Paul Huf en Dick Bruna samen op expositie in Groningen

Tentoonstelling: Bruna/Huf. The smell of success. T/m 1 september. Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Open: di t/m zo 10-17u. Op 25 augustus leest Dick Bruna voor en beantwoordt vragen. Reserveren gewenst. Inl. 050-3666555.

Het Groninger Museum verleidt zijn bezoekers niet alleen naar de tentoongestelde kunstwerken te kijken, maar vooral ook even naar de ramen, de muren en de trap. Op de tentoonstelling 'The smell of succes' wil dat nauwelijks lukken. De kunstwerken van Dick Bruna en Paul Huf eisen de aandacht geheel en al op.

“Ik maak geen foto, ik maak een Huf,” zou de bekende portret-, reclame- en modefotograaf Paul Huf eens gezegd hebben. Maar ook voor de vele affiches, boekomslagen, zeefdrukken en prentenboeken van Dick Bruna geldt dat ze voor alles 'een echte Bruna' zijn.

Wat is naast de kracht van hun beelden de overeenkomst tussen deze twee kunstenaars? Volgens het museum wordt Bruna noch Huf serieus genomen door de kunstwereld, omdat zij zich inlaten met de commercie.

Reeds onder het directoraat van Frans Haks stelde het Groninger Museum zich ten doel geen hiërarchisch onderscheid tussen verschillende disciplines binnen de kunst te maken. De zalen bieden ruimte aan alle mogelijke kunstvormen, van schilderkunst tot videoclips, van grafische vormgeving tot computerkunst. Bruna en Huf zouden bewijzen dat kunst, kwaliteit, populariteit en commercie uitstekend samen kunnen gaan. Bovendien zijn ze generatiegenoten, geboren in de jaren twintig en sinds ongeveer 1950 toonaangevend op hun vakgebied.

In de Bruna-zalen hangt een serene rust, die de prenten de bezoeker op lijken te leggen. Er moet alleen wat kindergekrijs genegeerd worden, blijkbaar denken velen dat dit deel van de tentoonstelling bedoeld is voor hun kroost. Maar alles hangt op volwassen ooghoogte en de prentenboeken zijn zorgvuldig aan de muur verankerd.

Er hangen zeefdrukken van bekende Bruna-plaatjes, een kind dat half schuil gaat achter zijn cello, waarvan vooral het formaat overweldigt. Voor het eerst zie je dat de strakke contourlijnen eigenlijk bobbelen (vanaf 1955 introduceerde Bruna de uit de hand getrokken lijn in zijn prenten).

Uit de veel kleinere gouaches blijkt dat Bruna ongeacht het materiaal dat hij gebruikt altijd eenzelfde 'beeldtaal' heeft. Helaas zijn er geen schetsen of voorstudies te zien, dus blijft onduidelijk hoe zijn afgewogen composities tot stand komen. Wel wordt de eerste Nijntje getoond, die met haar lange schuine oren meer weg heeft van een speelgoedkonijn dan van een pictogram, zoals de Nijntje die iedereen kent.

Uit de boekomslagen die Bruna maakte voor de 'Zwarte beertjes'-pocketreeks van de uitgeverij van zijn vader valt wel iets op te maken over de ontwikkeling van zijn stijl. Op de boeken van Jean Bruce (over 'O.S.S. 117') is het silhouet van een detective te zien, opgebouwd uit driehoeken en andere vormen die elkaar overlappen in plaats van opgestapeld te zijn zoals de vormen van de prentenboek-figuren.

Het heeft iets weg van knipsels, Bruna heeft dan ook meermalen verklaard beïnvloed te zijn door Matisse.

Opvallend is hoe de bezoeker hecht aan de leegte van de meeste Bruna-platen. Meneer en mevrouw Pluis, Betje Big met haar optimistische neusgaten of zelfs het zwarte beertje op de affiches, zijn eenvoudig en overzichtelijk van vorm. Een kind met een bril, een ponnie, ogen, neus, puntkraag en spencer daarentegen is 'te vol', waardoor de prent onmiddellijk minder zeggingskracht heeft.

De foto's van Paul Huf zijn ook 'vol', maar dan op zo'n manier dat ze juist de extra informatie verschaffen die de kijker wenst. Huf verlevendigt zijn composities met theatrale en verhalende elementen. Het mottige hondje aan de voet van Adèle Bloemendaal geeft precies het juiste tegenwicht aan haar triomfantelijke schreeuw.

En op het overweldigende stilleven voor de 'vakmanschap is meesterschap'-campagne van het biermerk Grolsch vertellen de halve watermeloen, de opgezette krokodil, de paprika, de kokosnoot en al het andere een verhaal in vele hoofdstukken van een ontdekkingsreis.

Soms is er nauwelijks interactie tussen de verschillende onderdelen van Hufs compositie. In een Moskouse metro-gang verdringen tientallen mensen met hoofddoeken en bontmutsen zich, maar niemand kijkt elkaar aan of let op de twee fraai geklede modellen op de voorgrond, die op hun beurt ook voor niets of niemand oog hebben (foto voor Avenue, 1965).

Er zijn twee zaaltjes waar Bruna en Huf elkaar 'ontmoeten'. Daar hangt Monique van der Ven met haar indringende lieve blik en haar opwaaiende haren. Ze kijkt de beschouwer aan, net als de mensen op de andere portretten.

Maar ook de vele Brunafiguren op het behang achter de portretten blikken je zonder uitzondering recht in het gezicht.