Je moet veel huiswerk maken

Dat de 15-jarige Bilal uit Marokko een natuurtalent is, van de naïeve soort overigens, blijkt al uit de eerste zinnen van 'Vader en Moeder:'

“Mijn vader is erg streng. Ik mag meestal niet naar buiten. Ik moet mijn huiswerk maken in mijn kamer. Het is vervelend als ik zolang in mijn kamer huiswerk zit te maken. Soms ben ik zo klaar met mijn huiswerk en dan mag ik niet naar buiten. Mijn vader zegt altijd 'je moet veel huiswerk maken zo word je wijzer'. Ik vind het maar niks om veel huiswerk te maken.”

Ik heb, met Bilal op vakantie in Marokko, zijn opstel bij mij thuis, tijd genoeg om het telkens weer te lezen, dit proza van een voor mij - ik ken Bilal - zo onverwacht hoog niveau. Nog een citaat, uit hetzelfde opstel.

“Op een dag was ik vrij van school. Het was mooi weer en ik ging naar het zwembad met mijn vriendjes. We zwommen daar de hele dag. Toen het middag was gingen we weer naar huis. Mijn vader was al thuis en werd kwaad toen hij mij zag. Hij sloeg me en zei: 'Waar was je de hele dag?' Ik zei tegen hem dat ik met mijn vriendjes in het zwembad was. Mijn moeder hoorde dat mijn vader kwaad was en zei tegen hem dat hij me met rust moest laten. Mijn vader luisterde niet naar mijn moeder en zei: 'Ga naar je kamer!”

Wat kan ik (leraar Nederlands) Bilal (3 Havo-scholier, straks 4) nog leren? Dat sobere proza, ondanks de vele herhalingen, die ingetogen, kortaangeboden stijl, die toch zoveel gevoel verraadt... De jongen formuleert ogenschijnlijk moeiteloos, zonder aanstellerij, en werkt trefzeker naar de pointe toe. Het volgende citaat overtreft de vorige nog:

“Op een dag was ik jarig en mocht vriendjes uit mijn klas van de basisschool uitnodigen. Mijn moeder bakte patat en nog andere lekkere dingen. Aan het eind van het feestje moesten al mijn vriendjes weg en ik moest van mijn vader weer huiswerk gaan maken.”

Wie doet hem dit na? 'Aan het eind van het feestje moesten al mijn vriendjes weg en ik moest van mijn vader weer huiswerk gaan maken.' De zin is indrukwekkend, op zichzelf al, en des te indrukwekkender door alles wat eraan vooraf ging.

Men wordt onderhand nieuwsgierig naar de vader. Bilal beschijft hem voor ons:

“Mijn vader heeft zwart haar en is een beetje kaal. Hij wil altijd gelijk hebben en is altijd zo eigenwijs.”

Zowel het uiterlijk als het karakter van de vader wordt bondig getypeerd, en dat bevalt me. Maar toch: 'Mijn vader heeft zwart haar en is een beetje kaal' - daar wringt iets. En: 'Hij wil altijd gelijk hebben en is altijd zo eigenwijs' - dat is niet mooi. Zo ware het beter geweest:

“Mijn vader is een beetje kaal. Hij wil altijd gelijk hebben.”

Eenvoud, bondigheid en zeggingskracht. Misschien kan ik Bilal toch nog iets leren. Maar hoe?

Bilal, ik zei het al, is een natuurtalent. Hij is zich niet van zijn gave bewust. Hij formuleert zakelijk - maar in die zakelijkheid schuilt iets angstigs. Bilal is bang fouten te maken. Andere dan uit marmer gehakte zinnen acht hij riskant.

Bilal is een levendige, maar onzekere jongen, en, misschien vanwege zijn jeugdpuistjes, verlegen tegenover meisjes; hij is minder sterk van karakter dan het groepje jongens waar hij mee omgaat. Hij is - in deze periode van zijn leven - het type van de meeloper.

De stijl van Bilal - wie de jongen kent, weet: dat is Bilal zelf. Die stijl is een produkt van zijn leeftijd, zijn onzekerheid, zijn wens ook om met een opstel hoog te scoren. Bilal denkt dat, zolang hij geen fouten maakt, zijn opstel goed zal zijn. Ik kan hem niet uitleggen wat de bekoring is van zijn stijl, omdat er tussen hem en die stijl te weinig afstand is.

Bilal werd door zijn vader naar Nederland gehaald toen hij negen jaar was. Zijn Nederlands is vrij goed, maar zal hem voorlopig nog - zeker als hij schrijft - onzeker maken. De oplettende lezer heeft al in het tweede citaat opgemerkt dat Nederlands niet de moedertaal van Bilal is. Daar staat: 'Toen het middag was gingen we weer naar huis.' Een kind dat het Nederlands van zijn ouders meekrijgt, had geschreven: 'Aan het eind van de middag gingen we weer naar huis'.

Ik heb wat op de stijl van Bilal afgedongen. Ik wil het weer goedmaken. Met een citaat uit 'Mijn vakantie':

“Het was de laatste schooldag. Ik ging nar huis en zag mijn vader de auto inladen met vakantiespullen. Mijn moeder was het eten aan het klaarmaken en mijn broertjes waren boven aan het spelen.

Toen we gegeten hadden zijn mijn vader: 'Het is tijd om te vertrekken, vind ik.'

Mijn broertjes hadden zich aangekleed en stonden bij de auto. Mijn vader zat in de auto. Wij wachtten allemaal op mijn moeder.

Daar kwam mijn moeder aan en zei tegen mijn vader: 'We zijn de paspoorten vergeten.' Mijn vader stapte uit de auto en rende naar boven om de paspoorten te halen. Eindelijk kwam mijn vader terug. Mijn moeder vroeg: 'Waar bleef je zo lang'. Mijn vader antwoordde: 'Ik moest nog andere papieren pakken, die was ik ook allemaal vergeten.' Mijn vader startte de auto en eindelijk vertrokken we.''

Zou Bilal schrijver willen worden dan zou hij, vrees ik, een lange weg moeten afleggen om via vals proza uiteindelijk deze uitgebeende stijl diep in zichzelf terug te vinden. Maar dan, gelouterd, zich bewust....een Marokkaanse Nescio.

    • Kees Beekmans