Amsterdam, Brunt), Veranderingsprocessen in Derde-Wereldlanden (Nijmegen, Huizer), Vrije tijd en werk (Katholieke Universitiet Brabant, Beckers), en Sociologie van het huishouden (Landbouwuniversiteit Wageningen, Van der Ploeg).