Zoemende suikerjunks

Wespen. Nu, in augustus, kunnen we pas echt volop van ze genieten. Sonoor zoemend luisteren ze menige picknick op. Lukraak landen ze op gebak, als moderne alpinistjes in fel gekleurde kleding beklimmen ze een toef slagroom, feilloos vinden ze de opening van het colaflesje. En anders zoeken ze je in augustus wel gezellig in huis op, met grote vanzelfsprekendheid alles wat zoet is claimend.

Maar waarom vooral nu, vraag je je gepijnigd af. Waarom profileren ze zich vooral in de nazomer nadrukkelijk? Er zijn verschillende soorten echte wespen, van de indrukwekkend grote hoornaar tot de op de flanken, direct achter de wespentaille, wat rossig uitgeslagen roze wesp. Heel gewoon is de gewone wesp. Hij is een kosmopoliet die alleen in Afrika ontbreekt. Zelfs in Australië en Zuid-Amerika is hij een vaak geziene picknickgast.

Natuurlijk kom je deze dieren ook wel vóór augustus tegen. In naïeve voorjaarsstemming maakte ik een begin met het opruimen van zwerfvuil in een stadsperkje. Mét het nooit ontbrekende pakje shag met inwendige condensaanslag kwam mijn hand ook te voorschijn met drie wespen erop. En een vierde eronder, op de pols. Ze staken allemaal. Deze boeiende diertjes nestelen vaak onder de grond, en hebben direct daarboven dus wat te verdedigen. Ze doen dat met een omgebouwde legboor - hun angel - en een knap samengesteld brouwsel. Toen wij nog niets van neurotransmitters afwisten, maakten wespen al een cocktail van stoffen als serotonine en acetylcholine, afgemaakt met een vleug irritant histamine. Pijnlijk nauwkeurig afgesteld op het veroorzaken van ongerief.

Wespen zijn, onderling tenminste, zeer sociale insecten. Alleen het vrouwtje van een volk overleeft de winter - die het ergens verborgen in een spleet of muizenhol doorbrengt. In het voorjaar begint ze aan een nest van kringlooppapier, vervaardigd van oud houtachtig materiaal dat is fijngekauwd. De eerste daarin gelegde eitjes, en door het vrouwtje verzorgde larven leveren werksters op. Die lijken op hun koningin, maar zijn kleiner, en steriel - naar goed gebruik bij sociale insecten zijn ze uitgesloten van de directe voortplanting. Hun aantal groeit snel, ze leggen zich toe op de nestbouw en de koningin legt haar eitjes.

De werksters voeren larven voorgekauwde insectenpulp. Eigenlijk zijn zij vooral vliegeneters, die doelgericht en nauwelijks opgemerkt hun gang gaan. (We zeggen het er maar even bij, met ouderwetse woordkeus: wespen zijn daarmee ook 'nuttig'. Overheidsdiensten worden steeds vaker gebeld door boze, zich benadeeld voelende Nederlanders: er zit een wespennest in hun tuin. Dat mag best, het wordt alleen weggehaald in geval van bijzondere overlast.) Maar ook zoet wondvocht van bomen en het sap van overrijpe vruchten eten ze graag. En de larven scheiden een zoete stof af uit de speekselklieren, die de werksters weer verlekkerd opnemen.

Uit later gelegde eitjes worden mannetjes geboren, zonder angel, en vruchtbare vrouwtjes. De laatste zijn de toekomstige koninginnen. Onderling wordt er gepaard, maar ook vinden er uitwisselingsprogramma's plaats tussen verschillende volken. Tegen de winter zal iedereen sterven - behalve de kroonprinsessen, die zich in alle opzichten vorstvrij hebben teruggetrokken.

Maar nu zitten we nog in augustus. Het beste van de zomer zit er alweer op. De staat is snel in grootte toegenomen, met verschillende verdiepingen en tegen de tienduizend bewoners. Maar het is een maatschappij in verval. Aan haar doel is al bijna voldaan. Voor de werksters dreigt de pensionering.

Wanneer de echte vrouwtjes en mannetjes de staat hebben verlaten maakt zoemende bedrijvigheid plaats voor verregaande lusteloosheid. Oudere, afgesloofde werksters gaan buiten sterven. Andere zitten te luieren in de zon of gaan op zwerftocht.In het nest vervallen de zeden. Resterende larven en poppen worden door stramme werksters met afwezige blik uit hun cellen getrokken en aan hun lot overgelaten. Parasieten en roofinsecten voltrekken ongestoord de ondergang van de staat, en maken dit miniatuur Armageddon compleet.

En buiten? Ledigheid. Ledigheid voor werksters. Dat kan alleen maar fout aflopen. Het is een oude dag die zich alleen laat veraangenamen door zoetigheid. Mensen stappen wanneer ze oud zijn in bussen en laten zich van gebak naar gebak rijden. Wespen vliegen nog gewoon zelf. Ze houden nog steeds van zoet. Van harde werksters zijn ze suikerjunks geworden. Darwinistisch gezien zijn ze al dood. Er staat bij deze wespen geen evolutionaire rem op roekeloos gedrag bij de strooptocht naar suiker, suiker, suiker... In hun drift in hun ouderwetse voetbaltruitje nog eens te scoren werpen ze zich op kamikaze-acties onderin sorbetglazen. Houdend van warmte en zon zaaien ze terrasterreur.

Die ouderwetse siroopfles waarlangs gelekt is, blijft een visioen van genot. Maar eigenlijk hebben ze overal belangstelling voor. Vol nostalgie herdenken ze dat zoete sap van beschadigde bomen, overrijpe vruchten, of anders wel die afscheiding van de larven - en duiken, ter compensatie van hun nutteloosheid, in uw ijsje. Heb meelij. Afmaken geschiedt bij voorkeur abrupt.

Er zijn twee methoden om hinder eigenmachtig te bestrijden. Die passen allebei wonderwel bij het doel waarvoor terrassen ooit werden ingesteld. De alweer bijna vergeten Simon Carmiggelt noemde wespen de gevaarlijkste propagandisten voor het alcoholmisbruik die er bestaan: vakanties verpestend van reine, onbedorven mensen die frisdrank genieten en blauw aangelopen hikkers achter hun kelkje met rust latend.

Roken en drinken gaan goed en ook vaak samen. Van rook houden wespen ook al niet. Bovendien zijn zij die roken en volhardend drinken afkerig van zoete lekkernijen, zo leren verkennende observaties. Kortom: in de zomermaanden is het hoog tijd voor terrasdelen alleen voor rokers. Niet-rokers mogen er niet op. Iedereen moet nu eenmaal een bijdrage leveren. Dus zij die daar zitten met vruchtesap, of zichzelf na het uitputtend op en neer lopen van de winkelstraat weer op de been proberen te brengen met een dynamische sportdrank vol koolhydraten, moeten maar apart. Zij dienen hun overlast te beperken.