Het boek is af

Dertig jaar geleden begon ik aan een roman, De ziekte van Middleton, die ik drie jaar later, in 1969, voltooide en die in datzelfde jaar gepubliceerd werd. Het behelst het verhaal van een jongen die verslaafd is aan het kijken naar tieten - hetzij in T-shirt, trui of mantelpak, hetzij bloot, in tijdschriften of films. De ziekte vernoemde ik niet naar een arts, maar naar wie in die tijd de koningin van de pin-upgirls kon worden genoemd, Margaret Middleton.

De roman vond over het algemeen een gunstig onthaal, en zeker niet alleen bij mannen, die veel van zichzelf herkenden, maar ook bij vrouwen die eveneens veel van zichzelf herkenden, om begrijpelijke redenen. Per slot is de tiet een bij uitstek vrouwelijk lichaamsdeel.

Omdat het een wat treurige geschiedenis is staat het vol met grappen, door het hele boek heen, o zo ironisch allemaal. Maar tegen het einde weet de verteller niet meer van ophouden. Het boek heeft dan ook geen echt einde, het besluit met drie puntjes... Wat de toekomst brengen zal, de auteur weet het nog niet, maar zelden zal een roman zozeer om een vervolg, om een afloop hebben gevraagd.

Die heb ik thans geschreven. De hoofdpersoon is ouder en wijzer geworden. En genezen, weshalve ik het boek Middletons dood heb genoemd, het virus is gedood.

In het algemeen is een ziekte interessanter dan een gezondheid en je moet nooit personen beschrijven waar het dagelijkse leven zo vol van is: personen die het goed gaat. Niets aan te beleven, dat soort mensen. Dat ik nochtans de hoofdpersoon gaandeweg van zijn ziekte bevrijd, is omdat daarmee zijn kijk op de medemens, in het bijzonder op zijn eigen 'volmaakte' vrouw, aan helderheid heeft gewonnen: zozeer dat hij oog krijgt voor háár ziekte: veel ernstiger dan die waar hij zelf aan leed. Zijn verworven objectiviteit stelt hem in staat een verhaal te vertellen dat niet alleen een begin, maar vooral ook een einde heeft. En een 'ontknoping', die veel verklaart.

Het boek is intussen gelezen door deze en gene, door evenveel vrouwen als mannen en het deed mij bijzonder goed van de vrouwelijke kant te horen dat het verhaal hen had ontroerd. Want hoe ontroerend ook, hoe geestig en hoe spannend (je legt het boek niet weg voordat je het uit hebt), het blijft een goor verhaal, hier en daar. Sommige alinea's, zinnen en zinsneden zijn echt vunzig. Heerlijk te horen dat ook vrouwen daar van houden (ik moet daar nog altijd aan wennen), al geef ik toe en mijn smaak schrijft mij dat voor, dat 'vunzig' alleen kan als het stijl heeft. Veel vieze boeken door de jongelui geschreven, zijn afkeurenswaardig, niet omdat ze vies zijn, maar omdat ze nog geen stijl hebben.

Middletons dood maakt sterk de indruk autobiografisch te zijn, maar het geheel overziende en nog 's weer lezend, en peinzend, vraag ik me af: heb ik dit nu allemaal beleefd, of heb ik het pas beleefd toen ik het had opgeschreven? Maar heb ik dan ook meegemaakt wat ik Regina, mijn vrouw, heb laten meemaken? Ik had dit boek niet kunnen schrijven als ik niet veel zelf had ervaren. Maar hoe heb ik dat dan ervaren: zoals ik het mij herinner, of zoals ik het tenslotte heb beschreven?

Een soortgelijke vraag kan de ikfiguur uit het tweede deel zich stellen: als hij zich episodes herinnert uit het eerste deel en deze beschrijft. De lezer van beide boeken zal zien dat de genezen hoofdpersoon in retrospectief de dingen anders ziet dan de zieke op het moment dat hij ziek is en daar grapjes over maakt.

De tieten leiden een min of meer zelfstandig en vaak onopvallend leven. In het boek komen met name voor: Regina, Margaret, Annie, Zoraima, Noris, Kathy, Susie, Judith, Lieke, Herta en Emma. Sommige van hen hebben inderdaad tieten. Noris is wat je in het Spaans 'una tetona' noemt en Margaret mag er ook wezen. Maar wat de anderen betreft, ik had zoveel met ze te stellen, dat ik aan de beschrijving van hun typische vrouwelijkheid vaak niet eens ben toegekomen.

'n Heerlijk boek.