Ook gabbers blijken in Spaarnwoude tegen racisme

Concert: Festival 'Racism Beat it'. Gehoord 18-8 Recreatiegebied Spaarnwoude

Party Animal Patrick doet verwoede pogingen zijn blauwe artiesten-polsbandje los te knabbelen. Iemand anders heeft het identiteitsbewijsje nodig, zegt de 19-jarige Amsterdamse gabber. Bovendien, als hij en de andere drie feestbeesten straks het podium opmoeten is zo'n ding alleen maar lastig. Niet dat ze instrumenten moeten bespelen, maar ze gaan er natuurlijk wel lustig op los stuiteren en springen en “zo'n dance act is ook heus vermoeiender dan een beetje achter de keyboards staan”.

Boven het muurtje dat het publiek scheidt van het backstage-terrein bij het podium duiken dan al regelmatig verhitte kindergezichtjes op, alsof er een trampoline aan de andere kant staat. Zodra de Party Animals met hun kermis-achtige gabberhouse het podium beklimmen, klinkt een fluitketelhoog gegil. Meisjes verdringen elkaar bij de dranghekken om hun wegwerpcameraatjes zo dichtbij mogelijk te kunnen afschieten. “Wij gaan eens lekker dansen voor jullie!” klinkt het vanaf het podium. En: “Vandaag zijn we hier voor een speciale reden, voor tegen racisme!” Producer Jeff grijnst zijn jongens goedkeurend toe, terwijl het tienerpubliek opnieuw in een instemmend gehuil losbreekt. Hier wordt een nieuw generatie gabbertjes gekweekt, dat is duidelijk.

De Party Animals waren gisteren een van drie gabberhouse-formaties die optraden op het vierde Racism Beat it-festival, in het recreatiegebied Spaarnwoude tussen Amsterdam en Haarlem. 'Gabbers against racism' moest duidelijk maken dat ook de omstreden, snoeiharde gabbercultuur wars is van racistische sentimenten. Patricks uitleg is even eenvoudig en direct als zijn muziek: “Ik vind het gewoon stom, racisme. Ik heb genoeg gekleurde vrienden, en ik heb een hekel aan genoeg blanke jongens. Gewoon, door hun karakter. Daar gaat het toch om?”

De strijd tegen racisme moest het gisteren opnemen tegen stralend strandweer, wat het bezoekersaantal mogelijk niet ten goede kwam. Ongeveer 15.000 mensen bezochten het festival, dat voor het eerst een bescheiden toegangsprijs vroeg (7,50 gulden). Het festival, met een begroting van 7,5 ton, is daarmee uit de kosten. Sponsors waren dit jaar onder andere het ministerie van VWS, Unicef, en de NZH. De Noordhollandse busmaatschappij stelde een pendeldienst in naar station Sloterdijk en stuurde bussen naar tien asielzoekerscentra om, gratis, duizend asielzoekers naar het festival te vervoeren.

“Het belangrijkste is dat de sfeer goed is. En het zijn toch een hoop mensen”, meent directeur Gerrit Meijer (32) van de stichting Pop against Racism halverwege de dag. Meijer, politicoloog en oud-marketingman van het Amsterdamse GEB ('Zuinig stoken'), begon het festival vier jaar geleden met twee vrienden. “We willen twee soorten publiek bedienen: de mensen die wel achter ons staan, die al tolerant zijn. En jongeren bij wie je nog iets kunt bereiken.” Beide segmenten van het publiek konden - het “interactieve” karakter van het festival, aldus Meijer - een bezoekje brengen aan workshops, een circustent, en tientallen stands met kleren, informatie over anti-racisme, voedsel en drank. Muzikaal was een scheiding aangebracht tussen gevarieerde acts op het hoofdpodium (rock, wereldmuziek, funk) en het All Rhythm-podium (hip hop, rap, house).

Terwijl de house van het All Rhythm-podium davert, relaxt in een hangmatje achter het hoofdpodium het cabaretske dj-duo de Easy Aloha's, die ook optreden als presentatoren. “We zijn niet zwart hè. Wij hebben geen gevoel voor ritme”, grijnst Bas Albers op de vraag waarom de Easy's niet op het All Rhythm-podium draaien maar zijn verwezen naar de circustent. Een beetje ijdel is zo'n festival wel, vindt het tweetal, nog onder de indruk van een heel wat rauwer optreden in Sarajevo. “In Nederland weten we altijd zo mooi wat goed en fout is”, zegt Gerard Janssen. Peinzend staart hij over het terrein: “Als hier de structuren instorten, staan er ook gewoon drieduizend verkrachters. Ja toch?” Op het podium doen ze even later hun uiterste best voor een collecte ten behoeve van Unicef. “Dan drink je maar een biertje minder vandaag.”

Muzikaal verliep de dag vlekkeloos. Alleen bij de heftige show van de uit Tremelo (België) afkomstige rockers Metal Molly werd het wat roerig vooraan bij het hoofdpodium. Attracties op het All Rhythm-podium waren vooral de Amsterdamse r&b groep Total Touch, en de virtuoze rapper Extince. “Ik rap gewoon zoals ik spreek”, ratelt de in zwart Nike-hemd gestoken Extince, terwijl hij zich achter het podium warmloopt. Zijn verdienste is dat hij heeft laten zien dat Nederlandstalige rap tegelijk origineel, ritmisch, en geestig kan zijn. Hij zou ook een anti-racisme rap kunnen schrijven, zegt hij, “maar dan zou ik het er wel in verwérken, in plaats van dat het er echt over gáát. Muziek moet tenslotte meer zijn dan een paar mededelingen.” Met uitvoeringen van zijn hits 'Spraakwater' en 'Kaal of Kammen' maakt hij dat even later op het podium onmiskenbaar waar.