'Wist ik veel dat Johann wilde housen'

Laatst zag ik Johann op tv. Vreselijk, zo slecht als hij eruit zag. Terwijl het toch zo'n mooie man is. Maar hij is druk met Olympic Aid, hè. Wel goed hoor, zoals hij zich daar voor inzet.

Ik leerde Johann kennen bij wedstrijden in 1990 in Oslo. Hij was toen nog onbekend. Op de tribune stond ik toevallig naast zijn moeder. Samen moedigden we hem aan.

Na de wedstrijd kwam hij naar ons toe. Hij was 19, een broekie nog. Lange, mooie haren en vreselijk aardig. Een paar weken later sprak ik hem in Heerenveen. Daarna - ik sla bijna nooit een wedstrijd over - kwam hij altijd even babbelen.

Een aantal jaren geleden wilden verschillende mensen een fanclub voor hem oprichten. Toen vroeg Johann of ik dat wilde doen. Hij wilde niet dat zo'n verliefd meisje van veertien dat deed. Natuurlijk zijn er mensen die denken dat ook ik verliefd ben op Johann. Hou op, ik ben veel te oud voor hem! Ik ben gewoon een enorme schaatsfan. Ik moedigde Ard en Keessie al aan en ben nu lid van de fanclubs van Zandstra, Ritsma, Straathof en Zijlstra. En ach, Johann kon zó mooi schaatsen.

In onze woonkamer staat een foto van hem. Mijn man vindt het tijd om 'm ergens anders neer te zetten, maar dat vertik ik. Ach, hij vindt het wel best ook. Hij is zelf ook schaatsfan.

Soms zie ik Johann nog. De laatste keer was in februari in Inzell. Hij komt naar me toe en zegt: Aly, we gaan dansen.' Wist ik veel dat hij housen bedoelde. Had ik nog nooit gedaan. En hemel, Johann kan me toch housen!

Ik schrijf hem regelmatig. Een enkele keer krijg ik een kaartje terug. Op de laatste stond: Ik heb het te druk om je vaker te schrijven, maar ik denk wel vaak aan je, Aly.' Lief hè.'