Libanezen wisten al wie gingen winnen

BAABDAT, 20 AUG. “Zeg maar mevrouw X”, zegt ze met klem. Samen met haar kinderen staat ze met een vriendin voor de deur te praten. Ze woont met haar gezin even buiten Baabdat, in de overwegend christelijke Libanese provincie Mont Liban waar zich zondag de eerste fase van de parlementsverkiezingen heeft afgespeeld.

Maar mevrouw X is niet gaan stemmen. “Waarom zouden we? We wisten toch al op voorhand wie er ging winnen. Alles ligt vast”, en ze wijst naar een groep zwaar gewapende militairen.

“De regering belooft maar wat. Wij zien na al die jaren van zogenoemde wederopbouw nog altijd zwarte sneeuw. Geen werk, geen geld, geen stroom. Dat is het Hariri-effect voor ons”, zegt ze in een verwijzing naar de wederopbouwpolitiek van premier Rafiq Hariri.

Inderdaad hebben regeringsgezinde kandidaten, onder wie vijf ministers, een klinkende overwinning behaald op de verdeelde christelijke oppositie, mede met behulp van een zeer omstreden herindeling van de kiesdistricten. Bijna alle oppositiekandidaten moesten het afleggen tegen kandidaten die door de regering en door Syrië - dat een doorslaggevende invloed in Libanon uitoefent - werden gesteund. Terwijl dit gebied ten noorden en oosten van Beiroet toch het traditionele bastion is van anti-Syrische christenen; de enige plaats waar de christelijke oppositie een kans maakte om in het nieuwe parlement te komen.

In iedere provincie ligt de zetelverdeling vast volgens een strikt confessionele verdeelsleutel. In de Mont Liban gaan 25 zetels naar de christenen en 10 naar de moslims en de druzen samen. Door een speciale verdeling van de provincie in zes aparte kiesdistricten werd vervolgens een overwinning voor pro-Syrische kandidaten gegarandeerd. Het Libanese parlement telt in totaal 128 zetels.

Christelijke leiders en kranten spreken van grootscheepse verkiezingsfraude door de regering, machtsmisbruik en intimidatie van de kiezers. “De regering heeft er goed aan gedaan om uitgerekend deze provincie uit te kiezen om deze verkiezingsparodie te beginnen”, schrijft een commentator ironisch. Interne verdeeldheid onder de christenen over een nieuwe verkiezingsboycot, zoals bij de vorige verkiezingen, heeft de zaak van de oppositie zeker ook geschaad. Veel opposanten bleven opnieuw thuis, al lag de opkomst met volgens de regering 45 procent van de in totaal 650.000 kiesgerechtigden hoger dan in 1992. Maar dat kan nooit volstaan als verklaring, zegt George, de uitbater van een eethuis in Ghazir. “Het is een film, een mise-en-scène. Alles is hier een kwestie van geld geworden. Hoe is anders het enorme succes van minister Elie Hobeika verklaarbaar, die 29.000 stemmen haalde? Heeft hij plotseling het hart gestolen van de shi'ieten? Hij die in 1982, tijdens de Israelische bezetting, verantwoordelijk was voor de massamoord in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila? Nee, hij moest als een trouwe hond worden beloond.”

De Libanese verkiezingen worden telkens per provincie op vier opeenvolgende zondagen gehouden. Beiroet is 1 september aan de beurt. De christelijke oppositie is zo goed als uitgeschakeld. Blijft de vraag hoe sterk de pro-Iraanse moslim-fundamentalistische Hezbollah uit de verkiezingen te voorschijn zal komen. De ene Hezbollah-parlementariër uit Mont Liban heeft zijn zetel zondag verloren aan een kandidaat van de pro-Syrische shi'itische groepering Amal - terwijl de populariteit van Hezbollah na de Israelische expeditie van eerder dit jaar duidelijk is gegroeid. Maar het zuiden en de Beka'a-vallei, waar Hezbollah zijn bolwerken heeft, komen nog aan de beurt.