Bevolking tegen verkoop; Nieuw-Zeeland verkoopt groot plantagebos

WELLINGTON, 20 AUG. De Nieuw-Zeelandse regering verkoopt één van de grootste plantagebossen ter wereld. De conservatieve premier Bolger verklaarde vandaag dat de staat de aandelen in het bedrijf Forestry Corporation voor 2 miljard Nieuw-Zeelandse dollars (2,3 miljard gulden) zal verkopen.

De koper is een consortium, dat bestaat uit de Nieuw-Zeelandse bedrijven Fletcher Challenge en Brierley Investments en het Chinese staatsbedrijf CITIC. Forestry Corporation bezit onder meer de kaprechten van het Kaingaroabos (1800 vierkante kilometer), dat in de depressiejaren voor de Tweede Wereldoorlog door werklozen werd aangelegd.

De Nieuw-Zeelandse oppositie is furieus, omdat er binnen twee maanden verkiezingen worden gehouden en de regering de meerderheid in het parlement lijkt te gaan verliezen. Hun claim dat de regering geen mandaat voor de verkoop heeft lijkt te worden bevestigd door opiniepeilingen die aangeven dat meer dan 60 procent van de Nieuw-Zeelanders tegenstander is van de verkoop van de bossen, die decennia lang werk aan Nieuw-Zeelandse arbeiders hebben verschaft.

“Een slag in het gezicht van degenen die generaties lang hebben gezweet”, zei Labours woordvoerder Jim Sutton vandaag. Ook vakbonden hebben de verkoop veroordeeld, omdat het land alle zeggenschap zal verliezen over de vraag waar het hout van de staatsbossen verwerkt zal worden. Die verwerking zou nu ook in het buitenland kunnen plaatsvinden.

De leiders van de twee andere oppositiepartijen, de Alliantie en New Zealand First hebben verklaard dat ze de bossen zullen terugkopen wanneer ze na de verkiezingen deel gaan uitmaken van een regering. Jim Bolger roemde vandaag de verkoop. “Door de verkoop kunnen we onze buitenlandse staatsschuld aflossen. Dat betekent dat ons land voor het eerst sinds 1857 geen schuld aan het buitenland meer heeft.”

De Kiwi-bosbouw maakt een hausse door. Jaarlijks worden de 15.000 vierkante kilometer plantagebossen van het land met 900 vierkante kilometer uitgebreid, vooral als gevolg van een verwacht internationaal houttekort door toenemende vraag en mondiale bescherming van de overgebleven oerbossen.

“De staat was goed in het planten en beheren van bossen, maar de regering wil nu de verwerkingspotenties van het hout maximaliseren door Forestry Corporation te koop aan te bieden aan bedrijven met internationale distributiewerken”, aldus minister Bill Birch van Financiën. De regering gelooft ook dat het internationale consortium beter bij machte is om te zorgen voor de grote kapitaalinjecties die nodig zijn om de verwerkingscapaciteit van het hout uit de Nieuw-Zeelandse bossen uit te breiden.

De staat verkoopt alleen de kaprechten, omdat de grond waar de plantages zich bevinden wordt geclaimd door Maoristammen, die menen dat die grond onrechtmatig door de staat is verworven. Indien de claim van de autotochtone bewoners wordt erkend, zullen de nieuwe eigenaren de kaprechten voor 55 jaar verkrijgen, zonder automatisch recht op vernieuwing.

De claim wordt beoordeeld door het Waitangi Tribunaal, genoemd naar het uit 1840 stammende Verdrag van Waitangi, waarin de Maori-stamhoofden de soevereiniteit overgaven aan de Britse Kroon, in ruil voor garanties op grondbezit en zeggenschap. Omdat grond zestig jaar geleden al in overheidshanden was en toen voor het eerst met exotische productiebossen werd beplant, kunnen de Maori's alleen hopen op grondteruggave. Veel leiders van de oorspronkelijke bewoners steunen de verkoop die volgens hen de Maori's mogelijkheden biedt om mee te doen aan de ontwikkeling van de bosbouw in Nieuw-Zeeland.