'Daderhulp op laag pitje'

BRUSSEL, 20 AUG. Een recente reeks brutale overvallen op geldtransporten, de moord op de Waalse socialist André Cools in 1991, de bende van Nijvel, die begin jaren tachtig bijna dertig mensen ombracht - België kent een indrukwekkende lijst spraakmakende maar onopgeloste misdrijven.

Vorige week was er wel een ontknoping: twee verdwenen meisjes werden levend teruggevonden in het huis van hun ontvoerder. Maar de euforie sloeg om in kritiek, toen dit weekeinde in de tuin van dezelfde verdachte de lijken werden opgegraven van twee vorig jaar verdwenen meisjes. Hun ontvoerder, de eerder wegens zedenmisdrijven met minderjarigen tot dertien jaar veroordeelde Marc Dutroux, werd drie jaar na zijn veroordeling vrijgelaten. Minister van justitie De Clerck heeft inmiddels erkend dat er fouten zijn gemaakt.

“Kritiek achteraf is gemakkelijk, maar in dit geval te begrijpen”, vindt Christian Eliaerts, professor criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel. “Dit was niet een doorsnee geval van vervroegde vrijlating, de feiten waren zwaar.” Hij betwijfelt of Dutroux in de gevangenis voldoende begeleid is. “Intensieve begeleiding is nodig om recidiveren te temperen. Ik krijg niet de indruk dat dit hier gebeurde.” In de overbevolkte gevangenissen is de begeleiding meestal minimaal, stelt hij. “De psychiaters die er zijn, werken in deeltijd en worden slecht betaald, zoals alle expertise bij justitie.” Ook voor opvang na vrijlating schieten de middelen tekort. “Daderhulp staat in België op een laag pitje.”

Geldgebrek is volgens de criminoloog een algemeen probleem van de Belgische justitie. “Tot voor kort kreeg justitie een schandelijk lage politieke prioriteit. Informatica is bijvoorbeeld pas onder de vorige regering ingevoerd. Sommige rechters kopen zelf maar een pc.”

Ook Jan van Delm, auteur van Justitie in opspraak, signaleert “schrijnende verwaarlozing” en geldgebrek: “een goede balpen (!), een perforator, een nietjesmachine, een bureaulamp... voor sommige magistraten lijkt het een verre wensdroom.” De ouders van de verdwenen meisjes vinden dat het onderzoek te traag en te weinig gecoördineerd is verlopen. Klassieke kritiek in België, die ook klonk bij het onderzoek naar de bende van Nijvel, de moord op Cools en de serie overvallen op geldtransporten die volgens Eliaerts het werk zijn van een gespecialiseerde bende. “De samenwerking is een probleem”, zegt de criminoloog. Dat geldt voor de gerechtelijke instanties, maar ook voor de drie politiediensten: rijkswacht, gemeente- en gerechtelijke politie.

“In België woedt een politie-oorlog, die leidt tot concurrentie en communicatieproblemen. Informatie wordt niet altijd afgestaan, omdat men zelf wil scoren. Terwijl coördinatie in deze zaken juist van cruciaal belang is, bijvoorbeeld voor het daderprofiel.”

Pag.5: Ook strijd bij justitie belemmert opsporing

Hetzelfde geldt voor de magistratuur. “Iedere procureur (officier van justitie) is keizer in zijn eigen arrondissement. De uitwisseling van informatie verloopt daardoor niet altijd even soepel, zoals de bende van Nijvel en de moord op André Cools schrijnend aan het licht hebben gebracht.” Naar aanleiding van de onopgeloste bendezaak kregen twee professoren vorig jaar opdracht het dossier te onderzoeken. Maar zij moesten hun opdracht begin dit jaar teruggeven, omdat de procureurs niet wilden meewerken. De professoren maakten wel bekend dat het ruim 350.000 pagina's tellende dossier van het bende-onderzoek zo chaotisch is, dat twee mensen drie maanden nodig zouden hebben om het op orde te brengen.

Moeizame samenwerking is niet het enige probleem, stelt Eliaerts “De magistratuur in ons land is archaïsch.” Organisatie en de wetgeving dateren nog uit de vorige eeuw. Proces- en strafrecht zijn verouderd. “Er zijn wel hervormingsvoorstellen, maar het gaat langzaam.” Daarbij is het aantal magistraten niet groot en zou hun opleiding beter kunnen, vindt de criminoloog. “Pas sinds kort is er een examen voor magistraten. Vroeger waren de benoemingen louter politiek, nu is er tenminste één objectieve toets.”

Een extra complicatie is de tweetaligheid van het land. “De bende van Nijvel speelde daar bewust op in”, zegt Eliaerts. “Hun aanslagen hadden plaats net boven en onder de taalgrens, waardoor de samenwerking tussen politie en magistraten nog moeilijker werd.” Niet dat ze elkaar niet verstonden, maar door de vertaling van officiële stukken liep het onderzoek vertraging op.

Kritiek is er ook op de politieke benoemingen bij justitie. In de zaak-Cools bijvoorbeeld werd onderzoeksrechter Véronique Ancia van de christelijke partij ervan beschuldigd niet meer op zoek te zijn naar de moordenaar, maar een heksenjacht te ontketenen naar ongeoorloofde partijfinanciering door de socialisten. Ook bij het toepassen van de Wet-Lejeune voor vervroegde invrijheidstelling wordt soms geopperd dat de minister politiek dienstbetoon de doorslag doet geven. Als voorbeeld hiervan noemt Eliaerts een dokter die patienten onder narcose had verkracht en die na twee jaar vrijkwam. Benoemingen naar politieke kleur hoeven niet slecht te zijn, vindt de criminoloog. “Een zekere spreiding van politieke overtuiging is logisch.” Verwerpelijk noemt hij benoemingen die louter politiek zijn. “Ik zeg niet dat alle magistraten onbekwaam zijn, maar er zitten tussen die ongekwalificeerd zijn en dat is te wijten aan politieke voorspraak.”

Jan van Delm voorspelt dat het geldgebrek van de Belgische justitie niet snel zal worden opgelost. Na de staatshervorming van 1993 bleef justitie een federaal departement. “De schuldenberg is bijna volledig bij de federale overheid gebleven.”