Euro-OR blijft de gemoederen bezighouden

ROTTERDAM, 20 AUG. Nu de verplichte invoering van Europese ondernemingsraden in alle lidstaten nabij is, maken werkgevers en werknemers overal in Europa zich op voor een laatste poging om de wettelijke regelingen zoveel mogelijk naar hun eigen wensen te modelleren. Voor de vakbonden gaat het Nederlandse wetsvoorstel niet ver genoeg, voor de werkgevers is het voorstel hèt bewijs dat Nederland zich nog steeds graag als gidsland afficheert.

Begin deze zomer lanceerden de buitenlandse bedrijven met vestigingen in Nederland een grootscheeps offensief tegen het Nederlandse wetsvoorstel voor Europese medezeggenschap. Vooral Amerikaanse en Japanse multinationals spraken de vrees uit dat de Nederlandse wetgeving sterk zou afwijken van Europese richtlijnen: zo zou de Euro-OR in Nederland volgens hen het recht krijgen op informatie over alle vestingen ter wereld, terwijl andere lidstaten alleen het recht op informatie over Europese activiteiten wettelijk verplicht willen stellen. Ook maakten de ondernemers zich ongerust over het feit dat in Nederland ook vakbondsvertegenwoordigers toegang kunnen krijgen tot de Euro-OR. De buitenlandse ondernemers, die de afgelopen jaren juist zo tevreden waren over het Nederlandse investeringsklimaat, dreigden zelfs kantoren en fabrieken uit Nederland weg te halen.

Op uitnodiging van minister Melkert hebben de multinationals - onder leiding van VNO-NCW-voorzitter J. Blankert - gisteren op het ministerie van sociale zaken een gesprek gevoerd over de Nederlandse vormgeving van de Euro-OR. Hoewel Melkert in eerste instantie liet weten dat de bezorgdheid van de bedrijven op een misverstand berustte omdat het Nederlandse voorstel niet zou afwijken van de Europese richtlijn, heeft de minister gisteren laten weten dat hij zijn wetsvoorstel op een aantal punten wil “heroverwegen”. Samen met VNO-NCW zullen de ambtenaren van zijn ministerie inventariseren hoe de andere lidstaten wettelijk vorm gaan geven aan de Europese medezeggenschap.

Ook als Melkert vasthoudt aan zijn oorspronkelijke wetsvoorstel lijkt het weinig waarschijnlijk dat de buitenlandse multinationals hun dreigement om te vertrekken werkelijk zullen uitvoeren. Waar moeten ze naar toe? Op last van Brussel - dat in het voorjaar van 1994 overeenstemming bereikte over een Europese richtlijn voor grensoverschrijdende medezeggenschap - moeten alle nationale overheden uiterlijk per 22 september 1996 met eigen wetgeving komen met betrekking tot de Euro-OR. De kans is groot dat in landen als Duitsland en Frankrijk, waar verschillende grote bedrijven al een aantal jaren geleden een Euro-OR hebben ingevoerd, de wetgeving strenger zal uitpakken dan in Nederland.

De verplichting om een Euro-OR in te stellen (wanneer het personeel daarom vraagt) geldt voor ondernemingen die duizend of meer werknemers in de Europese Unie tellen en die in ten minste twee lidstaten vestigingen hebben (met minimaal 150 werknemers). Op basis van de Europese richtlijn over medezeggenschap moet de Euro-OR geïnformeerd worden over relevante ontwikkelingen, zoals fusies of fabriekssluitingen, in alle Europese lidstaten waar de onderneming actief is. De bedrijven moeten zich houden aan de nationale wetgeving van het land waar hun Europese hoofdkantoor is gevestigd. Dat geldt niet alleen voor Europese, maar ook voor bijvoorbeeld Amerikaanse of Aziatische concerns.

De Europese richtlijn biedt ondernemers maar één vluchtweg: bedrijven die voor 22 september van dit jaar al over enige vorm van Europese medezeggenschap beschikken, vallen niet onder de nieuwe regeling. Het Amerikaanse concern Pepsico heeft volgens de vakcentrale FNV van deze vluchtweg wel heel erg creatief gebruik gemaakt: in mei van dit jaar werden 21 werknemersvertegenwoordigers van Europese Pepsico-vestigingen in Ierland uitgenodigd om te praten over een Euro-OR. Bij aankomst kregen de vertegenwoordigers te horen dat zij geen retour-tickets zouden krijgen voordat zij zouden instemmen met het door de onderneming voorgestelde inspraakorgaan. Europese vakbonden hebben aangekondigd de afspraken bij Pepsico te gaan aanvechten.

    • Marcella Breedeveld