VN wijzen verzoek onderzoek naar val Srebrenica af

DEN HAAG/NEW YORK, 19 AUG. De Verenigde Naties zien niets in een onderzoek naar de val van de moslim-enclave Srebrenica in Bosnië op 11 juli 1995. Dat hebben zij de Nederlandse regering laten weten. Ook bij leden van de Veiligheidsraad is er geen animo om alsnog de zaak te onderzoeken. Dit zeggen diplomaten in het hoofdkwartier van de VN in New York.

De Tweede Kamer had in juni aan de regering gevraagd de mogelijkheid van een onderzoek na te gaan, nadat in deze krant nieuwe berichten waren verschenen over de toedracht van de val van Srebrenica en de aftocht van de Nederlandse VN-militairen. Daarbij werd de Franse generaal Janvier ervan beschuldigd moedwillig luchtsteun aan de Nederlandse troepen te hebben opgehouden.

Volgens deze berichten zouden de VN het 'veilige gebied' Srebrenica bewust hebben laten vallen om de VN-vredestroepen te hergroeperen en beter bewapend in te zetten.

De Franse regering heeft Nederland volgens dezelfde diplomaten in New York laten weten dat Den Haag moet ophouden met beschuldigingen van voormalige Nederlandse VN-militairen aan Frankrijk inzake de val van Srebrenica. Parijs laat daarbij doorschemeren zelf te beschikken over feiten die belastend zijn voor Nederland, zowel als het gaat om de houding van de Nederlandse troepen ter plekke als om pogingen tot inmenging in de bevelvoering van de Verenigde Naties vanuit de bunker onder het ministerie van Defensie in Den Haag tijdens en na de val van de Srebrenica. Frankrijk wijst overigens de beschuldigingen over het opgeven van de enclave steevast van de hand.

Het is nu aan de Kamer, die dinsdag 27 augustus van reces terugkomt, om te bepalen of er alsnog een onderzoek moet komen. Aanvankelijk stond het ministerie van Buitenlandse Zaken open voor een commissie van wijze mannen die alnog een onderzoek zou instellen naar de val van Srebrenbica. Dit zou een commissie van onderzoek kunnen worden met experts van internationale faam of een louter Nederlandse commissie.

Onder druk van het ministerie van Defensie is nu van deze optie afgezien. Minister Voorhoeve (Defensie) en zijn adviseurs zijn van mening dat de herstructurering van de landmacht ernstig in gevaar komt en de verhoudingen tussen krijgsmacht en politiek verder verslechteren als er een nieuw onderzoek wordt gehouden. Bovendien vraagt men zich op Defensie af of er met het onderzoek nog veel nieuwe feiten aan het licht zullen komen.

Pagina 3: Officieren raken 'murw' van verhoren

Een aantal officieren die betrokken waren bij de val van Srebrenica, met de voormalige commandant van 'Dutchbat' kolonel Karremans voorop, raken 'murw' van verhoren en aantijgingen in de pers, zo zegt men bij de vernieuwde landmachtstaf. Het gevaar voor tegenstrijdige verklaringen wordt daardoor groter.

Tijdens een mondeling overleg in de Kamer van de commissies Buitenland en Defensie met de ministers Van Mierlo en Voorhoeve moet nu blijken of er nog een onderzoek komt. Die kans wordt klein geacht. De regeringspartijen PvdA en D66 hebben weliswaar ook gevraagd om na te gaan of een onderzoek alsnog kan worden gehouden, maar nu het antwoord uit New York neen luidt zullen beide partijen zich daar waarschijnlijk bij neerleggen. Dan blijft er alleen een minderheid van CDA en GroenLinks over die een onafhankelijk onderzoek bepleit.

Defensie en Buitenlandse Zaken zijn bereid de Kamer toe te zeggen dat er alsnog een historisch wetenschappelijk rapport zal worden samengesteld. Zo'n onderzoek komt dan los te staan van de politiek en zal meer dan een jaar in beslag nemen.

Er is Defensie alles aangelegen de kwestie Srebrenica te laten rusten om de herstructurereing van met name de landmacht niet verder in gevaar te brengen. Bovendien heeft Nederland een proportioneel grote krijgsmacht die zich voor vier vredestaken tegelijk kan inzetten.

Wil dat slagen, zo meent men op het ministerie, dan moet er van nu af aan meer toekomstgericht worden gewerkt. Anders staat de begroting van Defensie (13,2 miljard gulden) ernstig onder druk.