Zapman

Zomaar, zonder enige aanleiding, zit ik te denken aan Steffi Graf. Maar eerst dacht ik aan Boris Becker. Die mocht drie bekers uitreiken na de Grote Prijs van Hockenheim (16.30 uur, BBC 2). Dat is alweer drie weken geleden. Later, als ik mijn sporen heb verdiend in de columnschrijverij, stap ik ook een keer naar voren met drie trofeeën onder mijn arm.

En aan wie ga ik dan de grootste geven? Aan Steffi Graf. En meteen mijn arm om haar schouder leggen. Waarna het troosten kan beginnen.

“Kom op, Steffi, jij kon toch niet weten dat hij zo was? De man is notabene je vader. Maar een schurk blijft het.”

Ze laat haar racket vallen. Beroemde mensen krijgen zelden de waarheid te horen. Men probeert ze meestal te paaien. Voor de blik waarmee Steffi nu naar me opkijkt, bestaan geen woorden. En ik weet: voortaan zal ik niet meer van haar zijde wijken. In de familieloge op de tribune is nog een plaatsje voor me, naast haar moeder.

Als ik even later zie hoe ze mijn trofee in haar tennistas staat te proppen, schiet ik naar voren om haar te helpen. Maar dat hoeft niet, ze kan het zelf. Terwijl ze aan de rits rukt, vraagt ze langs haar neus weg:

“En wat doe jij vanavond?”

“Wat ik vanavond doe?”

Ik kijk op mijn horloge. Verhip, het is 18.45 uur. De column! Ik had allang voor de buis moeten zitten, met een bord op mijn linkerknie en een blocnote op de rechter.

Nu is het Steffi's beurt om te troosten. Ze zegt: “Maak je geen zorgen. Dankzij dat nieuwe sportkanaal is Studio Sport verhuisd naar 21.15 uur.”

Met grote ogen kijk ik haar aan. Wat zegt ze nu? Ik zeg: “Nee, hoor. Helemaal niet. De kabelexploitant wilde niet.”

Nog steeds heeft ze die tas niet dicht.

“Hoe kom je daarbij? Het gaat wél door.”

“Nee, nee, het gaat niet door. Het stond in de krant.”

Nu wordt Steffi een beetje kribbig.

“Knoop nou voor eens en altijd in je oren: Het Gaat Dóór. Je hebt nog een zee van tijd.”

“OK, als jij het zegt. Maar ik heb toch echt gelezen dat het niet doorging. Overal ging het door behalve in Amsterdam en omstreken.”

“Welles!”

“Nietes!”

“Welles!”

“Nou goed. Dan wacht ik hier nog twee uur tot je die rits dicht hebt.”

Ze schiet in de lach en omhelst me. Onze neuzen komen tegen elkaar. Ik mijn kleine en zij die grote. Hartelijk dank, nieuw sportkanaal! Namens Steffi en mij. Dat ik 's zondags pas om 21.15 uur voor de televisie hoef te zitten.