OM neemt niet alle schuld op zich

Vorige week bekende de overbuurvrouw van Robin Bogers het driejarige meisje te hebben vermoord. Daardoor bleken acht verdachten ten onrechte vast te hebben gezeten. De vraag is nu wie daarvoor aansprakelijk gesteld kan worden: justitie of de overbuurvrouw.

DEN HAAG, 19 AUG. Het openbaar ministerie in Breda vindt dat de aansprakelijkheid voor het arresteren en in detentie houden van verdachten niet exclusief bij het OM ligt als de aanhoudingen zijn verricht op basis van valse, belastende verklaringen van een getuige of medeverdachte.

Dit zegt de Bredase hoofdofficier van justitie, J.W. Wabeke, desgevraagd in een reactie op de zaak rond de moord op de driejarige Robin Bogers in Breda. Vorige week bekende de overbuurvrouw van de familie Bogers dat zij de moord in april heeft gepleegd. Op basis van belastende verklaringen van de 27-jarige vrouw werden enkele van de acht - naar achteraf is gebleken onschuldige - verdachten ten onrechte enkele maanden vastgehouden. Inmiddels zijn zij allemaal weer op vrije voeten.

“Je kunt je afvragen of de verantwoordelijkheid voor deze aanhoudingen en de vrijheidsbeneming volledig bij politie, justitie en de rechter kan worden gelegd”, zegt Wabeke.

“Een verdachte mag ontkennen en liegen. Maar iets anders is het wanneer je heel vilein en bewust anderen ervan beschuldigt dat ze iets hebben gedaan. Volgens de wet moet justitie een schade betalen voor het aangedane leed, ongemak of schade. Maar wie is daar precies de oorzaak van? Ook justitie is in zekere zin het slachtoffer, omdat zij bewust op het verkeerde been is gezet in deze zaak. Je kunt het vergelijken met een valse bommelding in een vliegtuig, die tot vertragingen leidt. Is de maatschappij daarvoor verantwoordelijk, of hadden ze de melding dan maar niet moeten onderzoeken?”

De aanhoudingen van de verdachten in de zaak-Robin Bogers, onder wie ook enkele familieleden van Trudy J., werden na de moord op 24 april verricht op grond van haar belastende verklaringen. De overbuurvrouw van Robin legde gedurende het onderzoek in totaal 73 verklaringen af, zegt Wabeke. De verhalen waren vaak warrig, soms emotioneel, zegt de hoofdofficier. “Er was totaal geen inzicht te krijgen in de toedracht van de zaak. Mede op basis van haar verklaringen zochten we naar wat er precies was gebeurd.”

Maar hoewel zij medeverdachte was, omdat Robin op de dag van de moord bij haar thuis had gespeeld, bleef de vrouw elke betrokkenheid “keihard” ontkennen. “En er was te weinig bewijs dat zij het wel zou hebben gedaan”, zegt Wabeke.

De hoofdofficier is niet van mening dat het openbaar ministerie onzorgvuldig handelde toen de verdachten na verklaringen van de buurvrouw werden aangehouden en in bewaring werden gesteld. “In totaal hebben zeven rechters naar deze zaak gekeken voordat daartoe werd besloten”, zegt Wabeke. “De vrijheidsbeneming en de verlenging daarvan tijdens het onderzoek zijn telkens opnieuw zorgvuldig getoetst.”

Volgens de hoofdofficier was er niet alleen de belastende verklaring van Trudy J. tegen een aantal verdachten, maar ook ander steunbewijs dat een aanhouding rechtvaardigde. Op de details wil Wabeke niet ingaan omdat de zaak nog voor de rechter komt. Voor hem staat vast dat politie, justitie en de rechters op het moment van de aanhoudingen steeds de juiste beslissing namen. “De beslissingen waren legitiem, alleen het materiaal op basis waarvan de besluiten zijn genomen, was vervalst”, aldus Wabeke.

Advocaten van de ex-verdachten hebben aangekondigd “torenhoge” schadeclaims te zullen indienen bij justitie. Het openbaar ministerie onderzoekt de mogelijkheid om de verdachten schadeloos te stellen buiten de gebruikelijke regeling om. Normaal wordt de schadeloosstelling in dergelijke zaken via de rechter geregeld.

Hoofdofficier Wabeke zegt dat justitie met deze regeling de ex-verdachten “nog meer leed wil besparen”, zoals een langdurige procedure voor de rechter. Aantijgingen dat justitie gemaakte fouten wil 'afkopen' of de ex-verdachten wil 'masseren' met het oog op de claims, wijst hij met klem van de hand. “Dit voorstel is bedoeld als een service naar de ex-verdachten.”

Hoe groot de aangeboden schikking is wil de hoofdofficier niet zeggen, maar gebruikelijk is in dergelijke zaken een bedrag van honderd tot honderdvijftig gulden per ten onrechte gezeten celdag. Het geld komt uit een speciale pot bij het ministerie van Justitie.