Bestuurders Domos kunnen VS niet in

WASHINGTON, 20 AUG. Bestuurders van de Mexicaanse telefoniemaatschappij Grupo Domos kunnen de Verenigde Staten niet meer binnenkomen vanwege de omstreden band van hun onderneming met Cuba. Dit heeft het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren bekendgemaakt.

Grupo Domos zou zich schuldig maken aan de overtreding van de Amerikaanse Helms-Burton-wet, die al 35 jaar oude sancties van de VS tegen Cuba verder heeft verscherpt. Grupo Domos is de tweede buitenlandse firma die wordt getroffen door de verscherpte maatregelen, die in maart van kracht werden. “De regering van de VS vindt dat de onderneming Grupo Domos de Helms-Burton-wet schendt”, zei een woordvoerder van Buitenlandse Zaken gisteren.

De wet heeft de afgelopen maanden geleid tot een hooglopend conflict tussen de VS en aan de andere kant Mexico, Canada en de Europese Unie. De handelspartners van de VS storen zich in hoge mate aan de extraterritoriale werking van de wet en hebben inmiddels tegenmaatregelen aangekondigd.

Helms-Burton verbiedt buitenlandse investeerders om in Cuba gebruik te maken van oorspronkelijk Amerikaanse eigendommen die bij de revolutie zijn genationaliseerd. De wet biedt Amerikaanse bedrijven die hun bezittingen zijn kwijtgeraakt de mogelijkheid om de schade te verhalen op bedrijven die in de VS en in Cuba actief zijn. De Nederlandse ING Bank heeft zich inmiddels teruggetrokken uit de financiering van de suikeroogst.

Volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn gisteren en vandaag de brieven de deur uitgegaan naar ongeveer zes bestuurders van Grupo Domos. De wet biedt de mogelijkheid om niet alleen bestuurders, maar ook hun familieleden de toegang tot de VS te ontzeggen. De bestuurders krijgen 45 dagen tijd om hun activiteiten in Cuba aan te passen.

Grupo Domos, gevestigd in Monterrey, bezit een belang van 37 procent in de nationale telefoonmaatschappij van Cuba. Deze maatschappij was ooit onderdeel van het Amerikaanse ITT en werd in 1959 genaast, kort na het aantreden van Castro. (Reuter, AP)